Latijnse werkwoorden stamtijden
Een uitgebreide set van flashcards over Latijnse werkwoorden en hun stamtijden, gericht op het eindexamen. Deze kaarten helpen leerlingen de vormen van werkwoorden te leren en te begrijpen.
Quiz(36 vragen)
1. Wat betekent 'amare'?
Termen in deze set(36)
Regelmatige werkwoorden(16)
amare
houden van
monere
waarschuwen
videre
zien
ducere
leiden
audire
horen
laborare
werken
cantare
zingen
scribere
schrijven
parare
voorbereiden
narrare
vertellen
habitare
wonen
cogitare
nadenken
educare
onderwijzen
explorare
verkennen
ludere
spelen
completare
voltooien
Onregelmatige werkwoorden(12)
amare
houden van
videre
zien
dicere
zeggen
ferre
dragen
esse
zijn
ire
gaan
capere
nemen
agere
doen
facere
maken
venire
komen
audiere
horen
movere
bewegen
Specifieke werkwoordsvormen(8)
infinitivus
infinitief
praesens
tegenwoordige tijd
perfectum
voltooid verleden tijd
imperfectum
onvoltooid verleden tijd
futurum
toekomende tijd
participium
deelwoord
indicativus
aantonende wijs
subjunctivus
aanvoegende wijs
Vragen in deze set(36)
1. Wat betekent 'amare'?
2. Wat betekent 'ferre'?
3. Wat betekent 'infinitivus'?
4. Welke Latijnse term betekent 'waarschuwen'?
5. Welke van de volgende woorden betekent 'komen'?
6. Welke term betekent 'toekomende tijd'?
7. Wat betekent 'audire'?
8. Wat is de vertaling van 'dicere'?
9. Wat is de Nederlandse vertaling van 'participium'?
10. Welk woord betekent 'werken'?
11. Welke betekenis heeft 'amare'?
12. Wat betekent 'imperfectum'?
13. Welke Latijnse term betekent 'zien'?
14. Wat betekent 'audire'?
15. Welke term staat voor 'deelwoord'?
16. Wat betekent 'narrate' in het Nederlands?
17. Welke van onderstaande woorden betekent 'doen'?
18. Wat is de betekenis van 'subjunctivus'?
19. Wat betekent 'scribere'?
20. Wat is de betekenis van 'facere'?
21. Welke tijd betekent 'praesens'?
22. Welk woord betekent 'voorbereiden'?
23. Welke van de volgende woorden betekent 'zijn'?
24. Wat is de Nederlandse vertaling van 'perfectum'?
25. Wat betekent 'cantare'?
26. Wat betekent 'ire'?
27. Welke term betekent 'nadenken'?
28. Welke betekenis heeft 'capere'?
29. Wat betekent 'educare'?
30. Wat betekent 'movere'?
31. Welk woord betekent 'verkennen'?
32. Welke van de volgende woorden betekent 'zien'?
33. Wat betekent 'ludere'?
34. Welke term betekent 'voltooien'?
35. Welke Latijnse werkwoord betekent 'wonen'?
36. Wat betekent 'laborare'?
Gerelateerde sets
Wortschatz: Englisch Migration und Integration
Vokabeln: Englisch soziale Netzwerke und Internet
Wortschatz: Englisch Politik und Wahlen
Englisch Arbeitswelt und Karriere Wortschatz
Vokabeln: Englisch künstliche Intelligenz und Digitalisierung
Englisch Rassismus und Diskriminierung
Wortschatz: Englisch Gesundheit und Lebensstil
Englisch Globalisierung und Welthandel Wortschatz
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

