Palliatieve zorg oefenvragen

Deze oefenvragen zijn gericht op palliatieve zorg en helpen studenten in de verpleegkunde bij het voorbereiden op hun tentamen. De vragen dekken belangrijke thema's en termen in de palliatieve zorg.

LiamVisserfl·38 flashcards·38 vragen
hbonursingcommunity
0
Ken ik
1 / 38
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is palliatieve zorg?

Tik om om te draaien
Achterkant

Palliatieve zorg is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven voor patiënten met een levensbedreigende ziekte.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(38 vragen)

Vraag 1 van 38

1. Wat is de belangrijkste doelstelling van symptoommanagement in palliatieve zorg?

Termen in deze set(38)

Basisprincipes van palliatieve zorg(16)

Wat is palliatieve zorg?

Palliatieve zorg is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven voor patiënten met een levensbedreigende ziekte.

Wat zijn de vier pijlers van palliatieve zorg?

- Fysieke zorg - Psychosociale zorg - Geestelijke zorg - Sociale zorg

Vul de lege plaats in: Palliatieve zorg richt zich op ________ van symptomen.

verlichting

Waar richt palliatieve zorg zich op?

Op het verlichten van lijden en het bieden van ondersteuning aan de patiënt en familie.

Waarin verschilt palliatieve zorg van curatieve zorg?

Palliatieve zorg richt zich op comfort, curatieve zorg op genezing.

Wat is de rol van de verpleegkundige in palliatieve zorg?

Verpleegkundigen bieden ondersteuning, coördineren zorg, en communiceren met het zorgteam en de familie.

Waar staat de term 'multidisciplinaire aanpak' voor?

Samenwerking van verschillende zorgprofessionals voor optimale zorgverlening.

Wat zijn belangrijke aspecten van communicatie in palliatieve zorg?

- Empathie - Luisteren - Duidelijkheid - Respect

Vul de lege plaats in: Palliatieve zorg kan ________ in de thuissituatie worden verleend.

thuis

Wat is een belangrijk doel van palliatieve zorg?

Het verbeteren van de kwaliteit van leven, ongeacht de levensverwachting.

Wat houdt psychosociale ondersteuning in?

Ondersteuning van emotionele en sociale aspecten van de patiënt en familie.

Waarvoor is geestelijke zorg belangrijk in palliatieve zorg?

Het biedt ondersteuning bij existentiële vragen en angst voor de dood.

Wat betekent 'comfort care'?

Zorg gericht op het maximaliseren van comfort en kwaliteit voor de patiënt.

Wat is een veelvoorkomende mythe over palliatieve zorg?

Dat het gelijkstaat aan 'opgeven' of 'verder geen behandelingen meer krijgen'.

Waarom is familiebetrokkenheid belangrijk?

Familieleden spelen een cruciale rol in de ondersteuning van de patiënt.

Wat zijn indicators voor palliatieve zorg?

Chronische ziekte, beperkte levensverwachting, en behoefte aan symptoommanagement.

Symptoommanagement(12)

Wat is symptoommanagement in palliatieve zorg?

Het beheersen van symptomen zoals pijn, misselijkheid en angst om de levenskwaliteit te verbeteren.

Wat is de rol van pijnbestrijding?

Pijnbestrijding is essentieel. Doelen zijn: - Verminderen van pijn - Verbeteren van comfort - Ondersteunen van functionaliteit

Waar of niet waar: Pijnmedicatie kan verslavend zijn.

Waar. Maar in de palliatieve fase focust men vaak op comfort, niet op verslaving.

Vul de lege ruimte in: __________ is een veelvoorkomend symptoom in de palliatieve zorg.

Misselijkheid

Hoe kan misselijkheid worden behandeld?

Met medicijnen zoals anti-emetica, dieetveranderingen en alternatieve therapieën zoals acupunctuur.

Wat zijn de gevolgen van niet-behandelde pijn?

Verhoogde stress, verminderde levenskwaliteit en een grotere kans op depressie.

Vergelijk opioïden en niet-opioïde pijnstillers.

Opioïden: Sterkere pijnbestrijding, risico op bijwerkingen. Niet-opioïden: Lichter, minder bijwerkingen.

Wat zijn psychische symptomen die behandeld moeten worden?

Angst, depressie en slapeloosheid. Behandeling kan bestaan uit therapie en medicatie.

Hoe beïnvloedt voeding symptomen in de palliatieve zorg?

Goede voeding kan energie en welzijn verbeteren, terwijl slechte voeding kan leiden tot extra klachten.

Wat zijn enkele niet-medicamenteuze behandelingen?

- Fysieke therapie - Mindfulness - Massage - Muziektherapie

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij symptoommanagement?

Individuele behoeften, bijwerkingen van medicatie, en communicatie met de patiënt.

Wat is de rol van de familie in symptoommanagement?

Familie speelt een cruciale rol in ondersteuning, communicatie en het begrijpen van de wensen van de patiënt.

Communicatie en ethiek(10)

Wat is actieve euthanasie?

Actieve euthanasie is het opzettelijk beëindigen van het leven van een patiënt op diens verzoek.

