Woordjes: Spaans woordenschat reizen

Deze woordenlijst bevat belangrijke Spaanse woordenschat gerelateerd aan reizen, ideaal voor leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen. De woorden en zinnen helpen bij het navigeren in verschillende reissituaties.

LeviDeJonge9·24 flashcards·24 vragen
eindexamenlanguagesspanish
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

el autobús

Tik om om te draaien
Achterkant

de bus

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. What does 'el autobús' mean?

Termen in deze set(24)

Vervoer en Accommodatie(12)

el autobús

de bus

la estación de tren

het treinstation

reservar un hotel

een hotel reserveren

el taxi

de taxi

las maletas

de koffers

la carretera

de snelweg

hacer una reserva

een reservering maken

el vuelo

de vlucht

la habitación

de kamer

el billete

het ticket

viajar en coche

met de auto reizen

el alojamiento

de accommodatie

Eten en Drinken(12)

¿Cuánto cuesta?

Hoeveel kost het?

La cuenta, por favor.

De rekening, alstublieft.

Quisiera...

Ik zou graag... willen.

¿Tienen menú del día?

Hebben jullie een dagmenu?

Sin gluten, por favor.

Zonder gluten, alstublieft.

¿Puedo tener más agua?

Mag ik meer water?

Es picante.

Het is heet.

Me gustaría reservar una mesa.

Ik zou graag een tafel willen reserveren.

¿Qué recomienda?

Wat raadt u aan?

Estoy listo para pedir.

Ik ben klaar om te bestellen.

¿Hay opciones vegetarianas?

Zijn er vegetarische opties?

¿Puedo pagar con tarjeta?

Kan ik met kaart betalen?

Vragen in deze set(24)

1. What does 'el autobús' mean?

A.de bus
B.de taxi
C.de trein
D.de kamer

2. Wat betekent '¿Cuánto cuesta?'?

A.Hoeveel kost het?
B.De rekening, alstublieft.
C.Ik zou graag... willen.
D.Mag ik meer water?

3. Which word means 'de snelweg'?

A.la carretera
B.el billete
C.el vuelo
D.el alojamiento

4. Welke zin betekent 'De rekening, alstublieft.'?

A.¿Puedo tener más agua?
B.Quisiera...
C.La cuenta, por favor.
D.¿Hay opciones vegetarianas?

5. What does 'reservar un hotel' mean?

A.een hotel reserveren
B.met de auto reizen
C.de vlucht
D.de koffers

6. Wat is de betekenis van 'Quisiera...'?

A.Ik zou graag... willen.
B.Mag ik met kaart betalen?
C.Het is heet.
D.Wat raadt u aan?

7. Which word means 'de taxi'?

A.el taxi
B.la habitación
C.el vuelo
D.el autobús

8. Welke vraag betekent 'Hebben jullie een dagmenu?'?

A.¿Qué recomienda?
B.¿Tienen menú del día?
C.Sin gluten, por favor.
D.Estoy listo para pedir.

9. What does 'las maletas' mean?

A.de koffers
B.de trein
C.de bus
D.de reservering

10. Wat betekent 'Sin gluten, por favor.'?

A.Zonder gluten, alstublieft.
B.Ik ben klaar om te bestellen.
C.Zijn er vegetarische opties?
D.Es picante.

11. Which word means 'de vlucht'?

A.el vuelo
B.el billete
C.la carretera
D.la habitación

12. Wat betekent '¿Puedo tener más agua?'?

A.Mag ik meer water?
B.Wat raadt u aan?
C.Het is heet.
D.Me gustaría reservar una mesa.

13. What does 'la habitación' mean?

A.de kamer
B.de accommodatie
C.de snelweg
D.het ticket

14. Welke zin betekent 'Het is heet.'?

A.Es picante.
B.Estoy listo para pedir.
C.¿Cuánto cuesta?
D.¿Hay opciones vegetarianas?

15. Which word means 'met de auto reizen'?

A.viajar en coche
B.hacer una reserva
C.el taxi
D.las maletas

16. Wat betekent 'Me gustaría reservar una mesa.'?

A.Ik ben klaar om te bestellen.
B.Ik zou graag een tafel willen reserveren.
C.Zonder gluten, alstublieft.
D.¿Tienen menú del día?

17. What does 'hacer una reserva' mean?

A.een reservering maken
B.de bus
C.de kamer
D.de luchthaven

18. Welke vraag betekent 'Wat raadt u aan?'?

A.¿Qué recomienda?
B.¿Cuánto cuesta?
C.¿Hay opciones vegetarianas?
D.Me gustaría reservar una mesa.

19. Which word means 'het ticket'?

A.el billete
B.el vuelo
C.la carretera
D.el taxi

20. Wat betekent 'Estoy listo para pedir.'?

A.Ik ben klaar om te bestellen.
B.¿Puedo pagar con tarjeta?
C.¿Cuánto cuesta?
D.Sin gluten, por favor.

21. What does 'el alojamiento' mean?

A.de accommodatie
B.de taxi
C.de snelweg
D.de koffers

22. Welke zin betekent 'Zijn er vegetarische opties?'?

A.¿Hay opciones vegetarianas?
B.¿Tienen menú del día?
C.¿Cuánto cuesta?
D.Quisiera...

23. Which word means 'het treinstation'?

A.la estación de tren
B.el autobús
C.las maletas
D.el vuelo

24. Wat betekent '¿Puedo pagar con tarjeta?'?

A.Kan ik met kaart betalen?
B.Ik zou graag... willen.
C.La cuenta, por favor.
D.Es picante.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.