Beschrijvende statistiek psychologie

Deze begrippenlijst behandelt belangrijke termen binnen de beschrijvende statistiek in de psychologie, met praktische voorbeelden uit het dagelijks leven zoals euro's, kilometers en graden Celsius.

Panda80·48 flashcards·48 vragen
womathematicsstatistics
0
Ken ik
1 / 48
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is gemiddelde?

Tik om om te draaien
Achterkant

Het gemiddelde is de som van alle waarden gedeeld door het aantal waarden. Voor bijvoorbeeld drie lonen: €2000, €2500, €3000. Gemiddelde = (2000 + 2500 + 3000) / 3 = €2500.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(48 vragen)

Vraag 1 van 48

1. Wat is een frequentietabel?

Termen in deze set(48)

Basisbegrippen(16)

Wat is gemiddelde?

Het gemiddelde is de som van alle waarden gedeeld door het aantal waarden. Voor bijvoorbeeld drie lonen: €2000, €2500, €3000. Gemiddelde = (2000 + 2500 + 3000) / 3 = €2500.

Wat is mediaan?

De mediaan is de middelste waarde van een dataset, gesorteerd van laag naar hoog. Voor de cijfers 3, 7, 8, is de mediaan 7.

Wat is modus?

De modus is de waarde die het vaakst voorkomt in een dataset. In de set {2, 3, 3, 5} is de modus 3.

Waar gebruik je standaarddeviatie voor?

De standaarddeviatie meet de spreiding van data rondom het gemiddelde. Een kleine standaarddeviatie betekent dat de waarden dicht bij het gemiddelde liggen.

Gemiddelde of mediaan?

Gebruik het gemiddelde bij normale verdelingen. Gebruik de mediaan bij scheve verdelingen om uitbijters te vermijden.

Wat is een spreidingsmaat?

Spreidingsmaten zoals variantie en standaarddeviatie geven aan hoe ver de waarden in een dataset van elkaar afliggen.

Vul in: De ____ geeft informatie over de variabiliteit van data.

standaarddeviatie

Wat is een frequentietabel?

Een frequentietabel toont hoe vaak elke waarde in een dataset voorkomt. Bijvoorbeeld: {1: 3, 2: 5, 3: 2} betekent dat '1' drie keer voorkomt.

Wat zijn percentielen?

Percentielen verdelen data in 100 gelijke delen. Het 50ste percentiel is de mediaan, dat wil zeggen dat 50% van de waarden hieronder ligt.

Wat is een outlier?

Een outlier is een waarde die significant afwijkt van de andere waarden in de dataset. Bijvoorbeeld, bij {1, 2, 3, 100} is 100 een outlier.

Verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve data?

Kwantitatieve data zijn numeriek, zoals € en km. Kwalitatieve data zijn beschrijvend, zoals kleuren of smaken.

Wat is een histogram?

Een histogram is een grafische weergave van de frequentie van waarden in een dataset. Het helpt bij het visualiseren van de verdeling.

Wat meet een boxplot?

Een boxplot geeft een visuele samenvatting van de spreiding en de mediaan van een dataset. Het toont ook outliers.

Waarvoor gebruik je correlatie?

Correlatie meet de relatie tussen twee variabelen. Bijvoorbeeld, het vergelijken van het aantal uren studeren met de behaalde cijfers.

Wat is een steekproef?

Een steekproef is een deel van een populatie dat wordt gebruikt om conclusies over de gehele populatie te trekken, zoals 100 studenten uit 1000.

Wat zijn cumulatieve frequenties?

Cumulatieve frequenties zijn de som van de frequenties van een dataset tot een bepaald punt. Ze helpen bij het begrijpen van de totale verdeling.

Meetmethoden(16)

Wat is een enquête?

Een enquête is een methode om gegevens te verzamelen door vragen te stellen aan respondenten. Bijvoorbeeld, een supermarkt kan klanten vragen naar hun voorkeur voor producten of diensten.

