Eindexamen: Effectgrootte vergelijken wiskunde A

Een spiekbrief voor het eindexamen wiskunde A met belangrijke begrippen en voorbeelden over effectgrootte, waaronder praktische situaties met euro's, kilometers en graden Celsius.

JesseHendriksex·80 flashcards·80 vragen
eindexamenmathematicsstatistics
0
Ken ik
1 / 80
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is effectgrootte?

Tik om om te draaien
Achterkant

Effectgrootte meet de sterkte van een relatie of het verschil tussen twee groepen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(80 vragen)

Vraag 1 van 80

1. Wat is effectgrootte?

Termen in deze set(80)

Effectgrootte Basics(20)

Wat is effectgrootte?

Effectgrootte meet de sterkte van een relatie of het verschil tussen twee groepen.

Voorbeeld van effectgrootte in cijfers?

Stel, groep A scoort gemiddeld 75 en groep B 60. Effectgrootte kan d=75−6015\displaystyle d = \frac{75 - 60}{15} zijn.

Wat zegt een effectgrootte van 0.5?

Dit betekent een gemiddeld verschil tussen groepen dat als matig wordt beschouwd.

Vul in: Klein effect is meestal kleiner dan ____.

0.2

Wat is een voorbeeld van een kleine effectgrootte?

Een verschil van 2 euro in prijs tussen twee vergelijkbare producten.

Wat is een grote effectgrootte?

Een effectgrootte groter dan 0.8, zoals een verschil van 20 euro in salaris.

True or False: Effectgrootte is altijd positief.

False. Effectgrootte kan negatief zijn als groep A lager scoort dan groep B.

Wat is Cohen's d?

Een meest gebruikte maat voor effectgrootte, berekend als het verschil tussen twee gemiddelden gedeeld door de standaarddeviatie.

Waarom is effectgrootte belangrijk?

Het helpt bij het begrijpen van de praktische betekenis van statistische resultaten.

Vergelijk: effectgrootte van 0.2 en 0.8.

0.2 is klein, 0.8 is groot. 0.8 heeft meer impact.

Geef een voorbeeld van effectgrootte in onderwijs.

Een studie toont aan dat leerlingen die extra les krijgen gemiddeld 10 punten hoger scoren.

Wat zegt effectgrootte in gezondheidsonderzoek?

Het kan de effectiviteit van een behandeling meten, zoals 5% gewichtsverlies door een dieet.

Vul in: Een effectgrootte van 0.5 betekent dat het verschil ____ is.

gemiddeld is.

Wat is de relatie tussen effectgrootte en sample size?

Grotere samples geven vaak betrouwbaardere schattingen van effectgrootte.

Geef een voorbeeld van een effectgrootte in inkomsten.

Werknemers met een diploma verdienen gemiddeld 500 euro meer dan zonder diploma.

Wat is de impact van een effectgrootte van 0.1?

Dit is een zeer klein effect; mogelijk nauwelijks waarneembaar in de praktijk.

Wat betekent een effectgrootte van -0.3?

Dit duidt op een negatief effect; bijvoorbeeld dat groep A lager scoort dan groep B.

Waarom vergelijken we effectgroottes?

Om te begrijpen hoe sterk een interventie of behandeling is in verschillende studies.

Wat is de interpretatie van d = 1.0?

Dit betekent dat er een groot verschil tussen de twee groepen is, wat vaak significant is.

Wat zegt een effectgrootte van 0.3?

Dit stelt dat er een klein maar betekenisvol effect bestaat.

Praktische Toepassingen(20)

Effectgrootte bij winkelen

Stel, je vergelijkt de prijs van twee merken sap. Merk A kost €2,00 en Merk B €1,50. Effectgrootte is het verschil in prijs: €2,00 - €1,50 = €0,50.

Wat is de effectgrootte van een korting?

Als een product van €100 met 20% korting gaat, is de effectgrootte: €100 - €20 = €80. Dit toont de impact van de korting aan.

