Vocabulaire: Engels lichaam onderbouw
Deze set bevat Engelse woorden en zinnen die betrekking hebben op het lichaam, speciaal voor leerlingen in de onderbouw. Elk woord of uitdrukking is voorzien van een korte vertaling naar het Nederlands.
Quiz(14 vragen)
1. Wat betekent 'hand'?
Termen in deze set(16)
head
hoofd
arm
arm
leg
been
foot
voet
hand
hand
eye
oog
ear
oor
mouth
mond
nose
neus
shoulder
schouder
tooth
tand
skin
huid
heart
hart
stomach
maag
back
rug
knee
knie
Vragen in deze set(14)
1. Wat betekent 'hand'?
2. Welk woord betekent 'hart'?
3. Wat betekent 'oor'?
4. Welk woord betekent 'been'?
5. Wat betekent 'rug'?
6. Welk woord betekent 'schouder'?
7. Wat betekent 'knie'?
8. Welk woord betekent 'huid'?
9. Wat betekent 'oog'?
10. Welk woord betekent 'maag'?
11. Wat betekent 'voet'?
12. Welk woord betekent 'neus'?
13. Wat betekent 'arm'?
14. Welk woord betekent 'tand'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Passiv Vokabeln
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

