Periodieke functies in contexten begrippenlijst

Deze begrippenlijst helpt leerlingen bij het begrijpen van periodieke functies in alledaagse situaties zoals reizen, winkelen en temperatuur. Het bevat belangrijke voorbeelden en situaties die relevant zijn voor het eindexamen wiskunde.

DaanDeBoerft·44 flashcards·44 vragen·1 weergaven
eindexamenmathematicsalgebra
0
Ken ik
1 / 44
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een voorbeeld van korting in de winkel?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een voorbeeld is de zomerkorting van 20% die elke zomer geldt.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(44 vragen)

Vraag 1 van 44

1. Wat is een voorbeeld van een kortingsactie in de winkel?

Termen in deze set(44)

Periodieke functies in de winkel(16)

Wat is een voorbeeld van korting in de winkel?

Een voorbeeld is de zomerkorting van 20% die elke zomer geldt.

Hoe verandert de prijs bij een maandelijkse korting?

Prijs daalt elke maand met een vast percentage of bedrag.

De prijs van een product is periodiek. Wat betekent dat?

De prijs fluctueert regelmatig, zoals seizoensgebonden aanbiedingen.

Wat is de formule voor een prijs die met 10% daalt?

Als de oorspronkelijke prijs P\displaystyle P is, dan is de nieuwe prijs P−0.1P=0.9P\displaystyle P - 0.1P = 0.9P.

Vergelijk een weekaanbieding en een maandaanbieding.

Weekaanbiedingen zijn korter, terwijl maandaanbiedingen vaker herhaald worden.

Wat is het effect van een jaarlijkse prijsverhoging?

De prijs stijgt elk jaar met een bepaald percentage, wat cumulatief effect heeft.

Welke periode heeft meer kortingen: zomer of winter?

Zomerperiode heeft meestal meer kortingen door overtollige voorraad.

Bij welke winkelprijs is er een 50% korting?

Als een product €40 kost, is de prijs na korting €20.

Klopt dit? "Seizoensgebonden producten hebben geen prijsfluctuaties."

Onjuist. Seizoensgebonden producten hebben vaak fluctuaties in prijs.

Wat is een voorbeeld van een vaste korting?

Een vaste korting van €5 op elk product tijdens en na de uitverkoop.

Hoe werkt een kwartaalkorting?

Elke drie maanden geldt er een korting van bijvoorbeeld 15%.

Vul in: De prijs van het product is __________ .

periodiek afhankelijk van aanbiedingen en seizoenen.

Wat betekent het als prijzen fluctueren?

Prijzen zijn variabel en veranderen op vaste momenten, zoals feestdagen.

Hoe bereken je de nieuwe prijs na korting?

Oorspronkelijke prijs - (korting percentage × oorspronkelijke prijs).

Geef een voorbeeld van een prijs die elke maand stijgt.

Een abonnement dat elke maand met €2 stijgt.

Wat is het effect van een korting op klantenaantallen?

Klantenaantallen stijgen vaak door aantrekkelijke kortingen.

Reizen en afstand(14)

Wat is de afstand bij 60 km/u?

Afstand = snelheid × tijd. Bij 2 uur: 60 km/u × 2 u = 120 km.

Vul in: Een reis van 180 km duurt _____ uur bij 90 km/u.

180 km ÷ 90 km/u = 2 uur.

Waar of niet waar: Een constante snelheid resulteert in een lineaire functie.

Waar. De reistijd is recht evenredig met de afgelegde afstand.

Vergelijk 70 km/u en 90 km/u.

- 70 km/u: 3 uur voor 210 km - 90 km/u: 2,33 uur voor 210 km

Wat is de tijd bij 150 km en 75 km/u?

Tijd = afstand ÷ snelheid. 150 km ÷ 75 km/u = 2 uur.

Als de snelheid verdubbeld, wat gebeurt er met de reistijd?

De reistijd halveert. Bij 100 km met 50 km/u: 2 uur, bij 100 km met 100 km/u: 1 uur.

Wat is de gemiddelde snelheid bij 300 km in 4 uur?