Wat is een experiment?

Een experiment is een gecontroleerde studie waarbij onderzoekers de impact van een variabele op een uitkomst meten. Bijvoorbeeld, de effectiviteit van twee verschillende reclames op de verkoop van een product.

Observatie → gegevens verzamelen.

Bij observatie worden gedrag of gebeurtenissen in hun natuurlijke omgeving bekeken. Bijvoorbeeld, het observeren van winkelgedrag van klanten zonder hen te beïnvloeden.

Wat is een focusgroep?

Een focusgroep is een gestructureerde discussie met een selecte groep mensen over specifieke onderwerpen. Dit helpt inzicht te krijgen in meningen en ervaringen. Bijvoorbeeld, feedback op een nieuwe reclamecampagne.

Wat meet een enquête?

Een enquête meet meningen, attitudes of ervaringen van individuen. Dit kan bijvoorbeeld de klanttevredenheid over een winkel zijn, gemeten op een schaal van 1 tot 10.

Wat is secundaire data?

Secundaire data zijn gegevens die zijn verzameld door anderen en voor een ander doel zijn gebruikt. Bijvoorbeeld, statistieken van het CBS over consumentenbestedingen.

Zorgvuldige selectie → betere resultaten.

Een zorgvuldige selectie van respondenten zorgt voor representatieve resultaten. Bijvoorbeeld, het kiezen van klanten uit verschillende leeftijdsgroepen om een product te testen.

Wat zijn kwantitatieve gegevens?

Kwantitatieve gegevens zijn numerieke gegevens die gemeten kunnen worden, zoals het aantal verkochte producten of de temperatuur in graden Celsius.

Wat zijn kwalitatieve gegevens?

Kwalitatieve gegevens zijn beschrijvende informatie die niet in cijfers kan worden uitgedrukt, zoals klantfeedback over hun koopervaring.

Wat is een steekproef?

Een steekproef is een deelverzameling van een populatie die wordt onderzocht. Dit kan bijvoorbeeld een groep van 100 klanten zijn uit een winkel van 1000 klanten.

True or False: Alle data moet primair zijn.

False. Secundaire data zijn ook waardevol, zoals eerder verzamelde gegevens die opnieuw worden geanalyseerd.

Wat is een survey?

Een survey is een systematische manier om informatie te verzamelen via vragenlijsten. Dit kan online of op papier zijn, en wordt vaak gebruikt voor marktonderzoek.

Wat is een longitudinaal onderzoek?

Bij longitudinaal onderzoek worden gegevens over dezelfde groep mensen over een langere periode verzameld. Bijvoorbeeld, de veranderingen in klanttevredenheid over vijf jaar.

Kwalitatieve interviews → diepere inzichten.

Kwalitatieve interviews bieden gedetailleerdere en diepere informatie dan enquêtes. Dit kan bijvoorbeeld een gesprek zijn met een klant over hun ervaringen in een winkel.

Wat is een case study?

Een case study is een gedetailleerde analyse van een enkel geval of situatie. Bijvoorbeeld, een studie over hoe een specifieke winkel zijn omzet heeft verdubbeld.

Verschillende meetmethoden → verschillende resultaten.

De keuze van meetmethoden kan invloed hebben op de resultaten. Bijvoorbeeld, een enquête kan andere inzichten geven dan een focusgroep.

Data-analyse(16)

Wat is een frequentietabel?

Een tabel die het aantal keer dat elke waarde voorkomt in een dataset toont. Bijvoorbeeld: In een enquête over favoriete kleuren kan de tabel tonen dat 10 mensen blauw, 5 mensen groen en 3 mensen rood kiezen.

Welke functie heeft een histogram?

Een histogram visualiseert de frequentieverdeling van continue data. Het geeft een duidelijk beeld van hoe vaak waarden binnen bepaalde intervallen voorkomen, zoals de afstand die studenten dagelijks afleggen in kilometers.

