Frans onregelmatige werkwoorden woordenlijst

Een woordenlijst van onregelmatige werkwoorden in het Frans, essentieel voor leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen. Deze kaarten helpen bij het leren en onthouden van belangrijke werkwoorden en hun vervoegingen.

Pixel29·28 flashcards·28 vragen·1 weergaven
eindexamenlanguagesfrench
0
Ken ik
1 / 28
0
Aan het leren
Voorkant

être

Tik om om te draaien
Achterkant

zijn

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(28 vragen)

Vraag 1 van 28

1. Wat betekent 'acquérir'?

Termen in deze set(28)

Basis onregelmatige werkwoorden(16)

être

zijn

avoir

hebben

aller

gaan

faire

doen

dire

zeggen

voir

zien

savoir

weten

venir

komen

prendre

nemen

mettre

zetten

écrire

schrijven

lire

lezen

pouvoir

kunnen

devoir

moeten

vouloir

willen

sortir

uitgaan

Minder bekende onregelmatige werkwoorden(12)

acquérir

verwerven

cueillir

plukken

fuir

vluchten

mouvoir

bewegen

valoir

waard zijn

craindre

vrezen

découdre

uittrekken

démolir

slopen

naître

geboren worden

plaire

bevallen

rendre

teruggeven

savoir

weten

Vragen in deze set(28)

1. Wat betekent 'acquérir'?

A.verwerven
B.sloop
C.vluchten
D.plukken

2. Wat betekent 'être'?

A.zijn
B.hebben
C.gaan
D.doen

3. Welke van de volgende woorden betekent 'plukken'?

A.cueillir
B.rendre
C.découdre
D.craindre

4. Welke Franse werkwoord betekent 'hebben'?

A.prendre
B.avoir
C.faire
D.dire

5. Wat betekent 'fuir'?

A.bewegen
B.vluchten
C.teruggeven
D.waard zijn

6. Wat is de vertaling van 'aller'?

A.gaan
B.komen
C.zitten
D.leiden

7. Welk woord betekent 'bewegen'?

A.mouvoir
B.démolir
C.naître
D.savoir

8. Welke van de volgende woorden betekent 'doen'?

A.faire
B.pouvoir
C.mettre
D.voir

9. Wat betekent 'valoir'?

A.waard zijn
B.zullen
C.plukken
D.vergeten

10. Wat betekent 'dire'?

A.zien
B.zeggen
C.weten
D.willen

11. Welke van de volgende woorden betekent 'vreezen'?

A.craindre
B.démolir
C.naître
D.plaire

12. Welke Franse werkwoord betekent 'zien'?

A.savoir
B.prendre
C.voir
D.devoir

13. Wat betekent 'découdre'?

A.uittrekken
B.sloop
C.plukken
D.bewegen

14. Wat is de vertaling van 'savoir'?

A.weten
B.willen
C.kunnen
D.doen

15. Welke van de volgende woorden betekent 'slopen'?

A.démolir
B.rendre
C.savoir
D.acquérir

16. Welke van de volgende woorden betekent 'komen'?

A.venir
B.sortir
C.lire
D.mettre

17. Wat betekent 'naître'?

A.teruggeven
B.geboren worden
C.bewegen
D.plukken

18. Wat betekent 'prendre'?

A.nemen
B.zetten
C.kunnen
D.weten

19. Welk woord betekent 'bevallen'?

A.plaire
B.valoir
C.rendre
D.craindre

20. Welke Franse werkwoord betekent 'zetten'?

A.mettre
B.faire
C.voir
D.aller

21. Wat betekent 'rendre'?

A.teruggeven
B.vluchten
C.sloop
D.waard zijn

22. Wat is de vertaling van 'écrire'?

A.leiden
B.schrijven
C.lezen
D.doen

23. Welke van de volgende woorden betekent 'weten'?

A.savoir
B.naître
C.acquérir
D.mouvoir

24. Welke van de volgende woorden betekent 'lezen'?

A.lire
B.sortir
C.venir
D.dire

25. Wat betekent 'pouvoir'?

A.willen
B.kunnen
C.moeten
D.zien

26. Welke Franse werkwoord betekent 'moeten'?

A.devoir
B.pouvoir
C.venir
D.faire

27. Wat is de vertaling van 'vouloir'?

A.willen
B.zien
C.hebben
D.gaan

28. Welke van de volgende woorden betekent 'uitgaan'?

A.sortir
B.venir
C.pouvoir
D.mettre

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.