Gemiddelde snelheid = afstand ÷ tijd. 300 km ÷ 4 u = 75 km/u.

Vul in: Bij 80 km/u is de reistijd voor 160 km _____ uur.

160 km ÷ 80 km/u = 2 uur.

Waar of niet waar: Een periode van 1 uur geeft steeds dezelfde afstand.

Waar, indien de snelheid constant is.

Wat is de afstand na 1,5 uur bij 120 km/u?

Afstand = 120 km/u × 1,5 u = 180 km.

Vergelijk de reistijd voor 200 km bij 50 km/u en 100 km/u.

- 50 km/u: 4 uur - 100 km/u: 2 uur

Vul in: Bij een snelheid van 60 km/u duurt een rit van 240 km _____ uur.

240 km ÷ 60 km/u = 4 uur.

Wat is het effect van vertraging op de reistijd?

Vertraging verhoogt de reistijd. Bijvoorbeeld, bij 60 km/u ipv 90 km/u voor 180 km.

Bij constante snelheid is de functie _____ in het afstand-tijd diagram.

Een rechte lijn met een constante helling.

Temperatuur schommelingen(14)

Wat is de gemiddelde temperatuur in Nederland in juli?

Ongeveer 20 graden Celsius.

Hoeveel graden Celsius is het in januari gemiddeld?

Ongeveer 3 graden Celsius.

Waarvoor staat de functie T(t)\displaystyle T(t)?

Temperatuur op tijdstip t\displaystyle t in de cyclus.

Temperatuur fluctueert in de zomer...

- Door zonneschijn - Door seizoen - Door tijd van de dag

Wat is de piektemperatuur in de zomer?

Gemiddeld 25 graden Celsius, afhankelijk van weerpatronen.

Waaruit bestaat de jaarlijkse temperatuurcyclus?

Seizoensgebonden fluctaties in temperatuur.

Waarvan is de temperatuur in de winter meestal lager?

Door een gebrek aan zonlicht en langere nachten.

Vul de lege ruimte in: Het temperatuurverschil tussen zomer en winter is ...

... gemiddeld 15 graden Celsius.

Wat is een oorzaak van temperatuurveranderingen?

Veranderingen in seizoenen en weerpatronen.

Waarvan is de temperatuur in de lente doorgaans hoger?

Door toenemende zonneschijn en langere dagen.

Is de temperatuur in de herfst constant?

Onjuist, de temperatuur neemt geleidelijk af.

Gemiddelde jaartemperatuur Nederland:

Ongeveer 10 graden Celsius.

Wanneer is de koudste maand in Nederland?

Januari, met de laagste temperaturen.

Hoe beïnvloedt de oceanische stromingen de temperatuur?

Ze zorgen voor mildere temperaturen in kustgebieden.

Vragen in deze set(44)

1. Wat is een voorbeeld van een kortingsactie in de winkel?

A.Een 10% kortingsbon bij elke aankoop
B.Een gratis product bij aankoop van twee
C.Een maandelijkse prijsverhoging
D.Een jaarlijkse servicevergoeding

2. Wat is de afstand bij 75 km/u na 3 uur?

A.225 km
B.150 km
C.200 km
D.175 km

3. Wat is de gemiddelde temperatuur in Nederland in oktober?

A.Ongeveer 12 graden Celsius
B.Ongeveer 5 graden Celsius
C.Ongeveer 15 graden Celsius
D.Ongeveer 8 graden Celsius

4. Hoe verandert de prijs van een product met een jaarlijkse prijsverhoging van 5%?

A.De prijs blijft hetzelfde
B.De prijs stijgt elk jaar met 5%
C.De prijs daalt elk jaar met 5%
D.De prijs fluctueert elke maand

5. Vul in: Een reis van 240 km duurt _____ uur bij 120 km/u.

A.3 uur
B.2 uur
C.4 uur
D.5 uur

6. Hoeveel graden Celsius is het gemiddeld in februari in Nederland?

A.Ongeveer 0 graden Celsius
B.Ongeveer 3 graden Celsius
C.Ongeveer 6 graden Celsius
D.Ongeveer 8 graden Celsius

