Economics English macro-economie flashcards
Een set flashcards voor macro-economie in het Engels, gericht op universitaire studenten in Nederland. De kaarten bevatten belangrijke economische termen en concepten met vertalingen en korte uitleg in het Nederlands.
Quiz(48 vragen)
1. What does 'Monetary policy' mean?
Termen in deze set(48)
Basisprincipes van macro-economie(16)
GDP
BBP
inflation
inflatie
unemployment rate
werkloosheidspercentage
economic growth
economische groei
fiscal policy
fiscaal beleid
aggregate demand
geaggregeerde vraag
monetary policy
monetair beleid
business cycle
conjunctuurcyclus
price stability
prijsstabiliteit
output gap
productiekloof
labor force
beroepsbevolking
consumer price index
consumptieprijsindex
recession
recessie
economic indicators
economische indicatoren
deflation
deflatie
economic policy
economisch beleid
Monetair beleid(16)
Monetary policy
Monetair beleid
Central bank
Centrale bank
Interest rates
Rentevoeten
Inflation targeting
Inflatiedoelstelling
Quantitative easing
Kwantitatieve versoepeling
Open market operations
Openmarktoperaties
Liquidity
Liquiditeit
Money supply
Geldhoeveelheid
Reserve requirements
Reservevereisten
Exchange rate policy
Wisselkoersbeleid
Credit control
Kredietcontrole
Fiscal policy
Fiscale beleid
Deflation
Deflatie
Stagflation
Stagflatie
Monetary expansion
Monetaire expansie
Currency devaluation
Valuta devaluatie
Internationale economie(16)
International trade
Internationale handel
Exchange rate
Wisselkoers
Trade balance
Handelsbalans
Foreign direct investment
Buitenlandse directe investering
Protectionism
Protectionisme
Tariff
Taks
Trade agreement
Handelsverdrag
Import quota
Importquotum
Currency depreciation
Valutadepreciatie
Globalization
Globalisering
Balance of payments
Betalingsbalans
Commodity market
Grondstoffenmarkt
Capital flight
Kapitaalvlucht
Trade deficit
Handelsdeficit
Market access
Marktoegang
Economic sanctions
Economische sancties
Vragen in deze set(48)
1. What does 'Monetary policy' mean?
2. Wat betekent 'International trade'?
3. What does GDP mean?
4. Which word means 'Centrale bank'?
5. Welke term verwijst naar de waarde van een valuta in vergelijking met een andere valuta?
6. Which word means inflation?
7. What does 'Interest rates' mean?
8. Wat is de betekenis van 'Trade balance'?
9. What does unemployment rate mean?
10. Which word means 'Inflatiedoelstelling'?
11. Welke term staat voor investeringen van buitenlandse bedrijven in binnenlandse activa?
12. Which word means economic growth?
13. What does 'Quantitative easing' mean?
14. Wat betekent 'Protectionism'?
15. What does fiscal policy mean?
16. Which word means 'Openmarktoperaties'?
17. Welke term verwijst naar een belasting op geïmporteerde goederen?
18. Which word means aggregate demand?
19. What does 'Liquidity' mean?
20. Wat is de betekenis van 'Trade agreement'?
21. What does monetary policy mean?
22. Which word means 'Geldhoeveelheid'?
23. Welke term verwijst naar een beperking op de hoeveelheid goederen die geïmporteerd mogen worden?
24. Which word means business cycle?
25. What does 'Reserve requirements' mean?
26. Wat betekent 'Currency depreciation'?
27. What does price stability mean?
28. Which word means 'Wisselkoersbeleid'?
29. Welke term verwijst naar het proces waarbij landen steeds meer met elkaar verbonden raken?
30. Which word means output gap?
31. What does 'Credit control' mean?
32. Wat is de betekenis van 'Balance of payments'?
33. What does labor force mean?
34. Which word means 'Fiscale beleid'?
35. Welke term verwijst naar de markt voor grondstoffen zoals olie en metalen?
36. Which word means consumer price index?
37. What does 'Deflation' mean?
38. Wat betekent 'Capital flight'?
39. What does recession mean?
40. Which word means 'Stagflatie'?
41. Welke term verwijst naar een situatie waarin de waarde van de import hoger is dan die van de export?
42. Which word means economic indicators?
43. What does 'Monetary expansion' mean?
44. Wat betekent 'Market access'?
45. What does deflation mean?
46. Which word means 'Valuta devaluatie'?
47. Welke term verwijst naar maatregelen die een land neemt tegen een ander land om politieke of economische druk uit te oefenen?
48. Which word means economic policy?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Statistik beschreiben Karteikarten
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

