Duits woordenschat gezondheid woordjes
Een uitgebreide woordenlijst met Duitse woordenschat rondom gezondheidsthema's, ideaal voor eindexamenherhaling. Deze lijst bevat essentiële termen en zinnen die leerlingen moeten kennen voor hun examen.
Quiz(30 vragen)
1. Wat betekent 'die Gesundheit'?
Termen in deze set(30)
Algemene gezondheidstermen(16)
die Gesundheit
de gezondheid
der Arzt
de arts
die Krankheit
de ziekte
gesund leben
gezond leven
die Apotheke
de apotheek
Schmerzen haben
pijn hebben
die Therapie
de therapie
die Untersuchung
het onderzoek
der Notfall
de noodgeval
verhältnismäßig gesund
relatief gezond
die Symptome
de symptomen
ein Rezept ausstellen
een recept uitschrijven
die Impfung
de vaccinatie
sich ernähren
zich voeden
die Vorsorgeuntersuchung
het preventief onderzoek
der Lebensstil
de levensstijl
Medische termen(14)
Diagnose
Diagnose
Symptom
Symptoom
Therapie
Therapie
Medikament
Geneesmiddel
Operation
Operatie
Ärztin
Arts (vrouwelijk)
Patient
Patiënt
Verordnung
Voorschrift
Untersuchung
Onderzoek
Heilung
Genezing
Impfung
Vaccinatie
Gesundheitszustand
Gezondheidsstaat
Schmerzmittel
Pijnstiller
Vorbeugung
Preventie
Vragen in deze set(30)
1. Wat betekent 'die Gesundheit'?
2. What does 'Diagnose' mean?
3. Welke term betekent 'pijn hebben'?
4. Which word means 'symptoom'?
5. Wat is de Nederlandse vertaling van 'der Arzt'?
6. What does 'Therapie' mean?
7. Wat betekent 'die Krankheit'?
8. Which word means 'medicament'?
9. Welke term wordt gebruikt voor 'gezond leven'?
10. What does 'Operation' mean?
11. Wat is de vertaling van 'die Apotheke'?
12. Which word means 'arts (vrouwelijk)'?
13. Welke term betekent 'de therapie'?
14. What does 'Patient' mean?
15. Wat betekent 'die Untersuchung'?
16. Which word means 'voorschrift'?
17. Welke term verwijst naar een 'noodgeval'?
18. What does 'Untersuchung' mean?
19. Wat betekent 'verhältnismäßig gezond'?
20. Which word means 'genezing'?
21. Welke term betekent 'de symptomen'?
22. What does 'Impfung' mean?
23. Wat is de Nederlandse vertaling van 'ein Rezept ausstellen'?
24. Which word means 'gezondheidsstaat'?
25. Wat betekent 'die Impfung'?
26. What does 'Schmerzmittel' mean?
27. Welke term betekent 'zich voeden'?
28. Which word means 'preventie'?
29. Wat betekent 'die Vorsorgeuntersuchung'?
30. Welke term verwijst naar 'de levensstijl'?
Gerelateerde sets
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand ville fiches
Allemand jours vocabulaire
Mots : Allemand négation
Allemand sein et haben fiches
Allemand accusatif fiches
Vocabulary: German 101 university life
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

