Frans faux amis woordenlijst

Deze woordenlijst behandelt de Franse faux amis, woorden die op het eerste gezicht op elkaar lijken maar verschillende betekenissen hebben. Dit is essentieel voor leerlingen die zich voorbereiden op hun eindexamen in de Franse taal.

LeviDeJongfd·56 flashcards·56 vragen·1 weergaven
eindexamenlanguagesfrench
0
Ken ik
1 / 56
0
Aan het leren
Voorkant

assister

Tik om om te draaien
Achterkant

bijwonen

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(56 vragen)

Vraag 1 van 56

1. Wat betekent 'actuellement'?

Termen in deze set(56)

Algemene faux amis(16)

assister

bijwonen

demander

vragen

sensible

gevoelig

librairie

boekhandel

actuel

huidig

préservatif

condoom

éventuellement

mogelijk

profiter

genieten

réaliser

verwezenlijken

introduire

invoeren

sombre

donker

supporter

ondersteunen

convenir

geschikt zijn

fournir

voorzien

constater

constateren

demande

aanvraag

Faux amis in specifieke contexten(20)

actuellement

momenteel

demander

vragen

sensible

gevoelig

assister à

bijwonen

prénom

voornaam

libre

vrij

réaliser

realiseren (zich bewust worden)

déception

teleurstelling

nouveau

nieuw (in de zin van recent)

salir

vuil maken

exhibition

tentoonstelling

satisfait

tevreden

événement

gebeurtenis

assisté

bijgestaan (niet aanwezig)

préservatif

condoom

ultime

laatste

ancien

oud (in de zin van vroeger)

conserver

bewaren

partie

deel

attendre

wachten (verwachten)

Minder bekende faux amis(20)

la demande

de vraag

un événement

een gebeurtenis

la librairie

de boekhandel

un intelligent

een intelligent persoon

sensible

gevoelig

la location

de verhuur

un patron

een baas

la caution

de waarborg

réaliser

realiseren

un assistent

een assistent

exécuter

uitvoeren

une proposition

een voorstel

bizarre

vreemd

un facteur

een postbode

un chef

een kok

énormément

enorm veel

un succès

een succes

un sujet

een onderwerp

un événement

een evenement

la monnaie

het geld

Vragen in deze set(56)

