Woordjes: Frans woordenschat gezondheid

Deze set flashcards bevat essentiële Franse woordenschat over gezondheid, gericht op het eindexamen. Hierin worden belangrijke termen en uitdrukkingen behandeld die relevant zijn in de context van medische zorg en welzijn.

LeviDeJong·32 flashcards·32 vragen
eindexamenlanguagesfrench
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

la santé

Tik om om te draaien
Achterkant

de gezondheid

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. What does 'la santé' mean?

Termen in deze set(32)

Basisgezondheidstermen(16)

la santé

de gezondheid

un médecin

een arts

avoir mal

pijn hebben

un hôpital

een ziekenhuis

un médicament

een medicijn

la maladie

de ziekte

se sentir bien

zich goed voelen

un traitement

een behandeling

la douleur

de pijn

prendre des médicaments

medicijnen innemen

la consultation

de afspraak

un symptôme

een symptoom

faire un examen

een onderzoek doen

la prévention

de preventie

un professionnel de santé

een zorgprofessional

la récupération

het herstel

Medische termen(16)

maladie

ziekte

symptôme

symptoom

diagnostic

diagnose

treatment

behandeling

prescription

voorschrift

santé

gezondheid

infirmier/infirmière

verpleegkundige

chirurgie

chirurgie

vaccin

vaccin

pharmacie

apotheek

consultation

consultatie

anesthésie

anesthesie

urgence

noodsituatie

réhabilitation

rehabilitatie

ordonnance

medicijnenlijst

mal de tête

hoofdpijn

Vragen in deze set(32)

1. What does 'la santé' mean?

A.de gezondheid
B.de ziekte
C.de pijn
D.een arts

2. What does 'maladie' mean?

A.ziekte
B.symptoom
C.behandeling
D.consultatie

3. Which word means 'een arts'?

A.un hôpital
B.un médecin
C.un traitement
D.la douleur

4. Which word means 'hoofdpijn'?

A.réhabilitation
B.mal de tête
C.ordonnance
D.vaccin

5. What does 'avoir mal' mean?

A.zich goed voelen
B.pijn hebben
C.een behandeling
D.de preventie

6. What does 'anesthésie' mean?

A.diagnose
B.noodsituatie
C.anesthesie
D.gezondheid

7. Which word means 'een ziekenhuis'?

A.un hôpital
B.un médicament
C.la maladie
D.la consultation

8. Which word means 'gezondheid'?

A.prescription
B.santé
C.chirurgie
D.infirmier

9. What does 'un médicament' mean?

A.een behandeling
B.een medicijn
C.de gezondheid
D.de pijn

10. What does 'ordonnance' mean?

A.medicijnenlijst
B.consultatie
C.vaccin
D.symptoom

11. Which word means 'de ziekte'?

A.la douleur
B.la maladie
C.un professionnel de santé
D.un symptôme

12. Which word means 'behandeling'?

A.urgence
B.traitement
C.pharmacie
D.infirmière

13. What does 'se sentir bien' mean?

A.zich goed voelen
B.pijn hebben
C.een arts
D.de preventie

14. What does 'pharmacie' mean?

A.apotheek
B.chirurgie
C.diagnostic
D.vaccin

15. Which word means 'een behandeling'?

A.un traitement
B.un hôpital
C.la santé
D.la douleur

16. Which word means 'noodsituatie'?

A.urgence
B.réhabilitation
C.maladie
D.diagnostic

17. What does 'la douleur' mean?

A.de pijn
B.de ziekte
C.de gezondheid
D.de preventie

18. What does 'diagnostic' mean?

A.behandeling
B.symptoom
C.diagnose
D.santé

19. Which word means 'medicijnen innemen'?

A.prendre des médicaments
B.la prévention
C.un professionnel de santé
D.un examen

20. Which word means 'vaccin'?

A.ordonnance
B.vaccin
C.traitement
D.infirmier

21. What does 'la consultation' mean?

A.de afspraak
B.de behandeling
C.de ziekte
D.de pijn

22. What does 'consultation' mean?

A.consultatie
B.chirurgie
C.infirmière
D.urgence

23. Which word means 'een symptoom'?

A.un hôpital
B.un symptôme
C.la santé
D.la douleur

24. Which word means 'verpleegkundige'?

A.infirmier/infirmière
B.pharmacie
C.réhabilitation
D.symptôme

25. What does 'faire un examen' mean?

A.een onderzoek doen
B.de gezondheid
C.pijn hebben
D.een behandeling

26. What does 'chirurgie' mean?

A.diagnostic
B.chirurgie
C.behandeling
D.vaccin

27. Which word means 'de preventie'?

A.la récupération
B.la prévention
C.un professionnel de santé
D.un médicament

28. Which word means 'symptoom'?

A.mal de tête
B.symptôme
C.urgence
D.santé

29. What does 'un professionnel de santé' mean?

A.een arts
B.een medicijn
C.een zorgprofessional
D.de gezondheid

30. What does 'réhabilitation' mean?

A.rehabilitatie
B.prescription
C.maladie
D.consultatie

31. Which word means 'het herstel'?

A.la récupération
B.la douleur
C.un traitement
D.la maladie

32. What does 'urgence' mean?

A.noodsituatie
B.consultatie
C.medicijnenlijst
D.hoofdpijn

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.