Toedieningsroutes medicatie samenvatting

Een overzicht van de verschillende toedieningsroutes voor medicatie, inclusief veelgestelde vragen en belangrijke terminologie voor verpleegkundigen op hbo-niveau.

Witty76·48 flashcards·48 vragen
hbonursingpharmacology
0
Ken ik
1 / 48
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is orale toediening?

Tik om om te draaien
Achterkant

Orale toediening is het innemen van medicatie via de mond. Dit gebeurt meestal in de vorm van tabletten, capsules of vloeistoffen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(48 vragen)

Vraag 1 van 48

1. Wat is het belangrijkste voordeel van orale toediening van medicatie?

Termen in deze set(48)

Orale toediening(16)

Wat is orale toediening?

Orale toediening is het innemen van medicatie via de mond. Dit gebeurt meestal in de vorm van tabletten, capsules of vloeistoffen.

Noem een voordeel van orale toediening.

Eenvoudig en comfortabel - Geen injectie, gemakkelijk in te nemen.

Wat zijn de belangrijkste vormen van orale medicatie?

Tabletten, capsules, vloeibare oplossingen, siropen.

Waarvoor wordt orale toediening vaak gebruikt?

Voor de behandeling van chronische aandoeningen, pijnbestrijding, en infecties.

Wat is het effect van voedsel op orale medicatie?

Voedsel kan de absorptie van medicatie beïnvloeden. Bijvoorbeeld, vet voedsel kan de opname vertragen.

Waar moet je op letten bij het geven van orale medicatie?

Controleer de patiënt op slikproblemen, gebruik de juiste dosis en tijdstip.

Waar kan orale medicatie in het lichaam worden opgenomen?

Vooral in de maag en dunne darm, waar de medicatie in het bloed komt.

Waarvoor is een 'onderbroken' orale toediening slecht?

Kan leiden tot onvoldoende medicatieniveau in het bloed, waardoor de effectiviteit vermindert.

Wat is de rol van de lever bij orale toediening?

De lever metaboliseert veel medicijnen tijdens de 'first-pass' metabolisme, wat de effectiviteit kan beïnvloeden.

Vul de lege plek in: Orale medicatie is niet geschikt voor patiënten met _____ .

slikproblemen of braken.

Is het waar dat alle medicijnen via orale toediening kunnen worden gegeven?

Onwaar - Sommige medicijnen zijn niet effectief bij orale toediening door afbraak in de maag.

Wat zijn de gevolgen van een te hoge dosis orale medicatie?

Bijwerkingen, overdosering, toxiciteit - Dit kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen.

Vergelijk tabletten met vloeibare medicatie.

Tabletten: langzamere absorptie. Vloeibaar: snellere absorptie, maar kan minder prettig zijn om in te nemen.

Wat moet je doen bij een vergeten dosis orale medicatie?

Neem deze in zodra je het herinnert, tenzij het bijna tijd is voor de volgende dosis.

Wat zijn de symptomen van een allergische reactie op orale medicatie?

Huiduitslag, jeuk, zwelling, ademhalingsproblemen - Direct arts raadplegen.

Wat zijn de bijwerkingen van orale medicatie?

- Misselijkheid - Diarree - Maagpijn - Vermoeidheid - Allergische reacties

Injectie toediening(16)

Wat is intramusculaire injectie?

Injectie in de spier. - Snelle absorptie. - Geschikt voor vaccins en hormonen.

Noem een voordeel van subcutane injecties.

Langzamer en gelijkmatiger medicijnabsorptie.

Intravenous toediening versus intramusculaire toediening?

IV: Direct in de bloedbaan. IM: In de spier. - IV is sneller.

Wat is de meest gebruikte plek voor een subcutane injectie?

Bovenarm, buik of dij. - Altijd een schone huid.

Is het waar dat intradermale injecties minder volume hebben?

Waar. - Meestal 0,1 ml tot 0,5 ml.

Vul de blanco in: De __________ methode vereist een scherpe hoek en is pijnlijker.

Intradermale

Wat zijn de belangrijkste stappen bij het geven van een injectie?

- Handhygiëne. - Juiste locatie. - Juiste techniek. - Nazorg.

Noem een complicatie van injecties.

Infectie, hematoom, of zenuwbeschadiging.

Wat is een zogeheten 'Z-track' techniek?

Techniek om medicatie in de spier te injecteren zonder het weefsel te irriteren.

