Duits winkelen woordjes

Een set van Duitse winkelen woordjes voor bovenbouw leerlingen.

LeviDeJongfd·23 flashcards·12 vragen
bovenbouwlanguagesgerman
0
Ken ik
1 / 23
0
Aan het leren
Voorkant

der Einkauf

Tik om om te draaien
Achterkant

de aankoop

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(12 vragen)

Vraag 1 van 12

1. Wat betekent 'die Kasse'?

Termen in deze set(23)

der Einkauf

de aankoop

der Preis

de prijs

die Rechnung

de rekening

verkaufen

verkopen

kaufen

kopen

die Kasse

de kassa

der Rabatt

de korting

die Größe

de maat

das Produkt

het product

die Auswahl

de keuze

der Verkäufer

de verkoper

der Kunde

de klant

bequem

comfortabel

teuer

duur

billig

goedkoop

das Geschäft

de winkel

die Mode

de mode

die Tasche

de tas

der Shopper

de shopper

sparen

sparen

die Werbung

de reclame

der Einkaufswagen

de winkelwagentje

die Bestellung

de bestelling

Vragen in deze set(12)

1. Wat betekent 'die Kasse'?

A.de kassa
B.de korting
C.de rekening
D.de maat

2. Wat betekent 'der Preis'?

A.de prijs
B.de klant
C.de winkel
D.de tas

3. Wat betekent 'verkaufen'?

A.verkopen
B.kopen
C.bestellen
D.sparen

4. Wat betekent 'billig'?

A.goedkoop
B.duur
C.comfortabel
D.de keuze

5. Wat betekent 'die Werbung'?

A.de reclame
B.de mode
C.de maat
D.de outlet

6. Wat betekent 'der Rabatt'?

A.de korting
B.de bestelling
C.de klant
D.de prijs

7. Wat betekent 'die Größe'?

A.de maat
B.de winkel
C.de tas
D.de rekening

8. Wat betekent 'das Produkt'?

A.het product
B.de klant
C.de mode
D.de rekening

9. Wat betekent 'der Einkaufswagen'?

A.de winkelwagentje
B.de tas
C.de kassa
D.de reclame

10. Wat betekent 'die Bestellung'?

A.de bestelling
B.de keuze
C.de maat
D.de prijs

11. Wat betekent 'der Verkäufer'?

A.de verkoper
B.de klant
C.de winkel
D.de tas

12. Wat betekent 'die Tasche'?

A.de tas
B.de maat
C.de korting
D.de winkel

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.