Vocabulaire: Engels phrasal verbs reizen
Deze flashcards bevatten Engelse phrasal verbs die gerelateerd zijn aan reizen, met hun vertalingen en voorbeelden in het Nederlands.
Quiz(12 vragen)
1. Wat betekent 'set off'?
Termen in deze set(17)
set off
vertrekken
check in
inchecken
take off
opstijgen
get away
ontsnappen
look forward to
uitkijken naar
run out of
opraaken
pick up
oppikken
drop off
afzetten
hang out
tijd doorbrengen
come back
terugkomen
head for
afgaan op
turn around
omdraaien
set back
terugzetten
get on
instappen
get off
uitstappen
call off
afgelasten
put off
uitstellen
Vragen in deze set(12)
1. Wat betekent 'set off'?
2. Welk woord betekent 'inchecken'?
3. Wat betekent 'take off'?
4. Welk woord betekent 'uitkijken naar'?
5. Wat betekent 'pick up'?
6. Welk woord betekent 'ontsnappen'?
7. Wat betekent 'drop off'?
8. Welk woord betekent 'omdraaien'?
9. Wat betekent 'get on'?
10. Welk woord betekent 'terugkomen'?
11. Wat betekent 'hang out'?
12. Welk woord betekent 'uitstellen'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Passiv Vokabeln
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