Wat is de optimale hoek voor intramusculaire injecties?

90 graden voor optimale penetratie.

Wanneer gebruik je een 25G naald?

Voor subcutane injecties. - Geschikt voor viskeuze vloeistoffen.

Wat is de functie van de luchtbel in een spuit?

Verhindert uitlekken van medicatie. - Bevestigt dat de spuit goed is gevuld.

Hoe vaak moet je de injectieplaats wisselen?

Elke 1-2 weken, of zoals voorgeschreven.

Wat gebeurt er bij een allergische reactie op een injectie?

Ontsteking, zwelling, of anafylaxie kan optreden.

Wat is de belangrijkste reden voor het desinfecteren van de huid?

Voorkomen van infecties.

Wat is de bedoeling van aspireren bij injecties?

Controleren of de naald in een bloedvat zit.

Topicale en andere toedieningsroutes(16)

Wat is de definitie van topicale toediening?

Topicale toediening is het aanbrengen van medicatie op de huid of slijmvliezen. Voorbeelden zijn crèmes, zalven en pleisters.

Noem een voordeel van topicale toediening.

Minder systemische bijwerkingen, gericht effect op de plaats van toediening.

Vul de lege plaats in: Topicale medicatie wordt vaak gebruikt voor __________.

huidproblemen zoals eczeem en psoriasis.

Waarvoor dienen transdermale pleisters?

Ze bieden een continue afgifte van medicatie via de huid. Voorbeelden: pijnstillers en hormonen.

Waar moet je op letten bij het aanbrengen van topicale medicatie?

Reinig de huid, breng een dunne laag aan, en vermijd contact met ogen of slijmvliezen.

Waar is mucosale toediening voor bedoeld?

Geneesmiddelen worden direct op de slijmvliezen aangebracht, zoals in de mond of neus.

Waar staat de afkorting 'IM' voor?

Intraveneuze toediening. Toediening van medicatie in een spier.

Waarvoor wordt oogdruppelmedicatie gebruikt?

Voor lokale behandeling van oogaandoeningen; verlicht symptomen zoals irritatie en infecties.

Wat is een nadeel van topicale toediening?

Beperkte penetratie in diepere weefsels, mogelijk onvoldoende effect bij systemische aandoeningen.

Wat is het verschil tussen crème en zalf?

Crème is waterbasis, zalf is vetbasis. Crèmes zijn minder vet, makkelijker aan te brengen.

Waar kunnen neussprays voor worden gebruikt?

Voor het behandelen van allergieën en verstopte neus. Snelle werking door directe absorptie.

Wat is een voordeel van rectale toediening?

Geschikt voor patiënten die niet kunnen slikken of bij misselijkheid/vomitus.

Noem een voorbeeld van een lokaal anestheticum.

Lidocaïne crème, gebruikt om pijn te verlichten op de huid.

Vul in: Topicale toediening is vooral effectief bij __________.

oppervlakkige aandoeningen van de huid.

Wat zijn de kenmerken van een gel?

Een combinatie van water en geleringsmiddelen, makkelijk aan te brengen, snel absorberend.

Wat zijn de voordelen van vaginale toediening?

- Directe werking op de doelorganen. - Vermijden van first-pass effect. - Geschikt voor lokale en systemische effecten.

Vragen in deze set(48)

1. Wat is het belangrijkste voordeel van orale toediening van medicatie?

A.Eenvoudig en comfortabel
B.Snelle werking
C.Directe bloedtoediening
D.Hogere absorptie

2. Wat is een kenmerk van topicale toediening?

A.Het wordt aangebracht op de huid of slijmvliezen.
B.Het wordt ingenomen via de mond.
C.Het wordt geïnjecteerd in de bloedbaan.
D.Het wordt gegeven als een infuus.

3. Wat is de meest voorkomende toedieningsroute voor vaccins?

A.Intramusculair
B.Subcutaan
C.Intradermaal
D.Oraal

4. Welke vorm van orale medicatie komt het snelst in het bloed?

A.Tabletten
B.Capsules
C.Vloeibare oplossingen
D.Poeders

5. Wat is een nadeel van transdermale pleisters?

A.Zij zijn moeilijk aan te brengen.
B.Zij kunnen huidirritatie veroorzaken.
C.Zij hebben een snelle werking.
D.Zij zijn alleen voor lokaal gebruik.

