Eindexamen lidwoord flashcards

Eindexamen voorbereiding met flashcards over lidwoorden in het Nederlands.

FinnB8·18 fiszki·13 pytania·2 wyświetleń
eindexamenlanguage_artsorthography
0
Umiem
1 / 18
0
Uczę się
Przód

Wat zijn de bepaalde lidwoorden?

Kliknij, aby odwrócić
Tył

De bepaalde lidwoorden in het Nederlands zijn 'de' en 'het'.

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(13 pytania)

Pytanie 1 z 13

1. Wat is het juiste lidwoord voor 'auto'?

Pojęcia w tym zestawie(18)

Wat zijn de bepaalde lidwoorden?

De bepaalde lidwoorden in het Nederlands zijn 'de' en 'het'.

Wat zijn de onbepaalde lidwoorden?

De onbepaalde lidwoord is 'een'.

Gebruik 'de' voor...

'de' gebruik je voor de meeste de-woorden, meestal voor meervoud en vrouwelijke woorden.

Gebruik 'het' voor...

'het' gebruik je voor het-woorden en het enkelvoud van onzijdige zelfstandige naamwoorden.

Vul in: _____ boek.

Het juiste lidwoord is 'het': het boek.

Vul in: _____ tafel.

Het juiste lidwoord is 'de': de tafel.

Wat is het meervoud van 'de'?

'De' blijft 'de' in het meervoud: de boeken.

Wat is het meervoud van 'het'?

'Het' wordt 'de' in het meervoud: de huizen.

Waar gebruik je 'de' voor?

'De' wordt gebruikt voor vrouwelijke en meervoudige zelfstandige naamwoorden.

Waar gebruik je 'het' voor?

'Het' wordt gebruikt voor onzijdige zelfstandige naamwoorden.

Waar komt het lidwoord voor?

Het lidwoord komt voor het zelfstandig naamwoord en bepaalt de specificiteit.

Vul in: _____ appel.

Het juiste lidwoord is 'de': de appel.

Vul in: _____ huis.

Het juiste lidwoord is 'het': het huis.

Is 'de' een bepaald lidwoord? (ja/nee)

Ja, 'de' is een bepaald lidwoord.

Is 'een' een bepaald lidwoord? (ja/nee)

Nee, 'een' is een onbepaald lidwoord.

Vul in: _____ school.

Het juiste lidwoord is 'de': de school.

Vul in: _____ boekenkast.

Het juiste lidwoord is 'de': de boekenkast.

Vergelijk 'de' en 'het'.

'De' is voor vrouwelijke en meervoudige woorden, 'het' voor onzijdige woorden.

Pytania w tym zestawie(13)

1. Wat is het juiste lidwoord voor 'auto'?

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Die

2. Wat is het juiste lidwoord voor 'kind'?

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Die

3. Is 'de' een onbepaald lidwoord?

A.A) Ja
B.B) Nee
C.C) Soms
D.D) Altijd

4. Welke zin is correct?

A.A) Ik heb een huis
B.B) Ik heb de huis
C.C) Ik heb het huis
D.D) Ik heb die huis

5. Vul in: _____ fiets.

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Dit

6. Is 'een' een bepaald lidwoord?

A.A) Ja
B.B) Nee
C.C) Soms
D.D) Altijd

7. Wat is het meervoud van 'het boek'?

A.A) De boeken
B.B) Het boeken
C.C) De boek
D.D) Een boeken

8. Welke zin is incorrect?

A.A) Ik zie de maan
B.B) Het is een mooie dag
C.C) Hij heeft de auto
D.D) Hij heeft het katten

9. Wat is het juiste lidwoord voor 'aanrecht'?

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Dit

10. Is 'de' geschikt voor het woord 'kind'?

A.A) Ja
B.B) Nee
C.C) Soms
D.D) Altijd

11. Vul in: _____ vrienden.

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Die

12. Wat is het juiste lidwoord voor 'stoel'?

A.A) De
B.B) Het
C.C) Een
D.D) Dit

13. Is 'het' een bepaald lidwoord?

A.A) Ja
B.B) Nee
C.C) Soms
D.D) Altijd

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.