Waarvoor gebruik je Cohen's d?

Cohen's d wordt gebruikt om de effectgrootte te berekenen tussen twee gemiddelden, zoals de gemiddelde uitgaven van verschillende klanten.

Effectgrootte in reizen

Als je reist met de auto en trein, vergelijk je tijd. Auto: 2 uur, trein: 1,5 uur. Effectgrootte: 2 uur - 1,5 uur = 0,5 uur tijdsbesparing.

Waar of niet waar: Effectgrootte is altijd positief.

Niet waar. Effectgrootte kan negatief zijn, zoals bij verlies in waarde of bij stijgende prijzen.

Vul de blanco in: Effectgrootte = ...

Effectgrootte = Verschil in gemiddelden / Standaarddeviatie.

Wat is het effect van een prijsverhoging?

Bij een prijsverhoging van €10 op een product van €50 is de effectgrootte €10. Dit kan klanten afschrikken.

Vergelijk effectgrootte van energieprijzen.

Energieprijs A: €0,20/kWh, Energieprijs B: €0,15/kWh. Effectgrootte: €0,20 - €0,15 = €0,05 per kWh.

Wat betekent een effectgrootte van 0,8?

Een effectgrootte van 0,8 geeft aan dat er een grote afwijking is tussen de twee gemiddelden; bijvoorbeeld tussen twee soorten huurprijzen.

Hoe bereken je effectgrootte bij loon?

Stel: Loon A = €2500, Loon B = €3000. Effectgrootte = €3000 - €2500 = €500.

Bij welke situatie gebruik je effectgrootte?

Bij het vergelijken van de resultaten van twee verschillende producten of diensten, zoals een nieuwe telefoonmodel versus een oud model.

Effectgrootte bij huurprijzen

Huis A kost €1200, Huis B €1000. Effectgrootte: €1200 - €1000 = €200. Dit geeft de huurprijsverschillen aan.

Wat is de effectgrootte van een reistijd?

Als je tijd verliest door files: Auto 3 uur, Vliegtuig 1,5 uur. Effectgrootte = 3 uur - 1,5 uur = 1,5 uur.

Waar of niet waar: Effectgrootte heeft altijd een numerieke waarde.

Waar. Effectgrootte wordt altijd in cijfers uitgedrukt, zoals €5 of 3 uur.

Geef een voorbeeld van effectgrootte in boodschappen.

Als je drie verschillende winkels vergelijkt: €20, €25, €18. Effectgrootte tussen hoogste en laagste: €25 - €18 = €7.

Effectgrootte en klanttevredenheid

Als een winkel zijn service verbetert, en scores stijgen van 70 naar 90. Effectgrootte: 90 - 70 = 20 punten.

Effectgrootte berekenen met reistijden?

Tijd met bus: 1,5 uur, met fiets: 0,5 uur. Effectgrootte = 1,5 uur - 0,5 uur = 1 uur.

Wat is effectgrootte in retail?

Bij het introduceren van een nieuw product: oude verkopen €1500, nieuwe verkopen €2000. Effectgrootte: €2000 - €1500 = €500.

Effectgrootte bij online aankopen

Als je een korting van €30 krijgt op een product van €150, is de effectgrootte €30. Dit beïnvloedt je aankoopbeslissing.

Effectgrootte bij reisverzekeringen?

Effectgrootte kan helpen bij het vergelijken van verschillende reisverzekeringen. Bijvoorbeeld: - Vergoeding bij annulering: €500 vs. €800 - Effectgrootte: Cohen's d = \frac{800 - 500}{ ext{standaarddeviatie}} - Dit toont aan hoeveel beter de tweede verzekering is.

Statistische Berekeningen(20)

Wat is de effectgrootte?

Een maat voor het verschil tussen twee groepen. Bijvoorbeeld, als je de gemiddelde score van groep A en groep B vergelijkt.

