Tentamen: Bedrijfsstatistiek steekproeftrekking

Deze begrippenlijst behandelt belangrijke termen en concepten rondom steekproeftrekking in bedrijfsstatistiek, gericht op praktische toepassingen zoals winkelprijzen en reisafstanden.

Lucas2010·28 flashcards·28 vragen·1 weergaven
hbomathematicsstatistics
0
Ken ik
1 / 28
0
Aan het leren
Voorkant

Steekproef

Tik om om te draaien
Achterkant

Een selectie van individuen uit een populatie om gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld 100 klanten uit een winkel.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(28 vragen)

Vraag 1 van 28

1. Wat is een voorbeeld van een aselecte steekproef in een restaurant?

Termen in deze set(28)

Basisbegrippen van steekproeftrekking(16)

Steekproef

Een selectie van individuen uit een populatie om gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld 100 klanten uit een winkel.

Populatie

De gehele groep waaruit een steekproef wordt getrokken, zoals alle inwoners van Nederland.

Willekeurige steekproef

Elke deelnemer heeft een gelijke kans om gekozen te worden, zoals het trekken van namen uit een hoed.

Systematische steekproef

Deelnemers worden gekozen volgens een vast systeem, bijvoorbeeld elke derde klant die binnenkomt.

Stratificatie

De populatie wordt verdeeld in subgroepen, zoals leeftijdsgroepen, voor een representatieve steekproef.

Clustersteekproef

De populatie wordt verdeeld in clusters en een aantal clusters wordt geheel onderzocht. Bijvoorbeeld alle scholen in een stad.

Steekproefomvang

Het aantal individuen in de steekproef. Een grotere steekproef geeft vaak nauwkeurigere resultaten.

Bias

Een systematische afwijking in de steekproef die de resultaten vertekent, zoals alleen rijke klanten ondervragen.

Representativiteit

De mate waarin een steekproef de kenmerken van de populatie weerspiegelt, bijvoorbeeld op basis van leeftijd en inkomen.

Enquêtemethode

Een manier om gegevens te verzamelen, zoals online vragenlijsten of telefonische interviews.

Betrouwbaarheid

De consistentie van de resultaten bij herhaaldelijk onderzoek, bijvoorbeeld als dezelfde steekproef steeds dezelfde uitkomst geeft.

Validiteit

De mate waarin een onderzoek meet wat het beoogt te meten, zoals klanttevredenheid via een gerichte enquête.

Sampling error

De fout die ontstaat door het gebruik van een steekproef in plaats van de gehele populatie, bijvoorbeeld een foutmarge van 3%.

Convenience sampling

Deelnemers worden geselecteerd op basis van beschikbaarheid, zoals vrienden of collega’s, wat kan leiden tot bias.

Fase van steekproeftrekking

De stappen die worden doorlopen om een steekproef te selecteren: planning, selectie, en dataverzameling.

Centrale limietstelling

Bij grote steekproeven benadert de verdeling van het steekproefgemiddelde de normale verdeling, ongeacht de populatieverdeling.

Toepassingen in de praktijk(12)

Wat is steekproeftrekking in winkelen?

Steekproeftrekking is het selecteren van een klein aantal klanten uit een grote groep om hun koopgedrag te bestuderen.

Voorbeeld van een systematische steekproef?

In een supermarkt wordt elke vijfde klant gevraagd om een enquête in te vullen.

Hoe kan je een steekproef nemen bij een reis?

Vraag elke derde reiziger op een trein om hun tevredenheid over de reis te beoordelen.

Wat is een clustersteekproef?

Bij een festival wordt elke groep van vijf bezoekers geïnterviewd om de bezoekerservaring te meten.

Vul de lege plek in: In een bevolkingsonderzoek ...

... worden 1000 mensen geselecteerd om de leefgewoonten van een stad te onderzoeken.

Wat is het doel van steekproeven in statistiek?

Statistieken uit een steekproef generaliseren naar een grotere populatie om trends of patronen te ontdekken.

Stelling: Steekproeven zijn altijd representatief.