Waarom is goede communicatie belangrijk in palliatieve zorg?

Goede communicatie bevordert begrip, vermindert angst en ondersteunt emotioneel welzijn van patiënten en families.

Waarvoor staat de afkorting WMO?

WMO staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning – belangrijk voor zorgverlening en ondersteuning in de laatste levensfase.

Vul de lege plaats in: Empathie is belangrijk om __________.

vertrouwen op te bouwen tussen zorgverlener en patiënt.

Wat is het verschil tussen palliatieve zorg en curatieve zorg?

Palliatieve zorg richt zich op kwaliteit van leven, curatieve zorg op genezing van ziekte.

Waarop moet je letten bij het geven van slechte nieuws?

- Duidelijkheid - Empathie - Ruimte voor vragen - Tijd voor verwerking

Is het waar dat ethische dilemma's altijd een oplossing hebben?

Onwaar. Ethische dilemma's kunnen complexe keuzes vereisen zonder duidelijke juiste oplossing.

Wat zijn belangrijke ethische principes in palliatieve zorg?

Autonomie, niet-schaden, welzijn bevorderen en rechtvaardigheid zijn essentieel.

Geef een voorbeeld van non-verbale communicatie.

Lichaamstaal, oogcontact en gebaren zijn belangrijke vormen van non-verbale communicatie.

Wie is verantwoordelijk voor de communicatie over het behandelplan?

De zorgverlener is verantwoordelijk, maar ook de patiënt moet actief betrokken worden.

Vragen in deze set(38)

1. Wat is de belangrijkste doelstelling van symptoommanagement in palliatieve zorg?

A.Verhogen van levenskwaliteit
B.Verlagen van medicijngebruik
C.Bevorderen van therapietrouw
D.Vermijden van ziekenhuisopnames

2. Wat is het belangrijkste doel van palliatieve zorg?

A.Verbeteren van de kwaliteit van leven
B.Genezen van de ziekte
C.Vermijden van ziekenhuisopnames
D.Verhogen van levensverwachting

3. Wat is het primaire doel van palliatieve zorg?

A.De kwaliteit van leven verbeteren
B.De ziekte genezen
C.Patiënten in een ziekenhuis houden
D.Pijnbestrijding op lange termijn

4. Welke medicatie wordt vaak gebruikt voor de behandeling van pijn in de palliatieve zorg?

A.Antibiotica
B.Opioïden
C.Antidepressiva
D.Antihistaminica

5. Welke van de volgende is GEEN pijler van palliatieve zorg?

A.Fysieke zorg
B.Psychosociale zorg
C.Geestelijke zorg
D.Preventieve zorg

6. Wat is een belangrijk aspect van actieve communicatie met patiënten?

A.Luisteren naar hun wensen
B.Juridische documentatie opstellen
C.Onzekerheid creëren
D.Zij moeten zelf vragen stellen

7. Waar of niet waar: Het gebruik van niet-opioïde pijnstillers is altijd voldoende in de palliatieve zorg.

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

8. Vul de lege plaats in: Palliatieve zorg richt zich op ________ van symptomen.

A.behandeling
B.verlichting
C.diagnose
D.voorkoming

9. Welke van de volgende is GEEN ethisch principe in palliatieve zorg?

A.Autonomie
B.Noodsituatie
C.Niet-schaden
D.Rechtvaardigheid

10. Welke van de volgende symptomen is GEEN veelvoorkomend symptoom in de palliatieve zorg?

A.Pijn
B.Misselijkheid
C.Verkoudheid
D.Angst

11. Wat is de rol van de verpleegkundige in palliatieve zorg?

A.Alleen medicatie toedienen
B.Zorg coördineren en communiceren
C.Zorg alleen aan de patiënt bieden
D.Familieleden negeren

12. Wat is een effectieve manier om slechte nieuws te brengen?

A.Duidelijkheid en empathie tonen
B.Het nieuws snel geven
C.Alleen schriftelijk communiceren
D.Geen ruimte geven voor vragen

13. Wat is een effectieve niet-medicamenteuze aanpak voor het verlichten van angst?

A.Acupunctuur
B.Operatieve ingreep
C.Chemotherapie
D.Radiotherapie

14. Wat betekent 'multidisciplinaire aanpak' in palliatieve zorg?

A.Zorg door één zorgverlener
B.Samenwerking van verschillende zorgprofessionals
C.Zorg via digitale middelen
D.Zorg zonder betrokkenheid van familie

15. Wat is een voorbeeld van empathie in communicatie?

A.Zeggen dat je het begrijpt
B.Lichaamstaal negeren
C.Over jezelf praten
D.Een patiënt afleiden

16. Wat kan een direct gevolg zijn van niet-behandelde misselijkheid in de palliatieve zorg?

A.Verhoogde eetlust
B.Verbeterde kwaliteit van leven
C.Vermindering van sociale interactie
D.Toegenomen energie

17. Wat is een belangrijk aspect van communicatie in palliatieve zorg?

A.Duidelijkheid
B.Vermijden van moeilijke onderwerpen
C.Eenrichtingscommunicatie
D.Snelheid van informatieoverdracht