Bereken de effectgrootte: A: 70, B: 60.

Effectgrootte E=A−B=70−60=10\displaystyle E = A - B = 70 - 60 = 10.

Vul in: De effectgrootte is ____ als A = 80 en B = 75.

5

Is het waar? Effectgrootte kan negatief zijn.

Ja, het kan negatief zijn als de tweede groep een hogere gemiddelde score heeft.

Wat is Cohen's d?

Een veelgebruikte maat voor effectgrootte: d=fracM1−M2SD\displaystyle d = \\frac{M_{1} - M_{2}}{SD}.

Voorbeeld Cohen's d: A=75, B=65, SD=10.

Cohen's d: d=frac75−6510=1.0\displaystyle d = \\frac{75 - 65}{10} = 1.0.

Verschil tussen effectgrootte en p-waarde?

Effectgrootte meet de grootte van het effect, terwijl p-waarde de statistische significantie aangeeft.

Wat is een kleine effectgrootte?

Cohen's d < 0.2. Voorbeeld: verschillen in gemiddelde scores zijn nauwelijks merkbaar.

Effectgrootte vergelijken: A=85, B=70, C=90.

Vergelijk A met B: d=frac85−70SD\displaystyle d = \\frac{85-70}{SD}. Vergelijk B met C: d=frac70−90SD\displaystyle d = \\frac{70-90}{SD}.

Wat is de standaarddeviatie (SD)?

Een maat voor spreiding in een dataset. Hoe verder de waarden van het gemiddelde liggen.

Vul in: Bij A=83 en B=78, met SD=5 is \displaystyle d = ____.

1.0

Wat is een grote effectgrootte?

Cohen's d > 0.8. Voorbeeld: significante verschillen in prestaties.

Bereken effectgrootte: A=50, B=45, SD=5.

Effectgrootte: d=frac50−455=1.0\displaystyle d = \\frac{50 - 45}{5} = 1.0.

Effectgrootte bij winkelen: A=200, B=150.

Effectgrootte: E=200−150=50\displaystyle E = 200 - 150 = 50 euro verschil.

Wat betekent een effectgrootte van 0?

Geen verschil tussen de groepen. Gemiddelden zijn gelijk.

Effectgrootte en vertrouwen: A=75, B=70.

Cohen's d: d=frac75−705=1.0\displaystyle d = \\frac{75-70}{5} = 1.0. Groter vertrouwen in het verschil.

Oorzaak → Effect: Groep A traint meer.

Effect: hogere gemiddelde score in wiskunde.

Wat is de effectgrootte bij A=90, B=85, SD=10?

Effectgrootte: d=frac90−8510=0.5\displaystyle d = \\frac{90 - 85}{10} = 0.5.

Effectgrootte bij reizen: A=300km, B=250km.

Effectgrootte: E=300−250=50km\displaystyle E = 300 - 250 = 50km verschil.

Bereken effectgrootte: A=95, B=85, SD=5.

Gebruik de formule: d=fracA−BSD\displaystyle d = \\frac{A - B}{SD}. Invullen: d=frac95−855=frac105=2\displaystyle d = \\frac{95 - 85}{5} = \\frac{10}{5} = 2. Dit betekent een grote effectgrootte.

Vergelijkingen en Analyse(20)

Effectgrootte definieer je als?

Het verschil tussen groepen gedeeld door de standaarddeviatie. Dit geeft aan hoe groot het effect is.

Wat is Cohen's d?

Een maat voor effectgrootte die het verschil tussen twee gemiddelden weergeeft. d=fracM1−M2SD\displaystyle d = \\frac{M_1 - M_2}{SD}.

Vul in: d = 0,2 betekent ...

Een klein effect. Groepen verschillen nauwelijks van elkaar.

Hoe bereken je de effectgrootte?

