Duits woordenschat media en internet
Deze woordenlijst bevat belangrijke Duitse termen en zinnen met betrekking tot media en internet, bedoeld voor leerlingen die zich voorbereiden op het eindexamen. De woorden zijn relevant voor alledaagse communicatie en digitale media.
Quiz(32 vragen)
1. What does 'Die Nachricht' mean?
Termen in deze set(32)
Basiswoorden Media(16)
Die Nachricht
Het nieuws
Die Schlagzeile
De kop
Das Interview
Het interview
Die Redaktion
De redactie
Der Artikel
Het artikel
Die Reportage
De reportage
Die Werbung
De reclame
Die Umfrage
De enquête
Die Veröffentlichung
De publicatie
Der Beitrag
De bijdrage
Die Zuschauer
De kijkers
Die Presse
De pers
Der Sender
De zender
Die Berichterstattung
De berichtgeving
Aktualisieren
Bijwerken
Verbreiten
Verspreiden
Internet Terminologie(16)
Website
Website
Browser
Browser
Download
Downloaden
Upload
Uploaden
Link
Link
Netwerk
Netwerk
Sociale media
Sociale media
Beveiliging
Beveiliging
Wachtwoord
Wachtwoord
Account
Account
Cloudopslag
Cloudopslag
Streamen
Streamen
Forum
Forum
App
App
Interface
Interface
Vragen in deze set(32)
1. What does 'Die Nachricht' mean?
2. Wat betekent 'Website'?
3. Which word means 'de kop'?
4. Welke term betekent 'browser'?
5. What does 'Das Interview' mean?
6. Wat betekent 'download'?
7. Which word means 'de redactie'?
8. Welke term staat voor 'upload'?
9. What does 'Der Artikel' mean?
10. Wat betekent 'link'?
11. Which word means 'de reportage'?
12. Welke term betekent 'netwerk'?
13. What does 'Die Werbung' mean?
14. Wat betekent 'e-mail'?
15. Which word means 'de enquête'?
16. Welke term staat voor 'sociale media'?
17. What does 'Die Veröffentlichung' mean?
18. Wat betekent 'beveiliging'?
19. Which word means 'de bijdrage'?
20. Welke term betekent 'wachtwoord'?
21. What does 'Die Zuschauer' mean?
22. Wat betekent 'account'?
23. Which word means 'de pers'?
24. Welke term staat voor 'cloudopslag'?
25. What does 'Der Sender' mean?
26. Wat betekent 'streamen'?
27. Which word means 'de berichtgeving'?
28. Welke term betekent 'forum'?
29. What does 'Aktualisieren' mean?
30. Wat betekent 'app'?
31. Which word means 'verspreiden'?
32. Welke term staat voor 'interface'?
Gerelateerde sets
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand ville fiches
Allemand jours vocabulaire
Mots : Allemand négation
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulary: German 101 university life
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

