Engels vervoer in de stad flashcards
Deze set flashcards is bedoeld om leerlingen in Nederland te helpen bij het leren van Engelse woorden en zinnen gerelateerd aan vervoer in de stad.
Quiz(15 vragen)
1. Wat betekent 'bus'?
Termen in deze set(19)
bus
bus
train
trein
bicycle
fiets
traffic
verkeer
road
weg
intersection
kruising
stop sign
stopbord
ticket
kaartje
platform
perron
public transport
openbaar vervoer
car
auto
bus stop
bushalte
to drive
rijden
to ride
rijden
route
route
map
kaart
journey
reis
passenger
passagier
schedule
rooster
Vragen in deze set(15)
1. Wat betekent 'bus'?
2. Welk woord betekent 'train'?
3. Wat betekent 'bicycle'?
4. Welk woord betekent 'traffic'?
5. Wat betekent 'ticket'?
6. Welk woord betekent 'car'?
7. Wat betekent 'to drive'?
8. Welk woord betekent 'map'?
9. Wat betekent 'bus stop'?
10. Welk woord betekent 'public transport'?
11. Wat betekent 'journey'?
12. Welk woord betekent 'intersection'?
13. Wat betekent 'platform'?
14. Welk woord betekent 'passenger'?
15. Wat betekent 'schedule'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch Abitur Kommentar Aufbau
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Zusammenfassung
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch some any much many
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