7. Wat is de betekenis van een periodieke prijsfluctuatie?

A.De prijs is constant
B.De prijs verandert op onvoorspelbare momenten
C.De prijs verandert op regelmatige tijdstippen
D.De prijs kan alleen dalen

8. Waar of niet waar: Een snelheid van 80 km/u resulteert in een constante reistijd voor een vaste afstand.

A.Waar
B.Niet waar
C.Hangt af van de afstand
D.Hangt af van de route

9. Wat betekent de functie T(t)\displaystyle T(t) in het kader van temperatuur?

A.Temperatuur in het verleden
B.Temperatuur op tijdstip t\displaystyle t
C.Temperatuur in de toekomst
D.Temperatuur in de zomer

10. Bij welke korting is de nieuwe prijs €30 als de oorspronkelijke prijs €60 was?

A.25% korting
B.50% korting
C.35% korting
D.40% korting

11. Vergelijk 90 km/u en 120 km/u voor een reis van 360 km. Welke snelheid vereist de kortste reistijd?

A.90 km/u
B.120 km/u
C.Beide zijn gelijk
D.Afhankelijk van de route

12. Temperatuur fluctueert in de winter...

A.Door sneeuwval
B.Door kortere dagen
C.Door zomerse regenbuien
D.Door hogere luchtvochtigheid

13. Wat is de effect van een maandelijkse korting van €10?

A.De prijs blijft gelijk
B.De prijs daalt elke maand met €10
C.De prijs stijgt elke maand met €10
D.De korting is niet toepasbaar

14. Wat is de tijd bij 180 km en 60 km/u?

A.3 uur
B.2 uur
C.4 uur
D.1,5 uur

15. Wat is de piektemperatuur in Nederland tijdens een hete zomerdag?

A.Gemiddeld 20 graden Celsius
B.Gemiddeld 30 graden Celsius
C.Gemiddeld 25 graden Celsius
D.Gemiddeld 35 graden Celsius

16. Wat is een voordeel van seizoensgebonden aanbiedingen?

A.Ze zijn altijd beschikbaar
B.Ze hebben meestal hogere prijzen
C.Ze stimuleren de verkoop door lagere prijzen
D.Ze zijn alleen voor vaste klanten

17. Als de snelheid halveert, wat gebeurt er met de reistijd?

A.De reistijd blijft gelijk
B.De reistijd halveert
C.De reistijd verdubbelt
D.De reistijd neemt toe, maar niet verdubbelt

18. Waaruit bestaat de temperatuurcyclus in Nederland?

A.Dagelijkse fluctuaties
B.Seizoensgebonden fluctuaties
C.Uurlange fluctuaties
D.Wekelijkse fluctuaties

19. Wat is een voorbeeld van een vaste korting?

A.Een 10% korting op alle elektronische producten
B.Een €5 korting op alle jeans tijdens de uitverkoop
C.Een fluctuatie in de prijs elke week
D.Een jaarlijkse prijsverhoging

20. Wat is de gemiddelde snelheid als 400 km in 5 uur wordt afgelegd?

A.80 km/u
B.100 km/u
C.60 km/u
D.90 km/u

21. Waardoor is de temperatuur in de zomer vaak hoger?

A.Door langere nachten
B.Door zonneschijn
C.Door koude luchtstromen
D.Door neerslag

22. Wat gebeurt er als een winkel elke week een andere aanbieding heeft?

A.De prijzen zijn constant
B.De klant weet nooit wat te verwachten
C.De prijzen stijgen elke week
D.De klant kan profiteren van vaste kortingen

23. Vul in: Bij 70 km/u is de reistijd voor 210 km _____ uur.

A.3 uur
B.2 uur
C.4 uur
D.5 uur

24. Vul de lege ruimte in: Het temperatuurverschil tussen de seizoenen is ...

A.gemiddeld 10 graden Celsius
B.gemiddeld 20 graden Celsius
C.gemiddeld 15 graden Celsius
D.gemiddeld 5 graden Celsius

