Frans huis flashcards
Deze set flashcards is bedoeld voor leerlingen in de onderbouw die Frans leren. De woorden zijn alledaags en relevant voor hun leven in Nederland.
Quiz(16 vragen)
1. Wat betekent 'la maison'?
Termen in deze set(18)
la maison
het huis
la chambre
de slaapkamer
le jardin
de tuin
la cuisine
de keuken
le salon
de woonkamer
ouvrir
openen
fermer
sluiten
aller
gaan
voir
zien
écouter
luisteren
grand
groot
petit
klein
beau
mooi
vieux
oud
nouveau
nieuw
confortable
comfortabel
s'il vous plaît
alsjeblieft
merci
dank je wel
Vragen in deze set(16)
1. Wat betekent 'la maison'?
2. Welk woord betekent 'de keuken'?
3. Wat betekent 'ouvrir'?
4. Welk woord betekent 'groot'?
5. Wat betekent 's'il vous plaît'?
6. Welk woord betekent 'de tuin'?
7. Wat betekent 'merci'?
8. Welk woord betekent 'zien'?
9. Wat betekent 'beau'?
10. Welk woord betekent 'sluiten'?
11. Wat betekent 'petit'?
12. Welk woord betekent 'comfortabel'?
13. Wat betekent 'nouveau'?
14. Welk woord betekent 'gaan'?
15. Wat betekent 'vieux'?
16. Welk woord betekent 'luisteren'?
Gerelateerde sets
Französisch Essen und Café Karteikarten
Wörter: Französisch Familie
Vokabeln: Französisch Wegbeschreibung
Wörter: Französisch Zahlen
Französisch im Hotel Vokabeln
Wörter: Französisch Farben
Wörter: Französisch Artikel
Französisch être und avoir
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