1. Bereken de gemiddelden. 2. Bepaal de standaarddeviatie. 3. Pas de formule toe: d=fracM1−M2SD\displaystyle d = \\frac{M_1 - M_2}{SD}.

Vergelijking: d = 0,5 vs d = 0,8.

d = 0,5 geeft een gemiddeld effect; d = 0,8 geeft een sterk effect. Groep 1 presteert beter.

Waarvoor gebruik je effectgrootte?

Om de betekenis van onderzoeksresultaten te begrijpen, niet alleen de significatie.

Wat betekent een negatieve effectgrootte?

De tweede groep presteert beter dan de eerste groep. Bijvoorbeeld, groep 2 had een hogere score.

Hoe beïnvloedt steekproefgrootte effectgrootte?

Een grotere steekproef kan de schatting van effectgrootte betrouwbaarder maken.

Wat onthult een effectgrootte van 1,0?

Een groot effect; het verschil tussen de groepen is aanzienlijk.

Wat is het belang van context bij effectgrootte?

Effectgrootte moet in context worden beoordeeld; een klein effect kan in sommige situaties belangrijk zijn.

Geef een voorbeeld van effectgrootte in het dagelijks leven.

Prijsverschil tussen twee merken: Merk A kost €10, Merk B €8. Effectgrootte = €2 verschil.

Vul in: Effectgrootte hoeft niet altijd ...

Statistisch significant te zijn. Belangrijk om het effect te begrijpen.

Wat zegt een effectgrootte van 0,1?

Een zeer klein, maar mogelijk betekenisvol effect. Veelal niet belangrijk in praktische zin.

Hoe verschilt effectgrootte van p-waarde?

P-waarde toont aan of het resultaat statistisch significant is; effectgrootte toont de grootte van het effect aan.

Wat is hedendaagse relevantie effectgrootte?

In de psychologie en sociale wetenschappen om effecten van behandelingen of interventies te meten.

Effectgrootte bij onderwijsinterventies?

Bijv. Een nieuwe lesmethode met d = 0,6 heeft een merkbaar positief effect op cijfers.

Vul in: Een effectgrootte van 0,4 ...

is gemiddeld en suggereert dat groepen op de helft van het spectrum liggen.

Wat is de rol van effectgrootte in meta-analyse?

Effectgrootte wordt samengevoegd om een algemeen beeld te geven van onderzoeksresultaten.

Hoe beïnvloedt variabiliteit effectgrootte?

Hogere variabiliteit kan effectgrootte verminderen doordat het moeilijker wordt om een verschil te zien.

Effectgrootte vergelijken in onderwijs

Bij het vergelijken van effectgroottes in onderwijs: - Toetsresultaten vóór en na een interventie - €150,- extra per jaar voor bijles - Effectgrootte berekenen: 1. Gemiddelde scores bepalen 2. Verschil berekenen 3. Standaarddeviatie gebruiken Voorbeeld: - Groep A (voor): 60, na: 75 - Groep B (voor): 65, na: 70 - Bereken Cohen's d.

Vragen in deze set(80)

1. Wat is effectgrootte?

A.Het meet de sterkte van een relatie of het verschil tussen twee groepen.
B.Het is een maat voor de standaarddeviatie van een dataset.
C.Het geeft aan hoeveel data een onderzoek bevat.
D.Het is de gemiddelde score van een groep.

2. Wat is de effectgrootte als Merk A €3,00 kost en Merk B €2,50?

A.€0,50
B.€1,00
C.€0,75
D.€2,50

3. Wat is de effectgrootte?

A.Een maat voor het verschil tussen twee groepen.
B.Een maat voor de spreiding binnen een groep.
C.Een maat voor de gemiddelde score van een groep.
D.Een maat voor de frequentie van data.

