Vocabulaire: Engels vraagwoorden
Een set van flashcards en quizvragen over de Engelse vraagwoorden, gericht op leerlingen in de onderbouw.
onderbouwlanguagesenglish
0
Ken ik0
Aan het lerenKen ik
Aan het leren
Quiz(10 vragen)
Vraag 1 van 10
1. Wat betekent 'who'?
Termen in deze set(21)
who
wie
what
wat
where
waar
when
wanneer
why
waarom
how
hoe
which
welke
whose
van wie
can
kunnen
could
konnen
should
zouden moeten
would
zou
may
mogen
might
zou kunnen
must
moet
is
is
are
zijn
was
was
were
waren
have
hebben
has
heeft
Vragen in deze set(10)
1. Wat betekent 'who'?
A.wie
B.wat
C.waar
D.wanneer
2. Welk woord betekent 'waar'?
A.where
B.when
C.why
D.how
3. Wat betekent 'why'?
A.waarom
B.wanneer
C.wie
D.wat
4. Welk woord betekent 'hoe'?
A.how
B.what
C.which
D.whose
5. Wat betekent 'which'?
A.welke
B.waar
C.wie
D.wat
6. Welk woord betekent 'zouden moeten'?
A.should
B.could
C.would
D.may
7. Wat betekent 'can'?
A.kunnen
B.mogen
C.moeten
D.zouden
8. Welk woord betekent 'zou kunnen'?
A.might
B.may
C.must
D.could
9. Wat betekent 'is'?
A.is
B.zijn
C.was
D.waren
10. Welk woord betekent 'heeft'?
A.has
B.have
C.is
D.are
Gerelateerde sets
TalenEnglish
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
kaarten
TalenEnglish
Englisch Passiv Vokabeln
kaarten
TalenEnglish
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
kaarten
TalenEnglish
Wörter: Englisch some any much many
kaarten
TalenEnglish
Englisch Relativsätze Karteikarten
kaarten
TalenEnglish
Englisch Abitur Mediation
kaarten
TalenEnglish
Englisch reported speech
kaarten
TalenEnglish
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
kaarten
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

