Engels phrasal verbs met look
Een uitgebreide set van flashcards met Engelse phrasal verbs die beginnen met 'look'. Geschikt voor leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen. Deze kaarten helpen bij het begrijpen en gebruiken van deze veelvoorkomende uitdrukkingen in het dagelijks leven.
Quiz(32 vragen)
1. What does 'look after' mean?
Termen in deze set(32)
Phrasal Verbs met 'look' - Basis(16)
look after
zorgen voor
look for
zoeken naar
look forward to
uitkijken naar
look up
opzoeken
look out
oppassen
look like
eruitzien als
look into
onderzoeken
look over
doorlezen
look down on
neerkijken op
look up to
opkijken naar
look back
terugkijken
look away
wegkijken
look around
om je heen kijken
look through
doorbladeren
look smart
er net uitzien
look nice
er leuk uitzien
Phrasal Verbs met 'look' - Geavanceerd(16)
look up
opzoeken
look after
zorgen voor
look forward to
uitkijken naar
look into
onderzoeken
look out
uitkijken
look down on
neerzien op
look back on
terugkijken op
look over
doorlezen
look through
doorbladeren
look away
wegkijken
look to
kijken naar
look for
zoeken naar
look like
eruitzien als
look smart
er netjes uitzien
look good
er goed uitzien
look bad
er slecht uitzien
Vragen in deze set(32)
1. What does 'look after' mean?
2. What does 'look after' mean?
3. Which word means 'eruitzien als'?
4. Which word means 'zoeken naar'?
5. What does 'look forward to' mean?
6. What does 'look forward to' mean?
7. Which word means 'uitkijken'?
8. Which word means 'opzoeken'?
9. What does 'look into' mean?
10. What does 'look out' mean?
11. Which word means 'doorlezen'?
12. Which word means 'eruitzien als'?
13. What does 'look down on' mean?
14. What does 'look into' mean?
15. Which word means 'terugkijken op'?
16. Which word means 'doorlezen'?
17. What does 'look good' mean?
18. What does 'look down on' mean?
19. Which word means 'er netjes uitzien'?
20. Which word means 'opkijken naar'?
21. What does 'look for' mean?
22. What does 'look back' mean?
23. Which word means 'wegkijken'?
24. Which word means 'wegkijken'?
25. What does 'look bad' mean?
26. What does 'look around' mean?
27. Which word means 'kijken naar'?
28. Which word means 'doorbladeren'?
29. What does 'look through' mean?
30. What does 'look smart' mean?
31. What does 'look out' mean?
32. Which word means 'er leuk uitzien'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Statistik beschreiben Karteikarten
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

