Woordjes: Duits eindexamen brief

Deze flashcards en quiz helpen je bij het leren van belangrijke Duitse woorden en zinnen voor je eindexamen. Gebruik ze om je vocabulaire uit te breiden en jezelf te testen.

DragonAnna4·33 fiszki·14 pytania·1 wyświetleń
eindexamenlanguagesgerman
0
Umiem
1 / 33
0
Uczę się
Przód

der Lehrer

Kliknij, aby odwrócić
Tył

de leraar

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(14 pytania)

Pytanie 1 z 14

1. Wat betekent 'der Lehrer'?

Pojęcia w tym zestawie(33)

der Lehrer

de leraar

die Schule

de school

lernen

leren

die Hausaufgabe

het huiswerk

gut

goed

schlecht

slecht

der Freund

de vriend

die Familie

de familie

spielen

spelen

die Zeit

de tijd

der Computer

de computer

das Buch

het boek

lesen

lezen

schreiben

schrijven

das Zimmer

de kamer

die Stadt

de stad

fahren

rijden

der Weg

de weg

die Straße

de straat

warm

warm

kalt

koud

der Tag

de dag

die Nacht

de nacht

essen

eten

trinken

drinken

die Frage

de vraag

die Antwort

het antwoord

schnell

snel

langsam

langzaam

schön

mooi

hässlich

lelijk

der Hund

de hond

die Katze

de kat

Pytania w tym zestawie(14)

1. Wat betekent 'der Lehrer'?

A.de leraar
B.de lerares
C.de student
D.de directeur

2. Wat betekent 'spielen'?

A.spelen
B.werken
C.leren
D.leiden

3. Welk woord betekent 'de school'?

A.die Schule
B.die Universität
C.das Klassenzimmer
D.das Buch

4. Wat betekent 'lesen'?

A.lezen
B.schrijven
C.studeren
D.zitten

5. Wat betekent 'die Frage'?

A.de vraag
B.de antwoord
C.de zin
D.de les

6. Welk woord betekent 'de familie'?

A.die Familie
B.die Freunde
C.die Eltern
D.die Geschwister

7. Wat betekent 'essen'?

A.eten
B.drinken
C.koken
D.serveren

8. Wat betekent 'die Stadt'?

A.de stad
B.het dorp
C.de boerderij
D.de ruimte

9. Wat betekent 'fahren'?

A.rijden
B.lopen
C.rennen
D.dragen

10. Welk woord betekent 'de tijd'?

A.die Zeit
B.das Jahr
C.der Monat
D.der Tag

11. Wat betekent 'schnell'?

A.snel
B.langzaam
C.mooi
D.grappig

12. Wat betekent 'kalt'?

A.koud
B.warm
C.lekker
D.dun

13. Wat betekent 'der Hund'?

A.de hond
B.de kat
C.de muis
D.de vis

14. Welk woord betekent 'het huiswerk'?

A.die Hausaufgabe
B.der Test
C.die Prüfung
D.das Projekt

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.