Engels voorzetsels van tijd flashcards

Deze set bevat een lijst van belangrijke Engelse voorzetsels van tijd, samen met een quiz om hun betekenis te testen.

Swift38·23 fiszki·18 pytania·4 wyświetleń
bovenbouwlanguagesenglish
0
Umiem
1 / 23
0
Uczę się
Przód

at

Kliknij, aby odwrócić
Tył

bij (tijd)

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(18 pytania)

Pytanie 1 z 18

1. Wat betekent 'before'?

Pojęcia w tym zestawie(23)

at

bij (tijd)

on

op (dagen)

in

in (maanden/jaren)

before

voor (tijd)

after

na (tijd)

during

tijdens

since

sinds

until

tot

for

voor (tijdspanne)

by

voor (deadline)

ago

geleden

next

volgende

last

vorige

every

elke

around

rond (tijd)

throughout

gedurende

within

binnen (tijd)

this

deze (tijd)

that

die (tijd)

before noon

voor de middag

after dark

na het donker

in the morning

's ochtends

at midnight

om middernacht

Pytania w tym zestawie(18)

1. Wat betekent 'before'?

A.voor (tijd)
B.na (tijd)
C.gedurende
D.binnen (tijd)

2. Welk woord betekent 'gedurende'?

A.since
B.after
C.during
D.until

3. Wat betekent 'in'?

A.in (maanden/jaren)
B.bij (tijd)
C.voor (tijdspanne)
D.na (tijd)

4. Welk woord betekent 'voor (deadline)'?

A.by
B.for
C.until
D.next

5. Wat betekent 'ago'?

A.geleden
B.volgende
C.vorige
D.sinds

6. Welk woord betekent 'na (tijd)'?

A.after
B.before
C.during
D.by

7. Wat betekent 'next'?

A.vorige
B.deze (tijd)
C.volgende
D.elke

8. Welk woord betekent 'sinds'?

A.for
B.since
C.until
D.after

9. Wat betekent 'every'?

A.sinds
B.chronologisch
C.elke
D.na

10. Welk woord betekent 'gedurende'?

A.until
B.during
C.by
D.for

11. Wat betekent 'at midnight'?

A.om middernacht
B.voor de middag
C.na het donker
D.in de ochtend

12. Welk woord betekent 'voor (tijdspanne)'?

A.for
B.since
C.in
D.before

13. Wat betekent 'this' in de tijdcontext?

A.deze (tijd)
B.die (tijd)
C.vorige
D.volgende

14. Welk woord betekent 'tot'?

A.until
B.since
C.after
D.before

15. Wat betekent 'after dark'?

A.na het donker
B.om middernacht
C.voor de middag
D.in de ochtend

16. Welk woord betekent 'rond (tijd)'?

A.before
B.around
C.during
D.after

17. Wat betekent 'this morning'?

A.deze ochtend
B.vorige ochtend
C.volgende ochtend
D.sinds de ochtend

18. Welk woord betekent 'in (maanden/jaren)'?

A.on
B.in
C.at
D.for

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.