BBP flashcards

BBP flashcards over macro-economie, met focus op de begrippen en formules.

Emma88·19 fiszki·15 pytania·1 wyświetleń
bovenbouweconomicsmacro
0
Umiem
1 / 19
0
Uczę się
Przód

Wat is BBP?

Kliknij, aby odwrócić
Tył

BBP staat voor Bruto Binnenlands Product. Het is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar geproduceerd worden.

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(15 pytania)

Pytanie 1 z 15

1. Wat is het doel van het BBP?

Pojęcia w tym zestawie(19)

Wat is BBP?

BBP staat voor Bruto Binnenlands Product. Het is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar geproduceerd worden.

Formule voor BBP?

BBP = C + I + G + (X - M). Hierin staat C voor consumptie, I voor investeringen, G voor overheidsuitgaven, X voor export en M voor import.

Wat betekent 'inflatie'?

Inflatie is de stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten in een economie over een bepaalde periode.

Verschil tussen nominale en reële BBP?

Nominaal BBP meet de waarde van productie tegen actuele prijzen, terwijl reëel BBP de waarde meet gecorrigeerd voor inflatie.

Wat zijn economische cycli?

Economische cycli zijn de fluctuaties in economische activiteiten zoals groei en recessie die zich over een bepaalde periode voordoen.

Definitie van 'werkloosheid'?

Werkloosheid is het percentage van de beroepsbevolking dat actief op zoek is naar werk, maar geen werk kan vinden.

Wat is 'conjunctuur'?

Conjunctuur verwijst naar de periode van economische groei of krimp in een economie, vaak gemeten aan de hand van BBP-groei.

Wat zijn 'overheidsuitgaven'?

Dit zijn uitgaven die de overheid doet voor goederen en diensten, zoals infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg.

Wat betekent 'debt-to-GDP'?

Debt-to-GDP ratio is de verhouding van de totale staatsschuld ten opzichte van het BBP, wat de financiële gezondheid van een land aangeeft.

Oorzaken van inflatie?

Inflatie kan veroorzaakt worden door vraaginflatie, kosteninflatie of door een stijging van de geldhoeveelheid in de economie.

Wat is 'monetair beleid'?

Monetair beleid is het beleid van de centrale bank dat gericht is op het beheren van de geldhoeveelheid en rentevoeten om economische stabiliteit te bevorderen.

Wat zijn 'bestedingen'?

Bestedingen zijn de uitgaven die huishoudens, bedrijven en de overheid doen voor goederen en diensten in de economie.

Wat is 'deflatie'?

Deflatie is de daling van het algemene prijsniveau van goederen en diensten. Het kan leiden tot economische stagnatie.

Wat is een 'conjunctuurschommeling'?

Een conjunctuurschommeling is een fluctuatie in de economische activiteit van een land, die leidt tot perioden van groei en recessie.

Wat is een 'economische recessie'?

Een recessie is een periode van negatieve economische groei gedurende twee opeenvolgende kwartalen, gekenmerkt door dalende BBP.

Wat zijn 'importen'?

Importen zijn goederen en diensten die een land koopt vanuit het buitenland. Ze dragen bij aan de totale consumptie.

Wat zijn 'exporten'?

Exporten zijn goederen en diensten die een land verkoopt aan het buitenland. Ze zijn belangrijk voor de economische groei.

Wat is 'overheidsbeleid'?

Overheidsbeleid omvat de plannen en acties die door de overheid worden genomen om de economie te reguleren en te stimuleren.

Wat zijn 'investeringen'?

Investeringen zijn uitgaven door bedrijven voor kapitaalgoederen, zoals machines en gebouwen, die helpen bij de productie.

Pytania w tym zestawie(15)

1. Wat is het doel van het BBP?

A.Economische groei meten
B.Inflatie meten
C.Werkloosheid meten
D.Export verhogen

2. Wat geeft de 'debt-to-GDP' ratio aan?

A.Financiële gezondheid van een land
B.Percentage werkloosheid
C.Inflatieniveau
D.BBP-groei

3. Wat is een gevolg van inflatie?

A.Stijgende prijzen
B.Lagere lonen
C.Hogere werkloosheid
D.Verlaagde belastinginkomsten

4. Wat is het effect van een stijging van de rente op de economie?

A.Meer lenen
B.Minder investeren
C.Hogere consumptie
D.Meer export

5. Wat is een kenmerk van een recessie?

A.Stijgende werkgelegenheid
B.Negatieve BBP-groei
C.Hogere bestedingen
D.Verminderde inflatie

6. Wat is het primaire doel van overheidsuitgaven?

A.Inflatie verlagen
B.Economische groei stimuleren
C.Schulden verminderen
D.Werkloosheid verhogen

7. Wat is de relatie tussen consumptie en BBP?

A.Consumptie vermindert BBP
B.Consumptie heeft geen invloed
C.Consumptie verhoogt BBP
D.Consumptie is gelijk aan BBP

8. Wat is een indicatie van deflatie?

A.Stijgende prijzen
B.Daling van het prijsniveau
C.Hogere vraag
D.Meer consumptie

9. Wat voor effect heeft inflatie op de koopkracht?

A.Verhoogt de koopkracht
B.Vermindert de koopkracht
C.Geen effect
D.Verhoogt alleen bij inkomensstijging

10. Wat is het doel van monetair beleid?

A.Inflatie verminderen
B.Sparen stimuleren
C.Export verhogen
D.Bestedingen verlagen

11. Wat zijn de belangrijkste factoren van economische groei?

A.Inflatie en werkloosheid
B.Bestedingen, investeringen, en export
C.Salarissen en lonen
D.Schulden en belasting

12. Wat is een gevolg van een stijging van de belasting?

A.Verhoogde consumptie
B.Verminderde overheidsschuld
C.Lagere bestedingen
D.Hogere werkgelegenheid

13. Wat is de impact van buitenlandse handel op de economie?

A.Verhoogt de werkloosheid
B.Versterkt de economie
C.Vermindert de BBP-groei
D.Beperkt consumptie

14. Wat gebeurt er bij een economische groei?

A.Stijgende werkloosheid
B.Hogere bestedingen
C.Lagere productie
D.Daling van het BBP

15. Wat is het resultaat van vraaginflatie?

A.Stijgende prijzen door hogere vraag
B.Dalen van de werkgelegenheid
C.Verminderen van de productie
D.Stijging van de werkloosheid

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.