Wat betekent modus?

De modus is de waarde die het vaakst voorkomt in een dataset. Bijvoorbeeld, als de cijfers van een toets zijn: 6, 7, 7, 8, is 7 de modus.

Wat is het verschil tussen mediaan en gemiddelde?

De mediaan is de middelste waarde van een dataset, terwijl het gemiddelde de som van alle waarden gedeeld door het aantal waarden is. Bij oneven aantallen is de mediaan exact, bij even aantallen is het het gemiddelde van de twee middelste waardes.

Wat is een boxplot?

Een boxplot visualiseert de spreiding van data met behulp van kwartielen. Het toont de mediaan, het eerste en derde kwartiel, en eventuele uitschieters. Handig voor het vergelijken van de resultaten van verschillende groepen.

Vul de blanco in: De __________ geeft de kans aan dat een waarde boven een bepaalde grens ligt.

De cumulatieve frequentie geeft de kans aan dat een waarde boven een bepaalde grens ligt. Dit is nuttig bij het analyseren van scores boven een bepaalde drempel.

Wat is een correlatiecoëfficiënt?

De correlatiecoëfficiënt meet de sterkte en richting van de relatie tussen twee variabelen. Een waarde van +1 betekent een sterke positieve correlatie, terwijl -1 een sterke negatieve correlatie betekent.

Bij een normale verdeling, wat is het percentage binnen één standaarddeviatie?

Ongeveer 68% van de waarden valt binnen één standaarddeviatie van het gemiddelde in een normale verdeling. Dit kan bijvoorbeeld toegepast worden op lengtegegevens van studenten.

Wat betekent uitschieter?

Een uitschieter is een waarde die significant afwijkt van de andere waarden in de dataset. Bij een groep lonen kan een zeer hoog salaris van de directeur als uitschieter worden beschouwd.

Welke techniek gebruik je om causale relaties te onderzoeken?

Experimenteel onderzoek wordt gebruikt om causale relaties te onderzoeken. Bijvoorbeeld, het effect van slaap op prestaties kan onderzocht worden door een groep studenten verschillende slaapuren te geven en hun toetsen te vergelijken.

Wat is een scatterplot?

Een scatterplot is een grafiek die de relatie tussen twee kwantitatieve variabelen toont. Elke stip representeert een dataparent, zoals het verbinden van studietijd in uren met behaalde cijfers.

Waarvoor staat de term 'afhankelijke variabele'?

De afhankelijke variabele is de uitkomst die gemeten wordt in een experiment. Bijvoorbeeld, in een onderzoek naar de effectiviteit van lesmethoden, kan de behaalde score de afhankelijke variabele zijn.

Wat zijn kwantitatieve data?

Kwantitatieve data zijn meetbare gegevens die in getallen uitgedrukt kunnen worden, zoals gewicht in kilogram of temperatuur in graden Celsius. Dit type data ondersteunt statistische analyses.

Vul de blanco in: De __________ is een maat voor de spreiding van gegevens.

De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van gegevens. Het geeft aan hoe ver de waarden gemiddeld van het gemiddelde afliggen.

Wat is het doel van een hypothese-test?

Een hypothese-test bepaalt of er voldoende bewijs is om een veronderstelling over een populatie te accepteren of verwerpen. Dit kan bijvoorbeeld het vergelijken van gemiddelde scores tussen twee groepen studenten zijn.

Wat zijn descriptieve statistieken?

Descriptieve statistieken zijn technieken die helpen bij het samenvatten en beschrijven van gegevens. Bijvoorbeeld, als je de gemiddelde uitgaven van studenten in een maand (bijv. €300) of de maximale temperatuur in een week (bijv. 25°C) wilt berekenen.

Vragen in deze set(48)

1. Wat is een frequentietabel?

A.Een tabel die het aantal keren dat elke waarde voorkomt in een dataset toont.
B.Een grafiek die de frequentie van waarden in een dataset visualiseert.
C.Een manier om gemiddelde en mediaan van data te berekenen.
D.Een tabel die alleen unieke waarden toont zonder herhalingen.

