Eindexamen afweer specifiek eindexamen

Eindexamen afweer specifiek eindexamen: belangrijke begrippen en kennis over het immuunsysteem.

BramSparrow·20 fiszki·17 pytania·2 wyświetleń
eindexamenbiologyhuman_biology
0
Umiem
1 / 20
0
Uczę się
Przód

Wat is het immuunsysteem?

Kliknij, aby odwrócić
Tył

Een complex netwerk van cellen en eiwitten dat het lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers.

Kliknij, aby odwrócić
Umiem
Uczę się

Quiz(17 pytania)

Pytanie 1 z 17

1. Wat is de functie van B-cellen?

Pojęcia w tym zestawie(20)

Wat is het immuunsysteem?

Een complex netwerk van cellen en eiwitten dat het lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers.

Noem de twee hoofdtypen afweer.

Specifieke en niet-specifieke afweer.

Wat zijn antistoffen?

Eiwitten geproduceerd door B-cellen die specifiek binden aan antigenen.

Verschil tussen B-cellen en T-cellen?

B-cellen produceren antistoffen; T-cellen zijn betrokken bij cel-gemediëerde immuniteit.

Wat zijn antigenen?

Moleculen die een immuunrespons opwekken, zoals op het oppervlak van bacteriën.

Wat is humorale immuniteit?

Immuniteit die afhankelijk is van de productie van antilichamen door B-cellen.

Wat zijn macrofagen?

Grote fagocyterende cellen die ziekteverwekkers en dode cellen opruimen.

Wat is de rol van de thymus?

Een orgaan waar T-cellen rijpen en leren onderscheid maken tussen lichaamseigen en vreemde cellen.

Noem een voorbeeld van een niet-specifieke afweerreactie.

De ontstekingsreactie.

Wat is actieve immunisatie?

Immunisatie waarbij het lichaam zelf antistoffen aanmaakt na infectie of vaccinatie.

Wat is passieve immunisatie?

Immunisatie waarbij antistoffen van een ander individu worden ontvangen, zoals via moedermelk.

Wat zijn cytokines?

Eiwitten die de communicatie tussen immuuncellen reguleren en immuunreacties aansteken.

Wat is een vaccin?

Een preparaat dat het immuunsysteem stimuleert om immuniteit tegen ziekteverwekkers op te bouwen.

Wat is een auto-immuunziekte?

Een ziekte waarbij het immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt, zoals bij reuma.

Valse of ware: Vaccins zijn altijd effectief?

Valse. Vaccins zijn meestal effectief, maar niet altijd 100%.

Wat is een allergie?

Een overreactie van het immuunsysteem op normaal onschadelijke stoffen, zoals pollen.

Vul de zin in: T-cellen kunnen ___ van geïnfecteerde cellen herkennen.

Antigenen

Wat is de functie van mestcellen?

Ze spelen een rol bij allergische reacties en verwijding van bloedvaten.

Noem een functie van lymfeklieren.

Zij filteren lymfevocht en zijn een ontmoetingsplaats voor immuuncellen.

Wat is de rol van het complement systeem?

Een groep eiwitten die ziekteverwekkers markeren en helpen bij hun vernietiging.

Pytania w tym zestawie(17)

1. Wat is de functie van B-cellen?

A.Producing antibodies
B.Killing infected cells
C.Releasing cytokines
D.Activating T-cells

2. Wat type afweer is een ontsteking?

A.Actieve immunisatie
B.Specifieke afweer
C.Niet-specifieke afweer
D.Passieve immunisatie

3. Wat is de rol van T-cellen?

A.Producing antibodies
B.Recognizing infected cells
C.Phagocytosis
D.Secreting complements

4. Wat zijn histamines?

A.Antibodies
B.Cytokines
C.Immune cells
D.Chemical messengers involved in allergic reactions

5. Wat gebeurt er bij actieve immunisatie?

A.Directe overdracht van antistoffen
B.Lichaam maakt zelf antistoffen aan
C.Geen immuunrespons
D.Snel resultaat

6. Wat is de functie van een vaccin?

A.Versterkt de respiratoire functie
B.Stimuleert immuniteit
C.Vermindert cholesterol
D.Verhoogt de glucosewaarden

7. Wat betekent het als iemand een auto-immuunziekte heeft?

A.Het immuunsysteem valt zelf het lichaam aan
B.Het lichaam maakt te veel antistoffen aan
C.Er is geen immuniteit
D.De immuniteit is verlaagd

8. Wat is de rol van macrofagen?

A.Producing antibodies
B.Executing infected cells
C.Engulfing pathogens
D.Releasing histamines

9. Wat zijn allergieën?

A.Normale immuunreacties
B.Overreacties van het immuunsysteem
C.Ongepaste reacties op vaccins
D.Deficiënties in de immuniteit

10. Wat is cytokine storm?

A.Ontstekingsreactie
B.Immunodeficiëntie
C.Verlies van cellen
D.Bloedstoring

11. Wat is de functie van het complement systeem?

A.Bevorderen van de bloedstolling
B.Merken en doden van pathogenen
C.Ondersteunen van de spijsvertering
D.Stimuleren van de groei

12. Wat is een voorbeeld van niet-specifieke afweer?

A.Antistoffen
B.Fagocytose
C.Vaccinatie
D.T-cel activatie

13. Waar rijpen T-cellen?

A.In de milt
B.In de thymus
C.In het beenmerg
D.In de huid

14. Wat zijn mestcellen?

A.T-cellen
B.B-cellen
C.Allergie-hormonen
D.Immuun cellen betrokken bij allergieën

15. Wat voor soort immuniteit krijg je van moedermelk?

A.Actieve immuniteit
B.Passieve immuniteit
C.Verworven immuniteit
D.Natuurlijke immuniteit

16. Wat doen T-helpercellen?

A.Fagocyteren
B.Stimuleren B-cellen
C.Aanvallen tumorcellen
D.Produceren antilichamen

17. Valse of ware: Het immuunsysteem kan zichzelf niet aanvallen.

A.Valse
B.Ware
C.Waar
D.Onzeker

Powiązane zestawy

Stwórz własny zestaw

Wgraj PDF, wklej notatki lub opisz temat – AI wygeneruje fiszki, quizy i więcej w kilka sekund.