Engels lichaam flashcards
Deze set flashcards bevat Engelse woorden en zinnen met hun Nederlandse vertalingen, gericht op leerlingen in de onderbouw. De woorden zijn alledaags en nuttig voor het leren van de taal.
Quiz(19 vragen)
1. Wat betekent 'head'?
Termen in deze set(28)
head
hoofd
arm
arm
leg
been
foot
voet
hand
hand
eye
oog
ear
oor
mouth
mond
nose
neus
shoulder
schouder
knee
knie
finger
vinger
tooth
tand
skin
huid
heart
hart
stomach
maag
brain
hersenen
back
rug
cheek
wang
chin
kin
waist
taille
elbow
elleboog
ankle
enkel
wrist
pols
shoulders
schouders
thigh
dijbeen
calf
kuit
palm
palm
Vragen in deze set(19)
1. Wat betekent 'head'?
2. Welk woord betekent 'arm'?
3. Wat betekent 'foot'?
4. Welk woord betekent 'eye'?
5. Wat betekent 'knee'?
6. Welk woord betekent 'mouth'?
7. Wat betekent 'nose'?
8. Welk woord betekent 'shoulder'?
9. Wat betekent 'finger'?
10. Welk woord betekent 'elbow'?
11. Wat betekent 'heart'?
12. Welk woord betekent 'skin'?
13. Wat betekent 'brain'?
14. Welk woord betekent 'stomach'?
15. Wat betekent 'back'?
16. Welk woord betekent 'cheek'?
17. Wat betekent 'chin'?
18. Welk woord betekent 'waist'?
19. Wat betekent 'palm'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Englisch technology words Karteikarten
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch some any much many
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