2. Wat is het doel van een enquête?

A.Gegevens verzamelen over meningen van respondenten.
B.Een experiment uitvoeren om causale relaties vast te stellen.
C.Alleen cijfers verzamelen zonder context.
D.De resultaten van een focusgroep analyseren.

3. Wat is het gemiddelde van de lonen €2200, €2500 en €2800?

A.€2500
B.€2600
C.€2400
D.€2700

4. Wat is een histogram?

A.Een grafiek die de frequentieverdeling van continue data visualiseert.
B.Een tabel die alleen de modus van een dataset weergeeft.
C.Een diagram dat alleen de mediaan van een dataset toont.
D.Een tekstuele samenvatting van een dataset.

5. Wat is een belangrijk kenmerk van een experiment?

A.Het meten van causaliteit tussen variabelen.
B.Het interviewen van klanten over hun ervaringen.
C.Het verzamelen van secundaire data.
D.Het observeren van gedrag in natuurlijke omgevingen.

6. Wat is de mediaan van de cijfers 4, 8, 6, 5, 9?

A.6
B.7
C.5
D.8

7. Wat is de modus?

A.De waarde die het vaakst voorkomt in een dataset.
B.De gemiddelde waarde van een dataset.
C.De middelste waarde van een dataset.
D.De spreiding van waarden in een dataset.

8. Wat is een focusgroep?

A.Een gestructureerde discussie met een selecte groep mensen.
B.Een manier om kwantitatieve data te verzamelen.
C.Een methode voor longitudinaal onderzoek.
D.Een interview met één persoon.

9. Welke waarde komt het vaakst voor in de dataset {1, 2, 2, 3, 4}?

A.1
B.2
C.3
D.4

10. Wat is het verschil tussen mediaan en gemiddelde?

A.De mediaan is de middelste waarde, het gemiddelde is de som gedeeld door het aantal.
B.Het gemiddelde is altijd hoger dan de mediaan.
C.De mediaan wordt beïnvloed door uitschieters, het gemiddelde niet.
D.De mediaan kan alleen worden berekend met kwantitatieve data.

11. Wat voor soort gegevens worden verzameld met een survey?

A.Meningen en ervaringen via vragenlijsten.
B.Enkele numerieke waarden zonder context.
C.Alleen observaties van gedrag.
D.Gegevens uit eerdere studies.

12. Wat meet de standaarddeviatie in een dataset van reistijden?

A.De gemiddelde reistijd
B.De spreiding van de reistijden
C.De kortste reistijd
D.De langste reistijd

13. Wat is een boxplot?

A.Een grafiek die de spreiding van data met behulp van kwartielen toont.
B.Een tabel die waarden sorteert van laag naar hoog.
C.Een diagram dat alleen de modus van de dataset weergeeft.
D.Een grafiek die de gemiddelde waarden over tijd visualiseert.

14. Wat is een belangrijke functie van secundaire data?

A.Het biedt context voor nieuwe onderzoeken.
B.Het is altijd betrouwbaarder dan primaire data.
C.Het bevat geen eerdere analyses.
D.Het is alleen beschikbaar in papieren vorm.

15. In welke situatie gebruik je de mediaan in plaats van het gemiddelde?

A.Bij normaal verdeelde data
B.Bij scheve verdelingen
C.Bij kleine datasets
D.Bij grote datasets

16. Wat is cumulatieve frequentie?

A.De kans dat een waarde boven een bepaalde grens ligt.
B.De frequentie van de laagste waarde in een dataset.
C.Een tabel met unieke waarden van een dataset.
D.De gemiddelde frequentie van een dataset.

17. Wat zijn kwantitatieve gegevens?

A.Numerieke gegevens die gemeten kunnen worden.
B.Gegevens die kwalitatieve beschrijvingen bevatten.
C.Gegevens verzameld uit persoonlijke interviews.
D.Meningen en ervaringen van respondenten.