6. Bij welke toedieningsroute is de kans op infectie het grootst?

A.Intravenous
B.Subcutaan
C.Intramusculair
D.Intradermaal

7. Wat kan de absorptie van orale medicatie beïnvloeden?

A.Lichaamstemperatuur
B.Voedselinname
C.Geslacht
D.Slaapduur

8. Waarvoor worden neussprays vaak gebruikt?

A.Voor het behandelen van hoest.
B.Voor het verlichten van allergieën.
C.Voor het toedienen van pijnstillers.
D.Voor het smeren van de huid.

9. Welke van de volgende toedieningsroutes is het meest geschikt voor pijnbestrijding?

A.Intraveneus
B.Orale
C.Subcutaan
D.Intradermaal

10. Welke van de volgende situaties maakt orale toediening mogelijk ONGEPAST?

A.Patiënt met hoofdpijn
B.Patiënt met slikproblemen
C.Patiënt met een koorts
D.Patiënt met een verkoudheid

11. Wat is het belangrijkste voordeel van vaginale toediening?

A.Het vermijdt het first-pass effect.
B.Het is alleen geschikt voor lokale effecten.
C.Het heeft geen bijwerkingen.
D.Het vereist geen medische begeleiding.

12. Wat is een belangrijk voordeel van subcutane injecties?

A.Snelle medicijntoediening
B.Langzame absorptie
C.Directe bloedcirculatie
D.Minder pijn

13. Wat is de rol van de lever bij orale medicatie?

A.Absorptie
B.Metabolisme
C.Uitscheiding
D.Versterking

14. Wat is een typisch voorbeeld van mucosale toediening?

A.Oogdruppels.
B.Neusspray.
C.Zalf.
D.Crème.

15. Bij welke hoek moet een intradermale injectie worden gegeven?

A.15 graden
B.45 graden
C.90 graden
D.30 graden

16. Wat gebeurt er als een dosis orale medicatie wordt vergeten?

A.Het heeft geen effect
B.Bijwerkingen worden erger
C.Neem deze in zodra je het herinnert
D.Het moet worden verdubbeld

17. Welke aandoening kan het beste behandeld worden met een topische crème?

A.Hoofdpijn.
B.Eczeem.
C.Koorts.
D.Tandpijn.

18. Wat gebeurt er bij het aspireren tijdens een injectie?

A.Controle op bloedvat
B.Medicatie vernevelen
C.Naald verwisselen
D.Injectieplaats desinfecteren

19. Wat is een mogelijk gevolg van een te hoge dosis orale medicatie?

A.Ongeldige medicatie
B.Overdosering
C.Snellere werking
D.Verbeterde absorptie

20. Wat is een belangrijk aspect bij het aanbrengen van een zalf?

A.Breng het aan op een schone, droge huid.
B.Breng het aan in een dikke laag.
C.Vermijd het aanbrengen op open wonden.
D.Gebruik het alleen 's nachts.

21. Welke van de volgende stoffen kan het beste intramusculair worden toegediend?

A.Vloeistoffen met hoge viscositeit
B.Vaccins
C.Insuline
D.Hormonen

22. Welke bijwerking hoort NIET bij orale medicatie?

A.Misselijkheid
B.Diarree
C.Hoofdpijn
D.Ademhalingsproblemen

23. Welk van de volgende is géén vorm van topicale toediening?

A.Oogdruppels.
B.Zalf.
C.Injecties.
D.Crème.

24. Wat is een complicatie van intramusculaire injecties?

A.Hematoom
B.Huiduitslag
C.Verkoudheid
D.Maagpijn

25. Wat is de meest voorkomende toedieningstijd voor orale medicatie?

A.Voor de maaltijd
B.Tijdens de maaltijd
C.Na de maaltijd
D.Eender wanneer

26. Wat is het doel van het gebruik van een gel?

A.Snelle absorptie en verlichting van pijn.
B.Langdurige werking binnen de bloedbaan.
C.Houdt de huid vochtig.
D.Verhoogt de huidtemperatuur.

27. Waar is de beste plaats voor een subcutane injectie?

A.Billen
B.Buik
C.Kuit
D.Voorkant van de hand

28. Wat zijn symptomen van een allergische reactie op orale medicatie?

A.Hoofdpijn en vermoeidheid
B.Huiduitslag en zwelling
C.Misselijkheid en braken
D.Diarree en buikpijn

29. Welk product wordt vaak gebruikt voor lokale anesthesie?

A.Ibuprofen.
B.Lidocaïne crème.
C.Paracetamol.
D.Aspirine.

