Duits woordenschat economie
Een woordenlijst met Duitse economische termen en zinnen die essentieel zijn voor het eindexamen. Deze kaarten helpen bij het begrijpen van belangrijke concepten in de economie.
Quiz(32 vragen)
1. What does 'Wirtschaft' mean?
Termen in deze set(32)
Basis economische termen(16)
Wirtschaft
Economie
Angebot
Aanbod
Nachfrage
Vraag
Produkt
Product
Markt
Markt
Preis
Prijs
Kosten
Kosten
Gewinn
Winst
Investition
Investering
Verbrauch
Verbruik
Ressourcen
Hulpbronnen
Angebotskurve
Aanbodcurve
Nachfragekurve
Vraagcurve
Betrieb
Bedrijf
Wettbewerb
Concurrentie
Inflation
Inflatie
Financiële termen(16)
Bankkonto
Bankrekening
Zinsen
Rente
Kreditaufnahme
Leningaanvraag
Investition
Investering
Bilanz
Balans
Kapital
Kapitaal
Risikomanagement
Risicobeheer
Vermögen
Vermogen
Betriebskosten
Bedrijfskosten
Ertragssteigerung
Winstgroei
Währungswechsel
Valutawissel
Marktanalyse
Marktanalyse
Liquidität
Liquiditeit
Kreditwürdigkeit
Kredietwaardigheid
Darlehen
Lening
Sparplan
Spaarplan
Vragen in deze set(32)
1. What does 'Wirtschaft' mean?
2. What does 'Bankkonto' mean?
3. Which word means 'aanbod'?
4. Which word means 'rente'?
5. Wat betekent 'Nachfrage'?
6. What does 'Kreditaufnahme' mean?
7. Which word corresponds to 'product'?
8. Which word means 'investering'?
9. Wat is de betekenis van 'Markt'?
10. What does 'Bilanz' mean?
11. Which term means 'prijs'?
12. Which word means 'kapitaal'?
13. Wat betekent 'Kosten'?
14. What does 'Risikomanagement' mean?
15. Which word means 'winst'?
16. Which word means 'vermogen'?
17. Wat betekent 'Investition'?
18. What does 'Betriebskosten' mean?
19. Which term corresponds to 'verbruik'?
20. Which word means 'winstgroei'?
21. Wat is de betekenis van 'Ressourcen'?
22. What does 'Währungswechsel' mean?
23. Which word means 'aanbodcurve'?
24. Which word means 'marktanalyse'?
25. Wat betekent 'Nachfragekurve'?
26. What does 'Liquidität' mean?
27. Which term corresponds to 'bedrijf'?
28. Which word means 'kredietwaardigheid'?
29. Wat is de betekenis van 'Concurrentie'?
30. What does 'Darlehen' mean?
31. Which word means 'inflatie'?
32. Which word means 'spaarplan'?
Gerelateerde sets
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand ville fiches
Allemand jours vocabulaire
Mots : Allemand négation
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulary: German 101 university life
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

