Eindexamen actiepotentiaal examen

Eindexamen actiepotentiaal: belangrijke begrippen en feiten voor het examen in de biologie.

Liam2005·25 flashcards·19 questions
eindexamenbiologyphysiology
0
Known
1 / 25
0
Learning
Front

Wat is een actiepotentiaal?

Tap to flip
Back

Een actiepotentiaal is een tijdelijke verandering in het membraanpotentiaal van een neuron, die leidt tot een elektrische impuls.

Tap to flip
Got it
Still learning

Quiz(19 questions)

Question 1 of 19

1. Wat gebeurt er tijdens repolarisatie?

Terms in this Study Set(25)

Wat is een actiepotentiaal?

Een actiepotentiaal is een tijdelijke verandering in het membraanpotentiaal van een neuron, die leidt tot een elektrische impuls.

Noem de fases van een actiepotentiaal.

Fases: depolarisatie, repolarisatie, hyperpolarisatie en het herstel van het rustpotentiaal.

Wat gebeurt er bij depolarisatie?

Tijdens depolarisatie openen natriumkanalen, waardoor natriumionen de cel binnenkomen en het binnenmilieu positiever wordt.

Wat is hyperpolarisatie?

Hyperpolarisatie is de fase waarin het membraanpotentiaal onder het rustpotentiaal komt door het openen van kaliumkanalen.

Wat is de rol van natrium- en kaliumionen?

Natriumionen veroorzaken depolarisatie, terwijl kaliumionen verantwoordelijk zijn voor repolarisatie en hyperpolarisatie.

Wat zijn myelinescheden?

Myelinescheden zijn vetachtige lagen die neuronen omhullen en de snelheid van actiepotentialen verhogen.

Wat is de drempelwaarde?

De drempelwaarde is het minimum depolarisatie-niveau dat bereikt moet worden om een actiepotentiaal te genereren.

Wat is refractaire periode?

De refractaire periode is de tijd na een actiepotentiaal waarin een neuron tijdelijk ongevoelig is voor nieuwe impulsen.

Verschil tussen actiepotentiaal en rustpotentiaal.

Actiepotentiaal is tijdelijk en positief, terwijl rustpotentiaal stabiel en negatief is.

Wat is impulsgeleiding?

Impulsgeleiding is de voortbeweging van actiepotentialen langs de axon van een neuron.

Wat is de functie van spanningsafhankelijke ionkanalen?

Ze openen of sluiten afhankelijk van veranderingen in het membraanpotentiaal en zijn cruciaal voor actiepotentialen.

Wat is de rol van de axonheuvel?

De axonheuvel is het gebied waar actiepotentialen worden gegenereerd, afhankelijk van de drempelwaarde.

Wat is saltatoire geleiding?

Saltatoire geleiding is de snelle voortplanting van actiepotentialen langs gemyeliniseerde axonen via knopen van Ranvier.

Wat zijn neurotransmitters?

Neurotransmitters zijn chemische stoffen die signalen tussen neuronen overdragen via synapsen.

Wat is de functie van de synaps?

De synaps is de verbinding tussen twee neuronen waar neurotransmitters worden vrijgegeven.

Wat is een excitatorisch post-synaptisch potentiaal (EPSP)?

Een EPSP is een tijdelijke depolarisatie van het postsynaptische membraan, waardoor een actiepotentiaal waarschijnlijker wordt.

Wat is een inhiberend post-synaptisch potentiaal (IPSP)?

Een IPSP is een tijdelijke hyperpolarisatie van het postsynaptische membraan, waardoor een actiepotentiaal minder waarschijnlijk wordt.

Wat is het rustpotentiaal?

Het rustpotentiaal is het membraanpotentiaal van een neuron in rust, meestal rond -70 mV.

Verschil tussen zenuwcel en spiercel.

Zenuwcellen transporteren impulsen, terwijl spiercellen verantwoordelijk zijn voor contractie en beweging.

Wat zijn ionen?

Ionen zijn geladen deeltjes, zoals natrium (Na+), kalium (K+), calcium (Ca2+) en chloride (Cl-), die betrokken zijn bij actiepotentialen.

Invloed van temperatuur op actiepotentialen?

Hogere temperaturen versnellen de geleiding van actiepotentialen, terwijl lagere temperaturen dit proces vertragen.

Wat is de functie van de bloed-hersenbarrière?