18. Wat geeft een spreidingsmaat aan in een dataset?

A.De frequentie van waarden
B.De variabiliteit van waarden
C.De grootste waarde
D.De kleinste waarde

19. Wat is een correlatiecoëfficiënt?

A.Een maat voor de sterkte en richting van de relatie tussen twee variabelen.
B.Een type frequentietabel.
C.Een manier om gemiddeldes van data te berekenen.
D.Een techniek voor het testen van hypothesen.

20. Wat is een steekproef?

A.Een representatieve subset van een populatie.
B.Alle gegevens van een volledige populatie.
C.Een type secundaire data.
D.Een manier om observaties te registreren.

21. Vul in: De ____ toont hoe vaak elke waarde in een dataset voorkomt.

A.frequentietabel
B.histogram
C.boxplot
D.steekproef

22. Wat percentage van waarden ligt binnen één standaarddeviatie in een normale verdeling?

A.Ongeveer 68%.
B.Ongeveer 50%.
C.Ongeveer 95%.
D.Ongeveer 75%.

23. Wat beschrijft longitudinaal onderzoek?

A.Gegevens verzamelen over dezelfde groep in de tijd.
B.Eenmalige gegevensverzameling zonder tijdsaspect.
C.Alleen kwalitatieve interviews afnemen.
D.Focusgroepen gebruiken voor eenmalige bespreking.

24. Wat zijn percentielen in een dataset van examencijfers?

A.De gemiddelde scores
B.De groepen van cijfers
C.De verdelingen van scores
D.De posities van scores

25. Wat betekent uitschieter in een dataset?

A.Een waarde die significant afwijkt van andere waarden.
B.De waarde die het vaakst voorkomt.
C.De middelste waarde van de dataset.
D.Een waarde die gelijk is aan het gemiddelde.

26. Wat is een case study?

A.Een gedetailleerde analyse van een enkel geval.
B.Een manier om kwantitatieve data te verzamelen.
C.Een methode voor longitudinaal onderzoek.
D.Een experiment met meerdere variabelen.

27. Wat is een voorbeeld van een outlier in de dataset {10, 12, 11, 100}?

A.10
B.11
C.12
D.100

28. Welke techniek gebruik je om causale relaties te onderzoeken?

A.Experimenteel onderzoek.
B.Observatieonderzoek.
C.Enquêtes.
D.Frequentietabellen.

29. Wat is het verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve gegevens?

A.Kwantitatieve gegevens zijn numeriek, kwalitatieve zijn beschrijvend.
B.Kwalitatieve gegevens zijn altijd betrouwbaarder.
C.Kwantitatieve gegevens zijn subjectief, kwalitatieve objectief.
D.Er is geen verschil; beide zijn hetzelfde.

30. Verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve data: wat is kwantitatief?

A.Cijfers
B.Kleuren
C.Smaken
D.Vormen

31. Wat is een scatterplot?

A.Een grafiek die de relatie tussen twee kwantitatieve variabelen toont.
B.Een diagram dat de gemiddelde waarde van een dataset weergeeft.
C.Een grafiek die alleen uitschieters toont.
D.Een tabel die frequenties van waarden weergeeft.

32. Wat is het doel van observatie in onderzoek?

A.Gedrag en gebeurtenissen in hun natuurlijke omgeving bekijken.
B.Enquêtes afnemen bij respondenten.
C.Numerieke gegevens verzamelen.
D.Alleen kwalitatieve data analyseren.

33. Wat toont een histogram van de verkoopcijfers?

A.De gemiddelde verkoopprijs
B.De frequentie van verkopen
C.De totale omzet
D.De hoogste verkoopprijs

34. Wat is een afhankelijke variabele?

A.De uitkomst die gemeten wordt in een experiment.
B.Een constante waarde in een experiment.
C.De waarde die onafhankelijk is van andere variabelen.
D.Een waarde die altijd gelijk is aan de modus.

