Duits woordenschat DDR en de Mauer woordjes
Deze woordenlijst omvat belangrijke Duitse woordenschat over de DDR en de Muur, specifiek gericht op eindexamenleerlingen in Nederland. De kaarten zijn bedoeld om essentiële termen en uitdrukkingen te leren die relevant zijn voor deze historische context.
Quiz(34 vragen)
1. Wat betekent 'Sozialismus'?
Termen in deze set(34)
Algemene termen over de DDR(18)
Sozialismus
socialisme
Stasi
ministerie van Staatsveiligheid
DDR
Duitse Democratische Republiek
Mangelwirtschaft
tekort economie
Propaganda
propaganda
Nationale Volksarmee
nationale volksleger
Wirtschaftsreform
economische hervorming
Friedliche Revolution
vredige revolutie
Kollektivierung
collectivisatie
Grenzkontrollen
grenscontroles
Mauerfall
val van de muur
Berliner Ensemble
Berlijns ensemble
Widerstand
verzet
Betriebsferien
bedrijfsverlof
Einheitspartei
eenheidspartij
Volkskammer
volkskamer
Zwangsarbeid
gedwongen arbeid
Kulturpolitik
cultuurbeleid
De Berlijnse Muur(16)
Berliner Mauer
Berlijnse Muur
Grenzanlage
Grensinstallatie
Flucht
Ontsnapping
Todesstreifen
Dodenstrook
Mauerfall
Val van de Muur
DDR
Duitse Democratische Republiek
West-Berlin
West-Berlijn
Oost-Berlin
Oost-Berlijn
Vluchteling
Vluchteling
Stasi
Geheime politie in de DDR
Muurwachter
Muurwachter
Emigratie
Emigratie
Schießbefehl
Schietbevel
Unification
Hereniging
Mauerbau
Bouw van de Muur
Muurfragment
Muurfragment
Vragen in deze set(34)
1. Wat betekent 'Sozialismus'?
2. Wat betekent 'Berliner Mauer'?
3. Welke term betekent 'ministerie van Staatsveiligheid'?
4. Welke term verwijst naar de 'grensinstallatie'?
5. Wat betekent 'DDR'?
6. Wat is de betekenis van 'Flucht'?
7. Welk begrip staat voor 'tekort economie'?
8. Welke term betekent 'dodenstrook'?
9. Wat is de betekenis van 'Propaganda'?
10. Wat betekent 'Mauerfall'?
11. Welk woord betekent 'nationale volksleger'?
12. Welke afkorting staat voor de 'Duitse Democratische Republiek'?
13. Wat houdt 'Wirtschaftsreform' in?
14. Wat betekent 'West-Berlin'?
15. Welke term betekent 'vredige revolutie'?
16. Wat is de betekenis van 'Oost-Berlin'?
17. Wat is de betekenis van 'Kollektivierung'?
18. Welke term betekent 'vluchteling'?
19. Wat betekent 'Grenzkontrollen'?
20. Wat betekent 'Stasi'?
21. Welke term verwijst naar 'val van de muur'?
22. Wat is de betekenis van 'Muurwachter'?
23. Wat is het 'Berliner Ensemble'?
24. Wat betekent 'Emigratie'?
25. Wat betekent 'Widerstand'?
26. Welke term betekent 'schietbevel'?
27. Wat zijn 'Betriebsferien'?
28. Wat betekent 'Unification'?
29. Welke term betekent 'eenheidspartij'?
30. Wat is de betekenis van 'Mauerbau'?
31. Wat is de betekenis van 'Volkskammer'?
32. Welke term verwijst naar een 'muurfragment'?
33. Wat betekent 'Zwangsarbeid'?
34. Welk begrip staat voor 'cultuurbeleid'?
Gerelateerde sets
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand ville fiches
Allemand jours vocabulaire
Mots : Allemand négation
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulary: German 101 university life
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

