Duits sterke werkwoorden rijtjes woordjes
Een woordenlijst met sterke werkwoorden in het Duits die belangrijk zijn voor het eindexamen. Dit omvat vervoegingen en veelvoorkomende gebruiksvoorbeelden.
Quiz(24 vragen)
1. What does 'vergessen' mean?
Termen in deze set(24)
Sterke werkwoorden A-M(12)
abhauen - haute ab - abgehauen
afgaan - ging af - af gegaan
backen - backte - gebacken
bakken - bakte - gebakken
beginnen - begann - begonnen
beginnen - begon - begonnen
bieten - bot - geboten
bieden - bood - geboden
denken - dachte - gedacht
denken - dacht - gedacht
essen - aß - gegessen
eten - at - gegeten
fahren - fuhr - gefahren
rijden - reed - gereden
finden - fand - gefunden
vinden - vond - gevonden
geben - gab - gegeben
geven - gaf - gegeven
gehen - ging - gegangen
gaan - ging - gegaan
lassen - ließ - gelassen
laten - liet - gelaten
laufen - lief - gelaufen
lopen - liep - gelopen
Sterke werkwoorden N-Z(12)
nehmen - nahm - genommen
nemen - nam - genomen
sehen - sah - gesehen
zien - zag - gezien
sitzen - saß - gesessen
zitten - zat - gezeten
stehen - stand - gestanden
staan - stond - gestaan
vergessen - vergaß - vergessen
vergeten - vergat - vergeten
vergleichen - verglich - verglichen
vergelijken - vergeleek - vergeleken
werden - wurde - geworden
worden - werd - geworden
wissen - wusste - gewusst
weten - wist - geweten
ziehen - zog - gezogen
trekken - trok - getrokken
lesen - las - gelesen
lezen - las - gelezen
beginnen - begann - begonnen
beginnen - begon - begonnen
laufen - lief - gelaufen
lopen - liep - gelopen
Vragen in deze set(24)
1. What does 'vergessen' mean?
2. Wat betekent 'gehen'?
3. Which word means 'getrokken'?
4. Welk woord betekent 'gegeten'?
5. Wat betekent 'lesen'?
6. Wat is de verleden tijd van 'laufen'?
7. Which word means 'gelaufen'?
8. Welke betekenis heeft 'geben'?
9. What does 'beginnen' mean?
10. Wat is de voltooid deelwoord van 'denken'?
11. Which word means 'geweten'?
12. Wat betekent 'backen'?
13. Wat betekent 'stehen'?
14. Welk woord betekent 'gevonden'?
15. Which word means 'vergelijking'?
16. Wat is de verleden tijd van 'fahren'?
17. What does 'sehen' mean?
18. Wat betekent 'lassen'?
19. Which word means 'genomen'?
20. Welk woord betekent 'gebakken'?
21. Wat betekent 'sitzen'?
22. Wat is de verleden tijd van 'beginnen'?
23. Which word means 'vergat'?
24. Welk woord betekent 'afgaan'?
Gerelateerde sets
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand ville fiches
Allemand jours vocabulaire
Mots : Allemand négation
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulary: German 101 university life
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

