Frans hotel

Deze set bevat woorden en zinnen die nuttig zijn voor het begrijpen van een hotelomgeving in het Frans. Ideaal voor leerlingen die de Franse taal willen leren in de context van reizen en accommodatie.

JesseHendriksex·30 flashcards·18 vragen
bovenbouwlanguagesfrench
0
Ken ik
1 / 30
0
Aan het leren
Voorkant

chambre

Tik om om te draaien
Achterkant

kamer

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(18 vragen)

Vraag 1 van 18

1. Wat betekent chambre?

Termen in deze set(30)

chambre

kamer

réception

receptie

réserver

reserveren

arrivée

aankomst

départ

vertrek

clé

sleutel

petit-déjeuner

ontbijt

nuit

nacht

service d'étage

roomservice

prix

prijs

confortable

comfortabel

propreté

schoonheid

wifi

wifi

demander

vragen

payer

betalen

séjour

verblijf

client

klant

hôtel

hotel

satisfaction

tevredenheid

facilités

faciliteiten

télévision

televisie

chambre double

tweepersoonskamer

annuler

annuleren

réceptionniste

receptioniste

localisation

locatie

avis

beoordeling

motel

motel

piscine

zwembad

café

café

parking

parkeerplaats

Vragen in deze set(18)

1. Wat betekent chambre?

A.kamer
B.prijs
C.ontbijt
D.klant

2. Welk woord betekent receptie?

A.arrivée
B.réception
C.départ
D.wifi

3. Wat betekent réserver?

A.reserveren
B.vragen
C.betalen
D.ontbijt

4. Welk woord betekent vertrek?

A.départ
B.nuit
C.prix
D.hôtel

5. Wat betekent clé?

A.sleutel
B.kamer
C.locatie
D.annuleren

6. Welk woord betekent comfortabel?

A.confortable
B.propreté
C.wifi
D.piscine

7. Wat betekent wifi?

A.wifi
B.televisie
C.prijs
D.faciliteiten

8. Welk woord betekent vragen?

A.demander
B.payer
C.client
D.localisation

9. Wat betekent payer?

A.betalen
B.beoordeling
C.hotel
D.motel

10. Welk woord betekent verblijf?

A.séjour
B.hôtel
C.chambre double
D.café

11. Wat betekent satisfaction?

A.tevredenheid
B.prijs
C.annuler
D.localisation

12. Welk woord betekent mogelijkheid?

A.facilités
B.avis
C.piscine
D.parking

13. Wat betekent télévision?

A.televisie
B.wifi
C.client
D.chambre

14. Welk woord betekent tweepersoonskamer?

A.chambre double
B.réception
C.demander
D.départ

15. Wat betekent annuler?

A.annuleren
B.payer
C.motel
D.confortable

16. Welk woord betekent beoordeling?

A.avis
B.prix
C.nuit
D.réception

17. Wat betekent piscine?

A.zwembad
B.réceptionniste
C.localisation
D.wifi

18. Welk woord betekent parkeerplaats?

A.parking
B.demander
C.télévision
D.client

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.