Latijn basiswoordenlijst

Deze Latijn basiswoordenlijst bevat essentiële woorden en zinnen die vaak nodig zijn voor het eindexamen. De woorden zijn geselecteerd uit alledaagse onderwerpen en belangrijke thema's die leerlingen in Nederland moeten beheersen.

Daan2007·30 flashcards·30 vragen
eindexamenlanguagesvocabulary
0
Ken ik
1 / 30
0
Aan het leren
Voorkant

amicus

Tik om om te draaien
Achterkant

vriend

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(30 vragen)

Vraag 1 van 30

1. Wat betekent 'lumen'?

Termen in deze set(30)

Flashcards 1(15)

amicus

vriend

aqua

water

casa

huis

currere

rennen

magnus

groot

pax

vrede

scribere

schrijven

mens

geest

fortis

sterk

tempus

tijd

videre

zien

bellum

oorlog

sensus

gevoel

crescere

groeien

civitas

staat

Flashcards 2(15)

aqua

water

lumen

licht

sensus

gevoel

civis

burger

nomen

naam

venio

komen

scribo

schrijven

magnus

groot

parvus

klein

pulcher

mooi

fortis

sterk

dico

zeggen

facere

doen

audi

horen

videre

zien

Vragen in deze set(30)

1. Wat betekent 'lumen'?

A.licht
B.naam
C.komen
D.schrijven

2. What does 'amicus' mean?

A.vriend
B.huis
C.tijd
D. oorlog

3. Welke van de volgende woorden betekent 'mooi'?

A.pulcher
B.parvus
C.magnus
D.fortis

4. Which word means 'water'?

A.aqua
B.casa
C.bellum
D.pax

5. Wat betekent 'aqua'?

A.water
B.komen
C.zien
D.horen

6. 'Casa' translates to which of the following?

A.huis
B.sterk
C.groeien
D.geest

7. Welk woord betekent 'sterk'?

A.magnus
B.fortis
C.parvus
D.sensu

8. What does 'currere' mean?

A.rennen
B.schrijven
C.staan
D.gevoel

9. Wat betekent 'civis'?

A.burger
B.naam
C.doen
D.schrijven

10. Which word means 'big'?

A.magnus
B.fortis
C.civitas
D.sensus

11. Welke van de volgende woorden betekent 'zien'?

A.audire
B.videre
C.scribere
D.facere

12. What does 'pax' mean?

A.vrede
B.oorlog
C.tijd
D.water

13. Wat betekent 'parvus'?

A.klein
B.groot
C.licht
D.mooi

14. Which word translates to 'to write'?

A.scribere
B.crescere
C.currere
D.mens

15. Welk woord betekent 'zeggen'?

A.dico
B.venio
C.facere
D.fortis

16. What does 'mens' refer to?

A.geest
B.huis
C.vriend
D.tijd

17. Wat betekent 'sensu'?

A.gevoel
B.licht
C.water
D.mooi

18. Which word means 'strong'?

A.fortis
B.magnus
C.sensus
D.civitas

19. Welke van de volgende woorden betekent 'komen'?

A.scribo
B.venio
C.videre
D.dico

20. 'Tempus' translates to which of the following?

A.tijd
B.geest
C.huis
D.oorlog

21. Wat betekent 'scribo'?

A.horen
B.schrijven
C.doen
D.zien

22. What does 'videre' mean?

A.zien
B.groeien
C.schrijven
D.vriend

23. Welk woord betekent 'groot'?

A.pulcher
B.magnus
C.parvus
D.aqua

24. Which word means 'war'?

A.bellum
B.pax
C.civitas
D.mens

25. Wat betekent 'fortis'?

A.sterk
B.mooi
C.komen
D.licht

26. What does 'sensus' refer to?

A.gevoel
B.tijd
C.huis
D.sterk

27. Welke van de volgende woorden betekent 'horen'?

A.audire
B.videre
C.dico
D.facere

28. Which word means 'to grow'?

A.crescere
B.currere
C.scribere
D.videre

29. Wat betekent 'videre'?

A.zien
B.zeggen
C.doen
D.horen

30. What does 'civitas' mean?

A.staat
B.huis
C.oorlog
D.vriend

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.