4. Wat geeft een effectgrootte van d = 0,3 aan?

A.Een klein effect
B.Een gemiddeld effect
C.Een groot effect
D.Geen effect

5. Stel, groep A scoort gemiddeld 80 en groep B 70. Wat is de effectgrootte als de standaarddeviatie 10 is?

A.1.0
B.0.5
C.0.1
D.0.3

6. Wat is het effect van een korting van 25% op een product van €80?

A.€20
B.€40
C.€60
D.€80

7. Bereken de effectgrootte: A=88, B=80. Wat is E?

A.8
B.5
C.3
D.10

8. Hoe bereken je Cohen's d?

A.d = (M1 + M2) / 2
B.d = (M1 - M2) / SD
C.d = M1 - M2
D.d = SD1 / SD2

9. Wat betekent een effectgrootte van 0.2?

A.Dit is een klein effect.
B.Dit is een zeer groot effect.
C.Dit betekent dat er geen effect is.
D.Dit is een gemiddeld effect.

10. Hoe bereken je de effectgrootte tussen gemiddelde uitgaven van €150 en €200?

A.€50
B.€100
C.€75
D.€25

11. Vul in: De effectgrootte is ____ als A = 92 en B = 87.

A.5
B.4
C.3
D.6

12. Een effectgrootte van d = 0,9 duidt op ...

A.Een klein effect
B.Een gemiddeld effect
C.Een groot effect
D.Geen effect

13. Welk voorbeeld beschrijft een grote effectgrootte?

A.Een salarisverschil van 200 euro.
B.Een verschil van 10 euro in productprijzen.
C.Een stijging van 5 graden in temperatuur.
D.Een verschil van 50 euro in huurprijzen.

14. Als je met de auto 4 uur reist en met de trein 2,5 uur, wat is dan de effectgrootte?

A.1,5 uur
B.1 uur
C.2 uur
D.3 uur

15. Is het waar? De effectgrootte kan negatief zijn.

A.Ja, dit kan als B hoger is dan A.
B.Nee, effectgrootte is altijd positief.
C.Ja, alleen als A gelijk is aan B.
D.Nee, effectgrootte kan nooit negatief zijn.

16. Wat betekent een effectgrootte van d = -0,4?

A.Groep 1 presteert beter
B.Groep 2 presteert beter
C.Geen verschil
D.Onbekend effect

17. True or False: Effectgrootte kan negatief zijn.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen in sommige gevallen
D.Alleen bij negatieve testen

18. Waar of niet waar: Effectgrootte kan negatief zijn?

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

19. Wat is Cohen's d?

A.Een maat voor effectgrootte.
B.Een maat voor steekproefgrootte.
C.Een maat voor standaardafwijking.
D.Een maat voor de mediaan.

20. Welke van de volgende effecten wordt als gemiddeld beschouwd?

A.d = 0,1
B.d = 0,4
C.d = 0,8
D.d = 0,5

21. Wat is Cohen's d?

A.Een maat voor effectgrootte.
B.Een soort standaarddeviatie.
C.Een maat voor de steekproefgrootte.
D.Een methode om data te verzamelen.

22. Wat is de effectgrootte van een prijsverhoging van €15 op een product van €100?

A.€15
B.€10
C.€5
D.€20

23. Voorbeeld Cohen's d: A=82, B=72, SD=8. Wat is d?

A.1.25
B.1.5
C.1.0
D.2.0

24. Een effectgrootte van d = 0,1 betekent ...

A.Een klein effect
B.Een gemiddeld effect
C.Een groot effect
D.Geen effect

25. Waarom is effectgrootte belangrijk?

A.Het helpt de praktische betekenis van resultaten te begrijpen.
B.Het verhoogt de steekproefgrootte.
C.Het geeft de exacte waarde van gemiddelden.
D.Het is alleen nuttig voor wetenschappelijk onderzoek.