De bloed-hersenbarrière beschermt de hersenen door te voorkomen dat schadelijke stoffen vanuit het bloed de hersenen binnendringen.

Wat is de rol van calciumionen in neurotransmissie?

Calciumionen stimuleren de afgifte van neurotransmitters uit synaptische blaasjes in de synaps.

Wat is de impact van demyelinisatie?

Demyelinisatie vertraagt de geleiding van actiepotentialen, wat kan leiden tot neurologische aandoeningen zoals multiple sclerose.

Hoeveel mV is de drempelwaarde meestal?

De drempelwaarde ligt meestal rond de -55 mV voor neuronen.

Questions in this Study Set(19)

1. Wat gebeurt er tijdens repolarisatie?

A.Natriumionen stromen in
B.Kaliumionen stromen uit
C.Calciumionen stromen in
D.Niets

2. Wat is de rol van myelinescheden?

A.Vertraagt actiepotentialen
B.Versnelt actiepotentialen
C.Geen invloed
D.Verhoogt het rustpotentiaal

3. Waar vindt synaptische transmissie plaats?

A.Op de axonheuvel
B.In de synaps
C.In de celkern
D.Tussen dendrieten

4. Is het rustpotentiaal positief of negatief?

A.Positief
B.Negatief
C.Neutraal
D.Afhankelijk van de cel

5. Wat is een EPSP?

A.Een type actiepotentiaal
B.Een inhiberend potentiaal
C.Een excitatorisch potentiaal
D.Een rustpotentiaal

6. Wat is de drempelwaarde voor depolarisatie?

A.-70 mV
B.-55 mV
C.-40 mV
D.0 mV

7. Wat zijn neurotransmitters?

A.Chemische stoffen
B.Ionen
C.Vetten
D.Eiwitten

8. Wat is de functie van calciumionen in neuronen?

A.Stimuleren neurotransmissie
B.Vertragen actiepotentialen
C.Verhogen rustpotentiaal
D.Verhinderen depolarisatie

9. Wat is hyperpolarisatie?

A.Verhoging van de membraanpotentiaal
B.Verlaging van de membraanpotentiaal
C.Geen verandering
D.Stijging van calciumionen

10. Wat is de rol van de axonheuvel?

A.Initiëren van actiepotentiaal
B.Vertragen van geleiding
C.Verhogen van rustpotentiaal
D.Bevat synapsen

11. Wat is de invloed van demyelinisatie?

A.Versnelt actiepotentialen
B.Vertraagt actiepotentialen
C.Geen effect
D.Verhoogt neurotransmissie

12. Wat gebeurt er tijdens depolarisatie?

A.Kaliumionen stromen uit
B.Natriumionen stromen in
C.Calciumionen stromen uit
D.Geen verandering

13. Wat is een IPSP?

A.Excitatorisch potentiaal
B.Inhiberend potentiaal
C.Rustpotentiaal
D.Actiepotentiaal

14. Wat is de functie van ionen in neuronen?

A.Verhoogt de membraanpotentiaal
B.Reguleert actiepotentialen
C.Vertraagt de impulsgeleiding
D.Geen functie

15. Wanneer is een neuron in de refractaire periode?

A.Tijdens depolarisatie
B.Tijdens hyperpolarisatie
C.Tijdens rust
D.Tijdens actiepotentiaal

16. Wat is de temperatuur invloed op zenuwgeleiding?

A.Hogere temperaturen vertragen geleiding
B.Lagere temperaturen versnellen geleiding
C.Hogere temperaturen versnellen geleiding
D.Geen invloed

17. Wat is de functie van de bloed-hersenbarrière?

A.Voorkomt schadelijke stoffen
B.Verhoogt neurotransmissie
C.Reguleert ionen
D.Vertraagt actiepotentialen

18. Wat is de rol van de synaps?

A.Verbinding tussen neuronen
B.Reguleert actiepotentialen
C.Vertraagt neurotransmissie
D.Stimuleert hyperpolarisatie

19. Wat is het effect van een verhoogde kaliumconcentratie buiten de cel?

A.Verhoogt depolarisatie
B.Vertraagt repolarisatie
C.Verhoogt rustpotentiaal
D.Vertraagt actiepotentiaal

Related Study Sets

Create Your Own Study Set

Upload a PDF, paste your notes, or describe a topic – AI generates flashcards, quizzes and more in seconds.