Vocabulaire: Duits eindexamen mening
Deze set van flashcards en quizvragen is bedoeld om leerlingen te helpen bij het leren van Duits, specifiek gericht op het eindexamen. De woorden zijn alledaags en praktisch, met focus op vocabulaire dat nuttig is in dagelijkse situaties.
Quiz(19 vragen)
1. Wat betekent Haus?
Termen in deze set(21)
Haus
huis
Auto
auto
Buch
boek
schreiben
schrijven
lesen
lezen
schön
mooi
groß
groot
klein
klein
schnell
snel
langsam
traag
die Stadt
de stad
der Weg
de weg
fahren
rijden
laufen
lopen
Essen
eten
Trinken
drinken
freundlich
vriendelijk
schlecht
slecht
gut
goed
morgen
morgen
abends
’s avonds
Vragen in deze set(19)
1. Wat betekent Haus?
2. Welk woord betekent snel?
3. Wat betekent Buch?
4. Welk woord betekent goed?
5. Wat betekent klein?
6. Welk woord betekent auto?
7. Wat betekent laufen?
8. Welk woord betekent eten?
9. Wat betekent freundlich?
10. Welk woord betekent morgen?
11. Wat betekent schnell?
12. Welk woord betekent weg?
13. Wat betekent schön?
14. Welk woord betekent het huis?
15. Wat betekent der Weg?
16. Welk woord betekent slecht?
17. Wat betekent lang?
18. Welk woord betekent groot?
19. Wat betekent abends?
Gerelateerde sets
Allemand sein et haben fiches
Allemand famille fiches
Mots : Allemand négation
Allemand articles vocabulaire
Allemand ville fiches
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Allemand salutations
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

