Engels in de supermarkt flashcards

Engels in de supermarkt: een set van flashcards en quizvragen voor de bovenbouw leerlingen die Engels leren, gericht op alledaagse onderwerpen in de supermarkt.

FinnLynx·19 flashcards·17 vragen
bovenbouwlanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 19
0
Aan het leren
Voorkant

vegetable

Tik om om te draaien
Achterkant

groente

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(17 vragen)

Vraag 1 van 17

1. Wat betekent 'shelf'?

Termen in deze set(19)

vegetable

groente

fruit

fruit

checkout

kassa

discount

korting

receipt

bon

shelf

plank

aisle

gangpad

customer

klant

purchase

aankoop

bargain

koopje

cashier

caissière

shopping cart

winkelwagentje

price tag

prijskaartje

fresh

vers

packaging

verpakking

organic

biologisch

checkout line

wachtrij bij de kassa

snack

snack

label

label

Vragen in deze set(17)

1. Wat betekent 'shelf'?

A.plank
B.groente
C.klant
D.prijskaartje

2. Welk woord betekent 'organic'?

A.vers
B.biologisch
C.aankoop
D.korting

3. Wat betekent 'checkout'?

A.kassa
B.gangpad
C.vers
D.snack

4. Welk woord betekent 'bargain'?

A.koopje
B.prijskaartje
C.klant
D.verpakking

5. Wat betekent 'customer'?

A.klant
B.plank
C.aankoop
D.vers

6. Welk woord betekent 'receipt'?

A.bon
B.snack
C.prijskaartje
D.groente

7. Wat betekent 'vegetable'?

A.fruit
B.groente
C.vers
D.biologisch

8. Welk woord betekent 'fresh'?

A.vers
B.aankoop
C.prijskaartje
D.klant

9. Wat betekent 'cashier'?

A.prijskaartje
B.caissière
C.verpakking
D.gangpad

10. Welk woord betekent 'discount'?

A.korting
B.koopje
C.aankoop
D.snack

11. Wat betekent 'shopping cart'?

A.winkelwagentje
B.gangpad
C.klant
D.aanbieding

12. Welk woord betekent 'label'?

A.label
B.prijskaartje
C.aankoop
D.vers

13. Wat betekent 'packaging'?

A.verpakking
B.groente
C.klant
D.prijskaartje

14. Welk woord betekent 'price tag'?

A.prijskaartje
B.bon
C.snack
D.discount

15. Wat betekent 'aisle'?

A.gangpad
B.klant
C.aankoop
D.vers

16. Welk woord betekent 'snack'?

A.snack
B.groente
C.prijskaartje
D.caissière

17. Wat betekent 'purchase'?

A.aankoop
B.bon
C.snack
D.vers

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.