25. Wat is het effect van een 30% korting op een product van €200?

A.De nieuwe prijs is €140
B.De nieuwe prijs is €60
C.De prijs blijft €200
D.De korting is niet relevant

26. Waar of niet waar: Een constante snelheid resulteert in een niet-lineaire functie in een afstand-tijd diagram.

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

27. Wat is een oorzaak van temperatuurveranderingen in de herfst?

A.Verlies van bladeren
B.Toename van zonlicht
C.Verandering van luchtstromen
D.Grote kans op sneeuw

28. Hoe bereken je de nieuwe prijs na een korting van 15% op €80?

A.€68
B.€70
C.€60
D.€76

29. Wat is de afstand na 2,5 uur bij 48 km/u?

A.120 km
B.100 km
C.80 km
D.60 km

30. Hoe beïnvloedt de nabijheid van water de temperatuur?

A.Geeft lagere zomertemperaturen
B.Geeft een warmer klimaat
C.Geeft een gelijkmatiger temperatuur
D.Geeft hogere wintertemperaturen

31. Wat is een voorbeeld van een prijs die fluctueert op basis van seizoenen?

A.De prijs van winterjassen in de zomer
B.De prijs van aardbeien in het seizoen
C.De prijs van benzine die elke maand stijgt
D.De prijs van boeken die altijd gelijk blijft

32. Vergelijk de reistijd voor 150 km bij 75 km/u en 150 km bij 50 km/u. Wat is waar?

A.75 km/u is sneller
B.50 km/u is sneller
C.Beide tijden zijn gelijk
D.Afhankelijk van het verkeer

33. Is de temperatuur in de lente constant?

A.Ja, altijd gelijk
B.Nee, fluctueert vaak
C.Ja, alleen 's nachts
D.Nee, alleen in de middag

34. Wat is het effect van kortingen op het aantal klanten?

A.Het aantal klanten blijft gelijk
B.Het aantal klanten daalt
C.Het aantal klanten neemt vaak toe
D.Het aantal klanten kan niet worden voorspeld

35. Vul in: Bij een snelheid van 90 km/u duurt een rit van 270 km _____ uur.

A.3 uur
B.4 uur
C.2 uur
D.1,5 uur

36. Wat is de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland?

A.Ongeveer 10 graden Celsius
B.Ongeveer 15 graden Celsius
C.Ongeveer 5 graden Celsius
D.Ongeveer 20 graden Celsius

37. Wat is een voorbeeld van een kwartaalkorting?

A.Een korting van 20% gedurende de hele maand
B.Een korting van 10% elk kwartaal
C.Een jaarlijkse korting van 15%
D.Een dagelijkse korting van 5%

38. Wat is het effect van een stijging in snelheid op de reistijd?

A.Reistijd neemt af
B.Reistijd neemt toe
C.Reistijd blijft gelijk
D.Geen effect

39. Wanneer is de warmste maand in Nederland?

A.Juli
B.Augustus
C.Juni
D.September

40. Wanneer hebben winkels meestal meer kortingen?

A.Tijdens feestdagen
B.Na de uitverkoop
C.In het weekend
D.Tijdens rustige periodes

41. Wat is de afstand na 2 uur bij een snelheid van 80 km/u?

A.160 km
B.120 km
C.100 km
D.140 km

42. Hoe beïnvloeden wolken de temperatuur?

A.Ze verlagen de temperatuur
B.Ze verhogen de temperatuur
C.Ze hebben geen invloed
D.Ze zorgen voor constante temperaturen

43. Wat is een risico van een prijsverhoging van 10% per jaar?

A.De prijs blijft gelijk
B.De prijs kan klanten afschrikken
C.De prijs daalt automatisch
D.De prijs wordt aantrekkelijker

44. Wat beschrijft een product met fluctuaties in prijs?

A.Een vast bedrag
B.Seizoensgebonden aanbiedingen
C.Vaste prijs
D.Een product zonder aanbiedingen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.