26. Effectgrootte bij energieprijzen: A = €0,30/kWh, B = €0,25/kWh. Wat is de effectgrootte?

A.€0,05
B.€0,10
C.€0,15
D.€0,20

27. Wat is het verschil tussen effectgrootte en p-waarde?

A.Effectgrootte meet de grootte van het effect, p-waarde meet significantie.
B.Effectgrootte en p-waarde zijn hetzelfde.
C.Effectgrootte is altijd groter dan p-waarde.
D.Effectgrootte geeft de kans aan.

28. Wat is een toepassing van effectgrootte in salarisvergelijkingen?

A.Vergelijking van uurloon tussen twee banen
B.Salarisverhoging per werknemer
C.Aantal uren gewerkt
D.Aantal werknemers in een bedrijf

29. Vergelijk: Wat is het verschil tussen een effectgrootte van 0.1 en 0.5?

A.0.1 is klein, 0.5 is gemiddeld.
B.Beide zijn groot.
C.0.1 is groot, 0.5 is klein.
D.0.1 is zeer klein, 0.5 is matig.

30. Wat betekent een effectgrootte van 0,5 in klanttevredenheid?

A.Kleine verbetering
B.Grote verbetering
C.Geen verandering
D.Kleine verslechtering

31. Wat wordt als een kleine effectgrootte beschouwd?

A.Cohen's d < 0.2
B.Cohen's d = 0
C.Cohen's d > 1
D.Cohen's d = 0.5

32. Wat zegt een effectgrootte van d = 0,7?

A.Een klein effect
B.Een gemiddeld effect
C.Een groot effect
D.Geen effect

33. Wat is een voorbeeld van effectgrootte in de gezondheidszorg?

A.Een gewichtsverlies van 5% door een dieet.
B.Een verhoging van de temperatuur met 2 graden.
C.Een prijsverschil van 15 euro voor medicijnen.
D.Een verschil van 3 kilometer afstand.

34. Hoe bereken je effectgrootte bij loon: Loon A = €2200, Loon B = €2600?

A.€400
B.€300
C.€200
D.€500

35. Effectgrootte vergelijken: A=90, B=80, SD=10. Wat is d?

A.1.0
B.0.5
C.1.5
D.0.2

36. Bij het vergelijken van effectgroottes, wat is belangrijk?

A.De steekproefgrootte
B.De tijdsduur van het onderzoek
C.De geografische locatie
D.De leeftijd van de deelnemers

37. Wat zegt een effectgrootte van 0.8?

A.Dit betekent een groot effect.
B.Dit betekent dat er geen relatie is.
C.Dit betekent dat de groepen gelijk zijn.
D.Dit is een zeer klein effect.

38. Bij welke situatie gebruik je effectgrootte?

A.Vergelijking van prijzen
B.Gemiddeld inkomen
C.Gemiddeld gewicht
D.Hoogte van gebouwen

39. Wat is de standaarddeviatie (SD)?

A.Een maat voor variabiliteit in data.
B.Een maat voor het gemiddelde.
C.Een maat voor het aantal waarnemingen.
D.Een maat voor effectgrootte.

40. Wat is de functie van effectgrootte in meta-analyse?

A.Om significante resultaten te verbergen
B.Om effectgroottes samen te voegen
C.Om alleen gemiddelde waarden te tonen
D.Om de steekproef te verkleinen

41. Wat is een mogelijke impact van een effectgrootte van -0.4?

A.Groep A scoort lager dan groep B.
B.Er is geen effect.
C.Groep A scoort hoger dan groep B.
D.Effectgrootte is niet te meten.

42. Effectgrootte bij huurprijzen: Huis A €1300, Huis B €1100. Wat is de effectgrootte?

A.€200
B.€300
C.€100
D.€150

43. Bij A=76 en B=70, met SD=6, wat is d?

A.1.0
B.0.6
C.1.5
D.0.8

44. Welke uitspraak over effectgrootte is niet waar?

A.Geeft de grootte van het effect aan
B.Is altijd statistisch significant
C.Vergelijkt groepen
D.Is nuttig voor interpretatie van resultaten

45. Waarom vergelijken we effectgroottes tussen studies?

A.Om de sterkte van verschillende interventies te begrijpen.
B.Om de gemiddelde score te berekenen.
C.Om de steekproefgrootte te vergroten.
D.Om de variatie in data te verminderen.

