Vocabulaire: Duits huis

Dit is een woordenlijst van het Duits huis met alledaagse woorden en zinnen die nuttig zijn voor leerlingen in de onderbouw.

Sophie48·21 flashcards·14 vragen
onderbouwlanguagesgerman
0
Ken ik
1 / 21
0
Aan het leren
Voorkant

das Haus

Tik om om te draaien
Achterkant

het huis

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(14 vragen)

Vraag 1 van 14

1. Wat betekent 'die Tür'?

Termen in deze set(21)

das Haus

het huis

die Tür

de deur

das Fenster

het raam

der Tisch

de tafel

der Stuhl

de stoel

die Küche

de keuken

das Schlafzimmer

de slaapkamer

das Bad

de badkamer

die Wand

de muur

die Decke

het plafond

der Boden

de vloer

sitzen

zitten

stehen

staan

liegen

liggen

öffnen

openen

schließen

sluiten

schön

mooi

klein

klein

groß

groot

hell

helder

dunkel

donker

Vragen in deze set(14)

1. Wat betekent 'die Tür'?

A.de deur
B.het huis
C.de muur
D.de tafel

2. Welk woord betekent 'de badkamer'?

A.das Bad
B.die Küche
C.das Schlafzimmer
D.das Fenster

3. Wat betekent 'der Tisch'?

A.de stoel
B.de tafel
C.de deur
D.de muur

4. Welk woord betekent 'liggen'?

A.sitzen
B.stehen
C.liegen
D.öffnen

5. Wat betekent 'die Wand'?

A.de muur
B.de vloer
C.het plafond
D.de deur

6. Welk woord betekent 'groot'?

A.klein
B.groß
C.schön
D.dunkel

7. Wat betekent 'der Boden'?

A.de muur
B.de vloer
C.de deur
D.de keuken

8. Welk woord betekent 'de keuken'?

A.die Küche
B.das Bad
C.das Schlafzimmer
D.die Tür

9. Wat betekent 'das Fenster'?

A.de deur
B.het raam
C.de wand
D.de vloer

10. Welk woord betekent 'mooi'?

A.klein
B.schön
C.dunkel
D.groß

11. Wat betekent 'hell'?

A.helder
B.donker
C.mooi
D.klein

12. Welk woord betekent 'sluiten'?

A.öffnen
B.schließen
C.stehen
D.sitzen

13. Wat betekent 'die Decke'?

A.de vloer
B.de muur
C.het plafond
D.de deur

14. Welk woord betekent 'staan'?

A.sitzen
B.stehen
C.liegen
D.schön

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.