Woordjes: Engels eindexamen grafiek

Deze set bevat woorden en uitdrukkingen die nuttig zijn voor het eindexamen Engels, met een focus op grafieken en dagelijkse onderwerpen zoals euro's, kilometers en graden Celsius.

Daan2008·31 flashcards·19 vragen
eindexamenlanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 31
0
Aan het leren
Voorkant

increase

Tik om om te draaien
Achterkant

toename

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(19 vragen)

Vraag 1 van 19

1. Wat betekent increase?

Termen in deze set(31)

increase

toename

decrease

afname

trend

tendens

data

gegevens

percentage

percentage

average

gemiddelde

figure

cijfer

graph

grafiek

value

waarde

axis

as

label

label

correlation

correlatie

highest

hoogste

lowest

laagste

stable

stabiel

fluctuate

schommelen

measure

meten

analyze

analyseren

summarize

samenvatten

display

weergeven

trendline

trendlijn

projection

projectie

comparison

vergelijking

variable

variabele

sample

monster

record

record

estimate

schatting

high

hoog

low

laag

growth

groei

decline

afname

Vragen in deze set(19)

1. Wat betekent increase?

A.toename
B.afname
C.tendens
D.gemiddelde

2. Welk woord betekent gemiddelde?

A.average
B.figure
C.value
D.label

3. Wat betekent fluctuation?

A.schommeling
B.meten
C.analyseren
D.projectie

4. Welk woord betekent correlatie?

A.correlation
B.trendline
C.comparison
D.sample

5. Wat betekent display?

A.weergeven
B.afname
C.waarde
D.cijfer

6. Welk woord betekent schatting?

A.estimate
B.record
C.data
D.value

7. Wat betekent hoog?

A.high
B.low
C.stable
D.average

8. Welk woord betekent laagste?

A.lowest
B.highest
C.increase
D.decrease

9. Wat betekent stabiel?

A.stable
B.fluctuate
C.value
D.trendline

10. Welk woord betekent gegevens?

A.data
B.measure
C.record
D.sample

11. Wat betekent projectie?

A.projection
B.estimate
C.increase
D.decline

12. Welk woord betekent waarde?

A.value
B.average
C.figure
D.label

13. Wat betekent afname?

A.decrease
B.increase
C.stable
D.trend

14. Welk woord betekent monster?

A.sample
B.data
C.variable
D.record

15. Wat betekent gemeten?

A.measure
B.analyze
C.correlation
D.figure

16. Welk woord betekent groei?

A.growth
B.decline
C.average
D.stable

17. Wat betekent vergelijking?

A.comparison
B.trend
C.data
D.sample

18. Welk woord betekent tendens?

A.trend
B.value
C.fluctuate
D.label

19. Wat betekent cijfer?

A.figure
B.value
C.stable
D.measure

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.