18. Waarom is het belangrijk om medepatiënten te betrekken in besluitvorming?

A.Om hun autonomie te respecteren
B.Zodat de zorgverlener niet verantwoordelijk is
C.Omdat zij geen mening hebben
D.Omdat het tijd bespaart

19. Welke van de volgende beweringen over opioïden is juist?

A.Ze zijn altijd veilig
B.Ze kunnen verslavend zijn
C.Ze hebben geen bijwerkingen
D.Ze zijn niet effectief tegen pijn

20. Waar kan palliatieve zorg worden verleend?

A.Alleen in ziekenhuizen
B.Thuis of in een verpleeghuis
C.Alleen in hospice
D.Alleen in poliklinieken

21. Wat is een veelvoorkomend ethisch dilemma in de palliatieve zorg?

A.De keuze tussen pijnbestrijding en bewustzijn
B.Het schrijven van een zorgplan
C.Communicatie met familie
D.Het geven van medicatie

22. Wat is de rol van voedingsadviezen in de palliatieve zorg?

A.Alleen gewichtstoename bevorderen
B.Verhogen van pijn
C.Verbeteren van welzijn
D.Verlagen van medicijngebruik

23. Wat houdt psychosociale ondersteuning in?

A.Alleen fysieke symptomen behandelen
B.Ondersteuning van emotionele en sociale aspecten
C.Familieleden uitsluiten
D.Versterken van negatieve emoties

24. Wat houdt de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in?

A.Ondersteuning van kwetsbare groepen
B.Regels voor ziekenhuisopnames
C.Financiering van medicijnen
D.Beheer van zorginstellingen

25. Welke van de volgende symptomen moet met prioriteit behandeld worden?

A.Hoofdpijn
B.Vermoeidheid
C.Ernstige pijn
D.Moeilijkheden met slikken

26. Waarom is geestelijke zorg belangrijk in palliatieve zorg?

A.Het biedt ondersteuning bij spirituele vragen
B.Het voorkomt pijn
C.Het is verplicht voor alle patiënten
D.Het is alleen voor oudere patiënten

27. Wat is een teken van actieve luisteren?

A.Oogcontact maken
B.Je telefoon gebruiken
C.De patiënt onderbreken
D.Snel antwoorden geven

28. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij het bepalen van het symptoommanagement?

A.Patiëntvoorkeuren en bijwerkingen
B.Kosten van medicatie
C.Aantal symptomen
D.Ervaring van zorgverleners

29. Wat betekent 'comfort care' in de context van palliatieve zorg?

A.Zorg gericht op genezing van de ziekte
B.Zorg gericht op maximaal comfort en kwaliteit
C.Zorg met focus op medicatie
D.Zorg zonder betrokkenheid van familie

30. Wie speelt een cruciale rol bij het creëren van een zorgplan?

A.De zorgverlener en de patiënt samen
B.Alleen de zorgverlener
C.Familieleden zonder de patiënt
D.De verzekeraar

31. Wat is een veelvoorkomende psychische klacht in de palliatieve zorg?

A.Angst
B.Verkoudheid
C.Hoofdpijn
D.Huiduitslag

32. Wat is een veelvoorkomende mythe over palliatieve zorg?

A.Het is alleen voor terminale patiënten
B.Het richt zich op symptoomverlichting
C.Het kan thuis worden verleend
D.Het is een multidisciplinaire aanpak

33. Wat is een belangrijk effect van effectieve pijnbestrijding in de palliatieve zorg?

A.Verbetering van de levenskwaliteit
B.Verhoogde kans op verslaving
C.Toename van angstgevoelens
D.Vermindering van eetlust

34. Waarom is familiebetrokkenheid belangrijk in palliatieve zorg?

A.Familieleden zijn verantwoordelijk voor de zorg
B.Familieleden spelen een cruciale rol in ondersteuning
C.Familieleden moeten altijd aanwezig zijn
D.Familieleden zijn irrelevant voor de zorg

35. Wat zijn indicatoren voor het inzetten van palliatieve zorg?

A.Chronische ziekte en beperkte levensverwachting
B.Te behandelen aandoeningen
C.Leefstijlveranderingen
D.Goede prognose

36. Wat is een belangrijk aspect van symptoommanagement in palliatieve zorg?

A.Alle symptomen negeren
B.Actief zoeken naar verlichting van symptomen
C.Patiënten vertellen dat symptoommanagement niet nodig is
D.Alleen medicatie gebruiken

37. Vul de lege plaats in: Palliatieve zorg is gericht op het ________ van lijden.

A.verhogen
B.verlichten
C.negeren
D.verergeren

38. Wat is het belangrijkste verschil tussen palliatieve zorg en curatieve zorg?

A.Palliatieve zorg richt zich op comfort, terwijl curatieve zorg gericht is op genezing.
B.Palliatieve zorg biedt alleen geestelijke ondersteuning, terwijl curatieve zorg dat niet doet.
C.Palliatieve zorg is alleen beschikbaar in ziekenhuizen, curatieve zorg niet.
D.Palliatieve zorg is alleen voor ouderen, curatieve zorg voor jongeren.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.