35. Wat is een belangrijk voordeel van kwalitatieve interviews?

A.Ze bieden diepere inzichten dan standaard enquêtes.
B.Ze zijn altijd sneller en gemakkelijker.
C.Ze zijn goedkoper dan focusgroepen.
D.Ze vereisen geen voorbereiding.

36. Wat geeft een boxplot weer in een dataset van temperaturen?

A.De gemiddelde temperatuur
B.De frequentie van temperaturen
C.De spreiding en mediaan van temperaturen
D.De hoogste temperatuur

37. Wat zijn kwantitatieve data?

A.Meetbare gegevens die in getallen zijn uitgedrukt.
B.Gegevens die alleen kwalitatieve beschrijvingen bevatten.
C.Waarden die niet kunnen worden geteld.
D.Data die alleen uit tekst bestaat.

38. Wat is NOT een doel van een survey?

A.De effectiviteit van een nieuw product testen.
B.Opinies en ervaringen verzamelen.
C.Data verzamelen voor marktonderzoek.
D.Standaard antwoorden verzamelen over een onderwerp.

39. Waarvoor gebruik je correlatie in psychologisch onderzoek?

A.Om causaal verband aan te tonen
B.Om relaties tussen variabelen te meten
C.Om gemiddelden te berekenen
D.Om data te visualiseren

40. Wat is de standaarddeviatie?

A.Een maat voor de spreiding van gegevens.
B.De modus van de dataset.
C.De frequentie van de hoogste waarde.
D.De gemiddelde waarde van een dataset.

41. Wat houdt zorgvuldige selectie van respondenten in?

A.Het kiezen van representatieve deelnemers voor nauwkeurige resultaten.
B.Het willekeurig selecteren van deelnemers.
C.Het exclusief gebruiken van ouderen voor een jeugdonderzoek.
D.Het analyseren van alleen digitale gegevens.

42. Wat is een steekproef in onderzoek?

A.Het onderzoeken van een enkele persoon
B.Een selecte groep uit de populatie
C.De gemiddelde waarde van een populatie
D.Alle leden van de populatie

43. Wat is het doel van een hypothese-test?

A.Bepalen of er voldoende bewijs is om een veronderstelling te accepteren of verwerpen.
B.Het berekenen van gemiddelde waarden.
C.Het opstellen van een frequentietabel.
D.Het visualiseren van data in een histogram.

44. Wat is een mogelijke uitkomst van verschillende meetmethoden?

A.Ze kunnen leiden tot verschillende inzichten en resultaten.
B.Ze geven altijd dezelfde resultaten.
C.Ze vereisen altijd dezelfde analysemethoden.
D.Ze zijn altijd even kostbaar.

45. Wat zijn cumulatieve frequenties in een dataset van huisprijzen?

A.De totale som van alle prijzen
B.De som van prijzen tot een bepaald punt
C.De gemiddelde prijs
D.De variatie van prijzen

46. Wat zijn descriptieve statistieken?

A.Technieken die helpen bij het samenvatten en beschrijven van gegevens.
B.Methoden voor het verzamelen van nieuwe gegevens.
C.Technieken voor het testen van hypothesen.
D.Statistieken die alleen over kwalitatieve data gaan.

47. Wat is een belangrijk kenmerk van kwalitatieve gegevens?

A.Ze geven diepgaande inzichten in ervaringen.
B.Ze zijn altijd numeriek en meetbaar.
C.Ze kunnen alleen via experimenten worden verzameld.
D.Ze zijn minder waardevol dan kwantitatieve gegevens.

48. Wat is het verschil tussen een frequentietabel en een histogram?

A.Een frequentietabel is visueel; een histogram niet
B.Een histogram is visueel; een frequentietabel niet
C.Beide zijn hetzelfde
D.Een frequentietabel toont gemiddelden; een histogram frequenties

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.