Gemiddelde en mediaan cijfers stap voor stap

Leer hoe je de gemiddelde en mediaan cijfers berekent met alledaagse voorbeelden zoals uitgaven en afstanden.

LeviDeJongfd·14 fiszki·13 pytania·2 wyświetleń
bovenbouwmathematicsstatistics
0
Umiem
1 / 14
0
Uczę się
Przód

Wat is het gemiddelde van 10, 20, 30?

Kliknij, aby odwrócić
Tył

Het gemiddelde is (10 + 20 + 30) / 3 = 20.

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(13 pytania)

Pytanie 1 z 13

1. Wat is de gemiddelde waarde van 2, 6, 10?

Pojęcia w tym zestawie(14)

Wat is het gemiddelde van 10, 20, 30?

Het gemiddelde is (10 + 20 + 30) / 3 = 20.

Bereken de mediaan van 5, 3, 8.

Sorteer eerst: 3, 5, 8. De mediaan is 5.

Gemiddelde uitgaven: €50, €70, €80?

Gemiddelde = (€50 + €70 + €80) / 3 = €66,67.

Wat is de mediaan van deze cijfers: 2, 4, 9, 5?

Sorteer: 2, 4, 5, 9. Mediaan = (4 + 5) / 2 = 4,5.

Vul in: Het gemiddelde van 4, 6 en ___ is 5.

De ontbrekende waarde is 2, want (4 + 6 + 2) / 3 = 4.

Wat is waar? Mediaan is altijd groter dan gemiddelde.

Niet waar, de mediaan kan kleiner of gelijk zijn aan het gemiddelde.

Afstanden: 10 km, 15 km, 5 km. Gemiddelde?

Gemiddelde = (10 + 15 + 5) / 3 = 10 km.

Wat is de mediaan van 8, 10, 12, 14?

Sorteer: 8, 10, 12, 14. Mediaan = (10 + 12) / 2 = 11.

Gemiddelde temperatuur van 20°C, 15°C, 25°C?

Gemiddelde = (20 + 15 + 25) / 3 = 20°C.

Vul in: Mediaan van 1, 3, ___, 7 is 4.

De ontbrekende waarde moet 5 zijn, omdat (3 + 5) / 2 = 4.

Wat is het gemiddelde van 90, 80, 70, 100?

Gemiddelde = (90 + 80 + 70 + 100) / 4 = 85.

Wat is de mediaan van 18, 22, 20, 25?

Sorteer: 18, 20, 22, 25. Mediaan = (20 + 22) / 2 = 21.

Gemiddelde van €200, €300, €500?

Gemiddelde = (€200 + €300 + €500) / 3 = €333,33.

Stelling: Mediaan is gevoeliger voor uitschieters dan gemiddeld.

Onjuist, de mediaan is minder beïnvloedbaar door uitschieters.

Pytania w tym zestawie(13)

1. Wat is de gemiddelde waarde van 2, 6, 10?

A.6
B.8
C.4
D.10

2. Wat is de mediaan van 12, 15, 10, 20?

A.15
B.13
C.12
D.20

3. Gemiddelde van 100, 200, 400?

A.200
B.300
C.400
D.500

4. Is het gemiddelde altijd groter dan de mediaan?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

5. Wat is de mediaan van 1, 4, 3, 2?

A.2.5
B.3
C.4
D.1

6. Vul in: Gemiddelde van 5, 7, ___ is 6.

A.3
B.4
C.8
D.6

7. Wat is de mediaan van 9, 3, 5, 7?

A.5
B.6
C.7
D.8

8. Gemiddelde uitgaven: €10, €20, €30?

A.20
B.25
C.15
D.30

9. Is de mediaan altijd een van de getallen?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

10. Wat is de gemiddelde temperatuur van 10°C, 20°C, 30°C?

A.20°C
B.25°C
C.15°C
D.30°C

11. Wat is de mediaan van 1, 2, 3, 4, 5?

A.2
B.3
C.4
D.5

12. Gemiddelde van 25, 75, 50?

A.50
B.60
C.70
D.75

13. Wat is de mediaan van 6, 8, 10, 12?

A.8
B.10
C.9
D.11

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.