46. Wat is de effectgrootte van reistijden: Auto 2 uur, Vliegtuig 1 uur?

A.1 uur
B.1,5 uur
C.2 uur
D.3 uur

47. Wat is een grote effectgrootte?

A.Cohen's d > 0.8
B.Cohen's d < 0.5
C.Cohen's d = 0
D.Cohen's d = 1.5

48. Wanneer is effectgrootte relevant in het onderwijs?

A.Bij het bepalen van toetsresultaten
B.Bij het vergelijken van lesmethoden
C.Bij het berekenen van lesuren
D.Bij het analyseren van schoolbudgetten

49. Wat betekent een effectgrootte van 0.6?

A.Dit is een gemiddeld effect.
B.Dit is een klein effect.
C.Dit is een zeer groot effect.
D.Dit betekent geen effect.

50. Waar of niet waar: Effectgrootte heeft altijd een numerieke waarde?

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd niet waar

51. Bereken effectgrootte: A=60, B=55, SD=5. Wat is d?

A.1.0
B.0.5
C.2.0
D.0.8

52. Wat betekent een effectgrootte van d = 0,6?

A.Een klein effect
B.Een gemiddeld effect
C.Een groot effect
D.Geen effect

53. Wat zegt een effectgrootte van 0.9?

A.Dit is een klein effect.
B.Dit is een zeer groot effect.
C.Dit betekent dat er geen effect is.
D.Dit is een gemiddeld effect.

54. Geef een voorbeeld van effectgrootte in boodschappen: €15, €20, €18. Wat is de effectgrootte?

A.€5
B.€2
C.€3
D.€4

55. Effectgrootte bij winkelen: A=300 euro, B=250 euro. Wat is E?

A.50 euro
B.60 euro
C.40 euro
D.30 euro

56. Hoe beïnvloedt variabiliteit de effectgrootte?

A.Hogere variabiliteit verhoogt effectgrootte
B.Hogere variabiliteit verlaagt effectgrootte
C.Variabiliteit heeft geen invloed
D.Variabiliteit maakt effectgrootte onbetrouwbaar

57. Wat is de relatie tussen effectgrootte en steekproefgrootte?

A.Grotere steekproeven geven vaak betrouwbaardere schattingen.
B.Kleinere steekproeven zijn altijd beter.
C.Effectgrootte hangt niet af van steekproefgrootte.
D.Steekproefgrootte bepaalt alleen de gemiddelde score.

58. Effectgrootte en klanttevredenheid: Scores stijgen van 60 naar 85. Wat is de effectgrootte?

A.25 punten
B.20 punten
C.15 punten
D.30 punten

59. Wat betekent een effectgrootte van 0?

A.Geen verschil tussen de groepen.
B.Een grote spreiding.
C.Een kleine groep.
D.Een hoge gemiddelde score.

60. Wat is een voorbeeld van effectgrootte in de dagelijkse situatie?

A.Verschil in gewicht van twee pakketten
B.Snelheid van twee auto's
C.Prijsverschil tussen twee producten
D.Afstand tussen twee steden

61. Wat is een voorbeeld van een effectgrootte in inkomen?

A.Een verschil van 100 euro tussen twee banen.
B.Een verhoging van 15 graden Celsius.
C.Een afstand van 10 kilometer.
D.Een prijsverschil van 5 euro voor een product.