Onjuist. Een steekproef kan vertekeningen bevatten als de selectie niet willekeurig is.

Vergelijk: Aselecte vs. systematische steekproef.

Aselect: willekeurig, bijvoorbeeld loting. Systematisch: elke n-de persoon, zoals elke vijfde klant.

Hoeveel mensen zijn nodig voor een goede steekproef?

Minimaal 30 mensen, maar meer is beter voor betrouwbaarheid en nauwkeurigheid.

Wat kan een steekproef bij huuronderzoek opleveren?

Informatie over huurprijzen en bewonerservaringen in een bepaalde wijk, gebaseerd op een aantal geselecteerde woningen.

Geef een voorbeeld van een gerichte steekproef.

Een enquête onder sporters in een sportschool om hun voorkeuren voor fitnessapparaten te onderzoeken.

Wat is het voordeel van steekproeven in marktonderzoek?

Het bespaart tijd en kosten, terwijl je toch bruikbare inzichten krijgt in klantbehoeften.

Vragen in deze set(28)

1. Wat is een voorbeeld van een aselecte steekproef in een restaurant?

A.Alle klanten krijgen dezelfde korting.
B.Elke tiende klant wordt gevraagd om feedback.
C.Alle medewerkers vullen een enquête in.
D.Alle tafels worden genoteerd voor de resultaten.

2. Wat is een steekproef?

A.Een selectie van individuen uit een populatie
B.De gehele populatie
C.Een type enquête
D.Een statistisch teken

3. Waarom is het nuttig om een steekproef te nemen bij een prijsvergelijking van supermarkten?

A.Het toont de prijzen van alle producten.
B.Het geeft een representatief beeld van de gemiddelde prijzen.
C.Het maakt het onmogelijk om te vergelijken.
D.Het zorgt ervoor dat alle winkels gelijk worden behandeld.

4. Wat is een populatie in statistiek?

A.De gehele groep waaruit een steekproef wordt getrokken
B.De steekproef zelf
C.Een willekeurige selectie
D.Een fout in de gegevens

5. Wat onderscheidt een clustersteekproef van andere steekproefmethoden?

A.Het omvat altijd een vaste groep.
B.Het selecteert meerdere groepen tegelijk.
C.Het vraagt elke klant om een enquête in te vullen.
D.Het is gebaseerd op willekeurige selectie van individuen.

6. Bij welke steekproefmethode heeft elke deelnemer een gelijke kans om gekozen te worden?

A.Willekeurige steekproef
B.Systematische steekproef
C.Stratificatie
D.Convenience sampling

7. Wat is een gevaren van een niet-willekeurige steekproef?

A.Het kan leiden tot een vertekening van de resultaten.
B.Het is altijd duurder.
C.Het biedt meer gedetailleerde informatie.
D.Het is sneller om uit te voeren.

8. Wat is een systematische steekproef?

A.Kiezen volgens een vast systeem
B.Kiezen op basis van beschikbaarheid
C.Kiezen van meerdere clusters
D.Kiezen van rijke klanten

9. Wat is een belangrijk aspect bij het bepalen van de steekproefgrootte?

A.Hoeveel verschillende producten er zijn.
B.Het aantal medewerkers in de organisatie.
C.De variabiliteit van de populatie.
D.Het seizoen waarin het onderzoek plaatsvindt.

10. Wat houdt stratificatie in?

A.Verdelen van de populatie in subgroepen
B.Kiezen van de oudste deelnemers
C.Kiezen van slechts één cluster
D.Kiezen van vrienden als deelnemers

11. Bij welke van de volgende situaties zou een systematische steekproef het meest geschikt zijn?

A.Als je elke klant op straat wilt ondervragen.
B.Als je honderd willekeurige mensen wilt selecteren.
C.Als je elke derde bezoeker in een wachtrij vraagt om feedback.
D.Als je een specifieke groep studenten wilt onderzoeken.