1. Wat betekent 'actuellement'?

A.momenteel
B.eigentijds
C.geweldig
D.actueel

2. Wat betekent 'assister'?

A.bijwonen
B.vragen
C.ondersteunen
D.genieten

3. Wat betekent 'un assistent'?

A.een assistent
B.een baas
C.een evenement
D.een voorstel

4. Welke vertaling is correct voor 'demander'?

A.vragen
B.bestellen
C.verlangen
D.verklaren

5. Welk Frans woord betekent 'vragen'?

A.demander
B.réaliser
C.profiter
D.sensible

6. Welke term betekent 'de waarborg'?

A.un patron
B.la caution
C.un intelligent
D.un succès

7. Wat betekent 'sensible' in het Nederlands?

A.gevoelig
B.redelijk
C.verstandig
D.gevoeligheid

8. Wat is de betekenis van 'sensible'?

A.gevoelig
B.gelegen
C.huidig
D.donker

9. Wat betekent 'réaliser'?

A.realiseren
B.uitvoeren
C.een onderwerp
D.een gebeurtenis

10. Welke van de volgende woorden betekent 'bijwonen'?

A.participeren
B.assister à
C.deelnemen
D.toekijken

11. Welk woord betekent 'boekhandel'?

A.librairie
B.bibliothèque
C.étagère
D.livre

12. Wat betekent 'sensible'?

A.sensitief
B.gevoelig
C.intelligent
D.vreemd

13. Wat is de vertaling van 'prénom'?

A.achternaam
B.voornaam
C.bijnaam
D.titel

14. Wat betekent 'actuel'?

A.huidig
B.actief
C.bruikbaar
D.oud

15. Welke term betekent 'een kok'?

A.un chef
B.un facteur
C.la librairie
D.un intelligent

16. Wat betekent 'libre' in het Nederlands?

A.vrij
B.leefbaar
C.open
D.leeg

17. Welk Frans woord betekent 'condoom'?

A.préservatif
B.protection
C.sécurité
D.prévention

18. Wat betekent 'une proposition'?

A.een voorstel
B.een situatie
C.een gebeurtenis
D.een onderwerp

19. Welke zin weerspiegelt de betekenis van 'réaliser'?

A.zich realiseren
B.doen
C.uitvoeren
D.voltooien

20. Wat betekent 'éventuellement'?

A.mogelijk
B.zeker
C.onmogelijk
D.verplicht

21. Welke term betekent 'heel veel'?

A.énormément
B.un succès
C.la demande
D.un patron

22. Wat betekent 'déception'?

A.verwachting
B.teleurstelling
C.overwinning
D.succes

23. Welk woord betekent 'genieten'?

A.profiter
B.réaliser
C.supporter
D.constater

24. Wat betekent 'bizarre'?

A.vreemd
B.een onderwerp
C.een succes
D.een postbode

25. Welke van de volgende woorden betekent 'nieuw'?

A.recent
B.nouveau
C.oud
D.bestaand

26. Wat betekent 'réaliser'?

A.verwezenlijken
B.verliezen
C.leren
D.ondersteunen

27. Wat betekent 'un facteur'?

A.een postbode
B.een baas
C.een assistent
D.een evenement

28. Wat betekent 'salir'?

A.reinigen
B.vervuilen
C.opruimen
D.afwassen

29. Welk woord betekent 'invoeren'?

A.introduire
B.demander
C.fournir
D.supporter

30. Welke term betekent 'de vraag'?

A.la location
B.la demande
C.un sujet
D.un succès

31. Welke term betekent 'tentoonstelling'?

A.exhibition
B.expositie
C.presentatie
D.show

32. Wat betekent 'sombre'?

A.donker
B.helder
C.warm
D.koel

33. Wat betekent 'la librairie'?

A.de boekhandel
B.de waarborg
C.de locatie
D.de gebeurtenis

34. Wat is de betekenis van 'satisfait'?

A.ontevreden
B.tevreden
C.gelukkig
D.blij

35. Welk Frans woord betekent 'ondersteunen'?

A.supporter
B.aider
C.convenir
D.fournir

36. Wat betekent 'un événement'?

A.een situatie
B.een evenement
C.een onderwerp
D.een voorstel

37. Wat betekent 'événement' in het Nederlands?

A.plaats
B.voorval
C.gebeurtenis
D.activiteit

38. Wat betekent 'convenir'?

A.geschikt zijn
B.toestaan
C.veranderen
D.afwijzen

39. Wat betekent 'un succès'?

A.een onderwerp
B.een voorstel
C.een succes
D.een baas

40. Welke van de volgende woorden betekent 'bijgestaan'?

A.assisté
B.helpen
C.bijwonen
D.ondersteunen

41. Welk woord betekent 'voorzien'?

A.fournir
B.ramener
C.ajouter
D.communiquer

42. Welke term betekent 'de verhuur'?

A.la location
B.la demande
C.un patron
D.un assistent

43. Wat betekent 'préservatif'?

A.bescherming
B.condoom
C.preventie
D.veiligheid

44. Wat betekent 'constater'?

A.constateren
B.verifiëren
C.bevestigen
D.ontdekken

45. Wat betekent 'un patron'?

A.een baas
B.een postbode
C.een intelligent
D.een succes

46. Welke term betekent 'laatste'?

A.eindig
B.ultime
C.eind
D.laat

47. Welk Frans woord betekent 'aanvraag'?

A.demande
B.question
C.proposition
D.réponse

48. Wat betekent 'exécuter'?

A.uitvoeren
B.realiseren
C.gevoelig
D.een onderwerp

49. Wat betekent 'ancien'?

A.oud
B.historisch
C.vervlogen
D.antiek

50. Welke term betekent 'een onderwerp'?

A.un sujet
B.un intelligent
C.la librairie
D.une proposition

51. Welke van de volgende woorden betekent 'bewaren'?

A.conserver
B.beschermen
C.bewaren
D.ophouden

52. Wat betekent 'la monnaie'?

A.het geld
B.de boekhandel
C.de waarborg
D.de vraag

53. Wat betekent 'partie' in het Nederlands?

A.deeltje
B.groep
C.deel
D.sectie

54. Wat betekent 'énormément'?

A.enorm veel
B.een evenement
C.een voorstel
D.een postbode

55. Wat betekent 'attendre'?

A.verwachten
B.verzenden
C.ontvangen
D.wachten

56. Welke term betekent 'gevoelig'?

A.sensible
B.intelligent
C.bizarre
D.un chef

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.