Engels wish
Deze set bevat woorden en zinnen in het Engels die nuttig zijn voor de bovenbouw leerlingen. De flashcards zijn gericht op alledaagse onderwerpen en omvatten een mix van zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en nuttige zinnen.
Quiz(14 vragen)
1. Wat betekent 'happy'?
Termen in deze set(19)
house
huis
happy
blij
run
rennen
book
boek
beautiful
mooi
to eat
eten
car
auto
to sleep
slapen
friend
vriend
big
groot
to play
spelen
city
stad
cold
koud
to travel
reizen
food
voedsel
smart
slim
small
klein
to drink
drinken
family
familie
Vragen in deze set(14)
1. Wat betekent 'happy'?
2. Welk woord betekent 'auto'?
3. Wat betekent 'to eat'?
4. Welk woord betekent 'mooi'?
5. Wat betekent 'to travel'?
6. Welk woord betekent 'vriend'?
7. Wat betekent 'book'?
8. Welk woord betekent 'koud'?
9. Wat betekent 'to play'?
10. Welk woord betekent 'slim'?
11. Wat betekent 'family'?
12. Welk woord betekent 'huis'?
13. Wat betekent 'big'?
14. Welk woord betekent 'drinken'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Passiv Vokabeln
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

