Engels stad flashcards

Deze set flashcards helpt leerlingen in de onderbouw om Engelse woorden en zinnen te leren in alledaagse contexten. De quizvragen stimuleren de kennis en het begrip van deze woorden.

FinnB0·16 flashcards·15 vragen
onderbouwlanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 16
0
Aan het leren
Voorkant

city

Tik om om te draaien
Achterkant

stad

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(15 vragen)

Vraag 1 van 15

1. Wat betekent city?

Termen in deze set(16)

city

stad

street

straat

park

park

school

school

friend

vriend

eat

eten

walk

lopen

happy

blij

big

groot

small

klein

bus

bus

train

trein

shop

winkel

visit

bezoeken

play

spelen

beautiful

mooi

Vragen in deze set(15)

1. Wat betekent city?

A.stad
B.straat
C.park
D.school

2. Welk woord betekent bus?

A.bus
B.trein
C.winkeltje
D.park

3. Wat betekent happy?

A.blij
B.mooi
C.klein
D.groot

4. Welk woord betekent school?

A.school
B.winkel
C.vriend
D.park

5. Wat betekent eat?

A.eten
B.lopen
C.spelen
D.bezoeken

6. Welk woord betekent klein?

A.klein
B.groot
C.blij
D.mooi

7. Wat betekent park?

A.park
B.trein
C.bus
D.school

8. Welk woord betekent vriend?

A.vriend
B.vriendin
C.leerling
D.docent

9. Wat betekent walk?

A.lopen
B.rijden
C.zitten
D.staan

10. Welk woord betekent mooi?

A.mooi
B.lelijk
C.klein
D.groot

11. Wat betekent shop?

A.winkel
B.school
C.park
D.straat

12. Welk woord betekent spelen?

A.spelen
B.bezoeken
C.werken
D.studeren

13. Wat betekent train?

A.trein
B.bus
C.auto
D.fiets

14. Welk woord betekent bezoeken?

A.bezoeken
B.ontmoeten
C.verliezen
D.vinden

15. Wat betekent beautiful?

A.mooi
B.groot
C.klein
D.blij

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.