Woordjes: Academic English presenteren

Een woordenlijst met belangrijke termen en uitdrukkingen die gebruikt worden bij het presenteren in het academisch Engels. Deze kaarten helpen studenten bij het begrijpen en toepassen van vaktermen tijdens hun presentaties.

BramM8·16 flashcards·16 vragen
wolanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 16
0
Aan het leren
Voorkant

presentation

Tik om om te draaien
Achterkant

presentatie

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(16 vragen)

Vraag 1 van 16

1. What does 'presentation' mean?

Termen in deze set(16)

presentation

presentatie

audience engagement

betrokkenheid van het publiek

visual aids

visuele hulpmiddelen

key points

belangrijke punten

to summarize

samenvatten

body language

lichaamstaal

to clarify

verduidelijken

feedback

terugkoppeling

to conclude

concluderen

Q&A session

vragen en antwoorden sessie

time management

tijdbeheer

to emphasize

benadrukken

narrative structure

narratieve structuur

to persuade

overtuigen

rehearsal

oefening

to outline

schetsen

Vragen in deze set(16)

1. What does 'presentation' mean?

A.presentatie
B.betrokkenheid van het publiek
C.visuele hulpmiddelen
D.tijdbeheer

2. Which word means 'to summarize'?

A.samenvatten
B.verduidelijken
C.oefening
D.betrekken

3. In de context van een presentatie, wat is 'audience engagement'?

A.betrokkenheid van het publiek
B.lichaamstaal
C.terugkoppeling
D.narratieve structuur

4. What does 'to emphasize' mean?

A.benadrukken
B.oefening
C.visuele hulpmiddelen
D.vragen en antwoorden sessie

5. Which word means 'visual aids'?

A.visuele hulpmiddelen
B.afsluiten
C.lichaamstaal
D.belangrijke punten

6. In een presentatie, wat houdt 'Q&A session' in?

A.vragen en antwoorden sessie
B.verduidelijken
C.samenvatten
D.narratieve structuur

7. Which word means 'to conclude'?

A.concluderen
B.oefening
C.belangrijke punten
D.tijdbeheer

8. Wat betekent 'feedback' in een presentatie?

A.terugkoppeling
B.lichaamstaal
C.belangrijke punten
D.verduidelijken

9. What does 'body language' refer to?

A.lichaamstaal
B.belangrijke punten
C.visuele hulpmiddelen
D.narratieve structuur

10. Which word means 'key points'?

A.belangrijke punten
B.terugkoppeling
C.oefening
D.tijdbeheer

11. What does 'to clarify' mean?

A.verduidelijken
B.oefening
C.visuele hulpmiddelen
D.audience engagement

12. In welke context wordt 'rehearsal' gebruikt?

A.oefening
B.belangrijke punten
C.visuele hulpmiddelen
D.vragen en antwoorden sessie

13. Which word means 'narrative structure'?

A.narratieve structuur
B.oefening
C.lichaamstaal
D.feedback

14. What does 'time management' mean in the context of a presentation?

A.tijdbeheer
B.verduidelijken
C.belangrijke punten
D.audience engagement

15. Which word means 'to persuade'?

A.overtuigen
B.oefening
C.samenvatten
D.narratieve structuur

16. What does 'to outline' mean?

A.schetsen
B.visuele hulpmiddelen
C.terugkoppeling
D.lichaamstaal

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.