Frans woordenschat politiek woordjes

Een uitgebreide lijst van Franse politieke woordenschat, handig voor leerlingen die zich voorbereiden op hun eindexamen. Deze woorden en uitdrukkingen zijn essentieel voor het begrijpen van politieke discussies en teksten.

NoahWolf·20 flashcards·20 vragen·1 weergaven
eindexamenlanguagesfrench
0
Ken ik
1 / 20
0
Aan het leren
Voorkant

démocratie

Tik om om te draaien
Achterkant

democratie

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(20 vragen)

Vraag 1 van 20

1. Wat betekent 'démocratie'?

Termen in deze set(20)

Basisbegrippen van de politiek(12)

démocratie

democratie

électorat

kiesgerechtigde

politique

politiek

gouvernement

regering

loi

wet

candidat

kandidaat

vote

stem

parti politique

politieke partij

opposition

oppositie

programme politique

politiek programma

référendum

referendum

campagne électorale

verkiezingscampagne

Politieke systemen en structuren(8)

démocratie

democratie

dictature

dictatuur

gouvernement

regering

système parlementaire

parlementair systeem

vote

stem

électorat

electoraat

opposition

oppositie

député

gedeputeerde

Vragen in deze set(20)

1. Wat betekent 'démocratie'?

A.democratie
B.regering
C.wet
D.oppositie

2. What does 'démocratie' mean?

A.democratie
B.dictatuur
C.regering
D.oppositie

3. Welke term betekent 'kiesgerechtigde'?

A.candidat
B.gouvernement
C.électorat
D.vote

4. Which word means 'dictatuur'?

A.république
B.dictature
C.gouvernement
D.électorat

5. Wat is de betekenis van 'politique'?

A.politiek
B.wet
C.politieke partij
D.programma

6. What does 'gouvernement' mean?

A.regering
B.parlement
C.gedeputeerde
D.stem

7. Wat betekent 'gouvernement'?

A.regering
B.stem
C.verkiezingscampagne
D.referendum

8. Which word means 'parlementair systeem'?

A.système judiciaire
B.système parlementaire
C.dictature
D.électorat

9. Welke term betekent 'wet'?

A.vote
B.loi
C.programme politique
D.oppositie

10. What does 'vote' mean?

A.stem
B.gedeputeerde
C.oppositie
D.république

11. Wat betekent 'candidat'?

A.stem
B.politieke partij
C.kandidaat
D.referendum

12. Which word means 'electoraat'?

A.gouvernement
B.électorat
C.démocratie
D.député

13. Welke term betekent 'stem'?

A.vote
B.parti politique
C.programme politique
D.oppositie

14. What does 'opposition' mean?

A.oppositie
B.regering
C.stem
D.dictatuur

15. Wat is de betekenis van 'parti politique'?

A.politieke partij
B.programma
C.wet
D.referendum

16. Which word means 'gedeputeerde'?

A.député
B.gouvernement
C.électorat
D.démocratie

17. Wat betekent 'opposition'?

A.regering
B.oppositie
C.wet
D.politiek

18. Welke term betekent 'politiek programma'?

A.programme politique
B.vote
C.gouvernement
D.candidat

19. Wat is de betekenis van 'référendum'?

A.stem
B.wet
C.referendum
D.politieke partij

20. Wat betekent 'campagne électorale'?

A.politiek programma
B.verkiezingscampagne
C.oppositie
D.gouvernement

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.