Engels moeilijke werkwoorden in leesteksten

Een woordenlijst van moeilijke Engelse werkwoorden die vaak voorkomen in leesteksten, met vertalingen en voorbeelden voor eindexamenleerlingen.

WolfMila2·20 flashcards·20 vragen
eindexamenlanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 20
0
Aan het leren
Voorkant

go - went - gone

Tik om om te draaien
Achterkant

gaan - ging - gegaan

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(20 vragen)

Vraag 1 van 20

1. What does 'go' mean in Dutch?

Termen in deze set(20)

Onregelmatige werkwoorden(12)

go - went - gone

gaan - ging - gegaan

have - had - had

hebben - had - gehad

do - did - done

doen - deed - gedaan

see - saw - seen

zien - zag - gezien

come - came - come

komen - kwam - gekomen

get - got - got

krijgen - kreeg - gekregen

take - took - taken

nemen - nam - genomen

make - made - made

maken - maakte - gemaakt

say - said - said

zeggen - zei - gezegd

know - knew - known

weten - wist - geweten

think - thought - thought

denken - dacht - gedacht

give - gave - given

geven - gaf - gegeven

Werkwoorden met een specifieke betekenis(8)

to break down

afbreken, kapotgaan

to give up

opgeven

to take off

opstijgen, uittrekken

to set up

opzetten, installeren

to look after

zorgen voor

to carry on

doorgaan

to run out

opraaken

to turn up

verschijnen, opschijnen

Vragen in deze set(20)

1. What does 'go' mean in Dutch?

A.gaan
B.komen
C.zien
D.doen

2. What does 'to break down' mean?

A.afbreken, kapotgaan
B.doorgaan
C.zorgen voor
D.opgeven

3. Which word means 'had' in Dutch?

A.heeft
B.had
C.gehad
D.hebben

4. Which word means 'opgeven'?

A.to take off
B.to set up
C.to give up
D.to run out

5. What does 'take' mean in Dutch?

A.nemen
B.geven
C.doen
D.maken

6. What does 'to look after' mean?

A.doorgaan
B.zorgen voor
C.verschijnen
D.afbreken

7. Which word means 'zag' in English?

A.saw
B.gone
C.came
D.said

8. Which word means 'doorgaan'?

A.to turn up
B.to carry on
C.to break down
D.to take off

9. What does 'give' mean in Dutch?

A.geven
B.nemen
C.zien
D.denken

10. What does 'to run out' mean?

A.opgeven
B.opraaken
C.verschijnen
D.zorgen voor

11. Which word means 'gemaakt' in English?

A.made
B.done
C.taken
D.said

12. Which word means 'verschijnen'?

A.to set up
B.to turn up
C.to take off
D.to give up

13. What does 'know' mean in Dutch?

A.weten
B.denken
C.zien
D.doen

14. What does 'to set up' mean?

A.afbreken
B.opzetten, installeren
C.opgeven
D.doorgaan

15. Which word means 'gedaan' in English?

A.done
B.gone
C.made
D.known

16. Which word means 'afbreken'?

A.to carry on
B.to break down
C.to look after
D.to take off

17. What does 'came' mean in Dutch?

A.kwam
B.genomen
C.gegeven
D.gezegd

18. Which word means 'dacht' in English?

A.thought
B.said
C.saw
D.gave

19. What does 'gemaakt' mean in Dutch?

A.made
B.taken
C.given
D.seen

20. Which word means 'gezien' in English?

A.seen
B.gone
C.said
D.known

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.