30. Welk type naald is het meest geschikt voor intramusculaire injecties?

A.25G
B.21G
C.30G
D.27G

31. Wat is de relatie tussen orale medicatie en de 'first-pass' metabolisme?

A.Verhoogt de effectiviteit
B.Vermindert de effectiviteit
C.Heeft geen effect
D.Vertraagt de opname

32. Wat is een voordeel van rectale toediening?

A.Het is sneller dan orale toediening.
B.Het vermijdt het maag-darmkanaal.
C.Het kan door iedereen worden uitgevoerd.
D.Het is altijd effectief.

33. Wat beschrijft de Z-track techniek?

A.Techniek om pijn te verminderen
B.Techniek om medicatie te vernevelen
C.Techniek om weefselirritatie te voorkomen
D.Techniek voor orale medicatie

34. Wat is een correcte vergelijking tussen tabletten en vloeibare medicatie?

A.Tabletten hebben een snellere werking
B.Vloeibare medicatie heeft een langzamere absorptie
C.Tabletten zijn makkelijker te slikken
D.Vloeibare medicatie kan sneller worden opgenomen

35. Wat is een van de belangrijkste functies van oogdruppels?

A.Verlichting van pijn in het lichaam.
B.Behandeling van oogaandoeningen.
C.Verbeteren van het zicht.
D.Versterken van de ogen.

36. Welke van de volgende is geen toedieningsroute voor injecties?

A.Intramusculair
B.Subcutaan
C.Intraveneus
D.Transdermaal

37. Waar kan orale medicatie voornamelijk worden opgenomen?

A.Hoofdhalsgebied
B.Maag en dunne darm
C.Dikke darm
D.Huid

38. Waarop moet je letten bij gebruik van een neusspray?

A.Spray alleen in het rechter neusgat.
B.Houd de fles rechtop tijdens gebruik.
C.Gebruik het alleen eenmaal per dag.
D.Druppel het in de neus.

39. Wat is de optimale hoek voor intramusculaire injecties?

A.30 graden
B.45 graden
C.90 graden
D.60 graden

40. Wat moet je bij orale medicatie controleren voor toediening?

A.De kleur van de medicatie
B.De juiste dosis en tijdstip
C.De geur van de medicatie
D.De verpakking

41. Wat is een belangrijk verschil tussen crème en zalf?

A.Crème is vetbasis, zalf is waterbasis.
B.Crème is makkelijker aan te brengen dan zalf.
C.Zalf is duurder dan crème.
D.Crème heeft geen geur, zalf wel.

42. Hoe vaak moet je de injectieplaats wisselen bij subcutane injecties?

A.Dagelijks
B.Elke week
C.Elke 1-2 weken
D.Maandelijks

43. Wat is een belangrijk aspect om te overwegen bij het toedienen van orale medicatie aan een oudere patiënt?

A.Slikproblemen
B.Voorkeur voor vloeibare medicatie
C.Snelheid van absorptie
D.Geen invloed van voedsel

44. Bij welke aandoening is mucosale toediening het meest effectief?

A.Hoofdpijn.
B.Huidinfecties.
C.Allergieën.
D.Botbreuken.

45. Wat is het doel van desinfecteren van de huid voor een injectie?

A.Voorkomen van infectie
B.Pijnverlichting
C.Verhogen van absorptie
D.Verlagen van bloeddruk

46. Welke van de volgende stellingen over orale medicatie is ONWAAR?

A.Orale medicatie kan worden gegeven bij patiënten met maagklachten.
B.Sommige medicijnen zijn niet effectief bij orale toediening.
C.Voedsel kan de absorptie van orale medicatie beïnvloeden.
D.Orale medicatie is altijd veilig voor elke patiënt.

47. Wat is de belangrijkste reden om een transdermale pleister te gebruiken?

A.Continue medicijnafgifte
B.Snelle werking bij acute pijn
C.Minder kans op huidirritatie
D.Gemakkelijke dosering

48. Wat is de optimale techniek voor het geven van een intradermale injectie?

A.Een scherpe hoek van 10-15 graden
B.Een rechte hoek van 90 graden
C.Een hoek van 45 graden
D.Geen specifieke techniek vereist

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.