Woordjes: Engels collocations maatschappij
Deze set van flashcards richt zich op Engelse collocaties die vaak in de maatschappij worden gebruikt. Dit helpt leerlingen om hun vocabulaire uit te breiden en beter te begrijpen hoe woorden samen worden gebruikt in context.
Quiz(29 vragen)
1. Wat betekent 'social issues'?
Termen in deze set(29)
social issues
sociale kwesties
economic growth
economische groei
public services
publieke diensten
community involvement
gemeenschapsbetrokkenheid
cultural diversity
culturele diversiteit
environmental impact
milieu-impact
job opportunities
baanmogelijkheden
health care
gezondheidszorg
social responsibility
sociale verantwoordelijkheid
political participation
politieke deelname
human rights
mensenrechten
economic inequality
economische ongelijkheid
global warming
opwarming van de aarde
educational reform
onderwijsvernieuwing
sustainable development
duurzame ontwikkeling
public opinion
publieke opinie
social network
sociaal netwerk
civic engagement
burgerschap betrokkenheid
crime rates
criminaliteitscijfers
work-life balance
werk-privébalans
digital divide
digitale kloof
urban development
stedelijke ontwikkeling
youth unemployment
jeugdwerkloosheid
consumer behavior
consumentengedrag
social media
sociale media
fair trade
eerlijke handel
local economy
lokale economie
public health
publieke gezondheid
income disparity
inkomensverschil
Vragen in deze set(29)
1. Wat betekent 'social issues'?
2. Welk woord betekent 'economische groei'?
3. Wat betekent 'public services'?
4. Welk woord betekent 'gemeenschapsbetrokkenheid'?
5. Wat betekent 'culturele diversiteit'?
6. Welk woord betekent 'milieu-impact'?
7. Wat betekent 'baanmogelijkheden'?
8. Welk woord betekent 'gezondheidszorg'?
9. Wat betekent 'sociale verantwoordelijkheid'?
10. Welk woord betekent 'politieke deelname'?
11. Wat betekent 'mensenrechten'?
12. Welk woord betekent 'economische ongelijkheid'?
13. Wat betekent 'opwarming van de aarde'?
14. Welk woord betekent 'onderwijsvernieuwing'?
15. Wat betekent 'duurzame ontwikkeling'?
16. Welk woord betekent 'publieke opinie'?
17. Wat betekent 'sociaal netwerk'?
18. Welk woord betekent 'burgerschap betrokkenheid'?
19. Wat betekent 'criminaliteitscijfers'?
20. Welk woord betekent 'werk-privébalans'?
21. Wat betekent 'digitale kloof'?
22. Welk woord betekent 'stedelijke ontwikkeling'?
23. Wat betekent 'jeugdwerkloosheid'?
24. Welk woord betekent 'consumentengedrag'?
25. Wat betekent 'sociale media'?
26. Welk woord betekent 'eerlijke handel'?
27. Wat betekent 'lokale economie'?
28. Welk woord betekent 'publieke gezondheid'?
29. Wat betekent 'inkomensverschil'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Passiv Vokabeln
Englisch unregelmäßige Verben Karteikarten
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