62. Effectgrootte berekenen met reistijden: Bus 1 uur, Fiets 0,5 uur. Wat is de effectgrootte?

A.0,5 uur
B.1 uur
C.1,5 uur
D.2 uur

63. Effectgrootte en vertrouwen: A=70, B=65. Wat is d?

A.1.0
B.0.75
C.0.5
D.1.5

64. Welke van de volgende formules is fout?

A.d = (M1 - M2) / SD
B.d = (M1 + M2) / 2
C.d = M1 / M2
D.d = (M2 - M1) / SD

65. Wat zegt een effectgrootte van 0.4?

A.Dit is een klein maar betekenisvol effect.
B.Dit betekent geen effect.
C.Dit is een zeer groot effect.
D.Dit is een gemiddeld effect.

66. Wat is effectgrootte in retail? Oude verkopen €1200, nieuwe verkopen €1500. Wat is de effectgrootte?

A.€300
B.€200
C.€400
D.€500

67. Oorzaak → Effect: Groep A studeert meer. Wat is het effect?

A.Hogere gemiddelde score in wiskunde.
B.Lagere scores in wiskunde.
C.Geen effect op de score.
D.Hogere afwezigheid.

68. Wat is de betekenis van effectgrootte in een onderzoek?

A.Het geeft de steekproefgrootte aan
B.Het toont de grootte van het effect aan
C.Het bepaalt de p-waarde
D.Het is altijd belangrijk

69. Wat is de betekenis van d = 1.5?

A.Dit duidt op een zeer groot verschil.
B.Dit betekent dat er geen verschil is.
C.Dit is een klein effect.
D.Dit is een gematigd effect.

70. Effectgrootte bij online aankopen: Kortingen van €25 op €100. Wat is de effectgrootte?

A.€25
B.€30
C.€20
D.€15

71. Wat is de effectgrootte bij A=85, B=80, SD=5?

A.1.0
B.0.5
C.0.8
D.2.0

72. Wat is een belangrijke overweging bij het rapporteren van effectgrootte?

A.Alleen significantie is belangrijk
B.Effectgrootte moet in context worden bekeken
C.Effectgrootte is altijd hetzelfde
D.Effectgrootte is niet relevant

73. Wat is de juiste interpretatie van een effectgrootte van 0.7?

A.Dit duidt op een groot effect.
B.Dit duidt op een gemiddeld effect.
C.Dit duidt op een klein effect.
D.Dit heeft geen betekenis.

74. Wat is de effectgrootte als je de huurprijs van Huis A (€1500) en Huis B (€1200) vergelijkt?

A.€300
B.€400
C.€250
D.€200

75. Effectgrootte bij reizen: A=400km, B=350km. Wat is E?

A.50km
B.60km
C.40km
D.30km

76. Wat is de betekenis van een effectgrootte van d = 0,5 in een onderwijscontext?

A.Een gemiddeld effect dat duidt op verbeterde cijfers.
B.Een klein effect dat nauwelijks verschil maakt.
C.Een groot effect dat significant is in alle gevallen.
D.Een negatief effect dat de tweede groep slechter laat presteren.

77. Welke van de volgende situaties beschrijft NIET een effectgrootte?

A.Een verschil van 15 euro in maandhuur tussen twee woningen.
B.Een gemiddelde score van 75 op een toets.
C.Een prijsverschil van 0,5 euro tussen twee merken.
D.Een toename van 30% in verkoop door een advertentie.

78. Wat is de effectgrootte als je de tijd vergelijkt tussen een autorit van 3 uur en een treinreis van 2 uur?

A.1 uur
B.2 uur
C.3 uur
D.0,5 uur

79. Bereken effectgrootte: A=100, B=90, SD=5. Wat is d?

A.2.0
B.1.0
C.0.5
D.0.2

80. In welk scenario zou een effectgrootte van d = 0,2 het beste worden geïnterpreteerd?

A.Een aanzienlijke verbetering in toetsresultaten na een nieuwe lesmethode.
B.Een geringe verandering in cijfers die niet veel impact heeft.
C.Een grote achteruitgang in prestaties van studenten.
D.Een significante stijging in het aantal geslaagde studenten.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.