Woordjes: Engels betrekkelijke voornaamwoorden
Deze flashcards zijn gericht op Engelse betrekkelijke voornaamwoorden en zijn ontworpen voor leerlingen in de bovenbouw die hun vocabulaire willen uitbreiden.
Quiz(16 vragen)
1. Wat betekent 'who'?
Termen in deze set(18)
who
wie
whom
wie (lijdend voorwerp)
whose
wiens
which
welke
that
dat
whoever
ieder die
whichever
welk ook
whatever
wat ook
whenever
wanneer ook
wherever
waar ook
whenever
wanneer ook
who's
wie is
that's
dat is
which's
welke is
whosever
wiens ook
whosoever
wie dan ook
whichever way
hoe dan ook
whatever it takes
wat er ook voor nodig is
Vragen in deze set(16)
1. Wat betekent 'who'?
2. Welk woord betekent 'whom'?
3. Wat betekent 'whose'?
4. Welk woord betekent 'which'?
5. Wat betekent 'that'?
6. Welk woord betekent 'whoever'?
7. Wat betekent 'whichever'?
8. Welk woord betekent 'whatever'?
9. Wat betekent 'whenever'?
10. Welk woord betekent 'wherever'?
11. Wat betekent 'who's'?
12. Welk woord betekent 'that's'?
13. Wat betekent 'which's'?
14. Welk woord betekent 'whosoever'?
15. Wat betekent 'whichever way'?
16. Welk woord betekent 'whatever it takes'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Passiv Vokabeln
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