12. Wat is een clustersteekproef?

A.Onderzoek van een aantal hele clusters
B.Kiezen van individuele deelnemers
C.Kiezen van alleen rijke klanten
D.Een willekeurige steekproef

13. Wat is een voordeel van het gebruik van steekproeven in marktonderzoek?

A.Het vereist altijd volledige gegevens.
B.Het is sneller en goedkoper dan een volledige enquête.
C.Het biedt geen nuttige inzichten.
D.Het maakt het moeilijker om trends te herkennen.

14. Wat is steekproefomvang?

A.Het aantal individuen in de steekproef
B.De grootte van de populatie
C.Een statistische fout
D.De tijd die nodig is voor het onderzoek

15. In welk scenario zou een gerichte steekproef het meest effectief zijn?

A.Een enquête onder alle inwoners van een stad.
B.Een vergelijking van prijzen tussen verschillende supermarkten.
C.Een enquête onder alleen de bezoekers van een sportevenement.
D.Een onderzoek naar de ervaringen van reizigers in het openbaar vervoer.

16. Wat is bias in steekproefonderzoek?

A.Een systematische afwijking die resultaten vertekent
B.Een soort clustering
C.Een willekeurige steekproefmethode
D.Een type validiteit

17. Wat is een belangrijk kenmerk van een systematische steekproef?

A.Het selecteert volledig willekeurig.
B.Het selecteert op basis van een vast interval.
C.Het is altijd de grootste steekproef.
D.Het vraagt om goedkeuring van de deelnemers.

18. Wat betekent representativiteit?

A.De mate waarin een steekproef de populatie weerspiegelt
B.Het totaal aantal deelnemers
C.De tijdsduur van het onderzoek
D.Een soort steekproefmethode

19. Wat is een voorbeeld van een steekproef bij het huren van woningen?

A.Elke huurprijs in de stad wordt genoteerd.
B.Een aantal woningen in een specifieke wijk wordt onderzocht.
C.Alle bewoners van een straat worden ondervraagd.
D.De huurprijzen worden vergeleken met andere steden.

20. Wat is een enquêtemethode?

A.Een manier om gegevens te verzamelen
B.Een statistische fout
C.Een soort steekproef
D.Een populatieomschrijving

21. Welke van de volgende stellingen is waar over steekproeven?

A.Het maakt niet uit hoeveel mensen je selecteert.
B.Een grotere steekproef levert altijd betere resultaten op.
C.Een representatieve steekproef is essentieel voor juiste conclusies.
D.Alle steekproeven zijn altijd nauwkeurig.

22. Wat betekent betrouwbaarheid in onderzoek?

A.De consistentie van resultaten bij herhaald onderzoek
B.Het aantal deelnemers
C.Een soort steekproefmethode
D.De snelheid van dataverzameling

23. Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van een clustersteekproef?

A.Een enquête onder bezoekers van vijf verschillende cafés in de stad.
B.Iedere derde klant in een winkel vragen om feedback te geven.
C.Een willekeurige loting van klanten in een winkelcentrum.
D.Het meten van de tevredenheid van elke vijfde reiziger in een trein.

24. Wat is validiteit?

A.De mate waarin een onderzoek meet wat het moet meten
B.De tijd die nodig is om de gegevens te verzamelen
C.Een steekproefgrootte
D.Een type bias

25. Wat is sampling error?

A.De fout door het gebruik van een steekproef
B.De grootte van de populatie
C.Een steekproefmethode
D.Een validiteitsprobleem

26. Wat is convenience sampling?

A.Selecteren van deelnemers op basis van beschikbaarheid
B.Selecteren van rijke klanten
C.Een random steekproefmethode
D.Een soort systematische steekproef

27. Welke fase van steekproeftrekking komt als eerste?

A.Planning
B.Dataverzameling
C.Selectie
D.Analyse

28. Wat houdt de centrale limietstelling in?

A.De verdeling van steekproefgemiddelden benadert de normale verdeling bij grote steekproeven
B.Alleen kleine steekproeven zijn betrouwbaar
C.Het aantal deelnemers is niet belangrijk
D.Het is een fout in de steekproef

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.