Duits stad flashcards

Dit is een set van Duits-Nederlandse flashcards voor leerlingen in de bovenbouw. De woorden en zinnen zijn alledaags en relevant voor dagelijkse situaties.

Daan2008·21 flashcards·10 vragen
bovenbouwlanguagesgerman
0
Ken ik
1 / 21
0
Aan het leren
Voorkant

Stadt

Tik om om te draaien
Achterkant

stad

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(10 vragen)

Vraag 1 van 10

1. Wat betekent 'Stadt'?

Termen in deze set(21)

Stadt

stad

Straße

straat

Platz

plein

Brücke

brug

Park

park

Bahnhof

station

Museum

museum

Kino

bioscoop

Einkaufszentrum

winkelcentrum

Restaurant

restaurant

Hotel

hotel

Fussgängerzone

voetgangerszone

Markt

markt

Laden

winkel

Büro

kantoor

Weg

weg

Schule

school

Universität

universiteit

Bürgersteig

stoep

Auto

auto

Radweg

fietspad

Vragen in deze set(10)

1. Wat betekent 'Stadt'?

A.stad
B.straat
C.museum
D.restaurant

2. Welk woord betekent 'station'?

A.Bahnhof
B.Kino
C.Platz
D.Park

3. Wat betekent 'Restaurant'?

A.hotel
B.restaurant
C.markt
D.Laden

4. Welk woord betekent 'winkel'?

A.Büro
B.Weg
C.Laden
D.Einkaufszentrum

5. Wat betekent 'Kino'?

A.bioscoop
B.auto
C.Markt
D.Stadt

6. Welk woord betekent 'park'?

A.Park
B.Fussgängerzone
C.Brücke
D.Radweg

7. Wat betekent 'Fussgängerzone'?

A.voetgangerszone
B.school
C.universiteit
D.Büro

8. Welk woord betekent 'brug'?

A.Brücke
B.Straße
C.Laden
D.Platz

9. Wat betekent 'Markt'?

A.museum
B.markt
C.Kino
D.Hotel

10. Welk woord betekent 'universiteit'?

A.Schule
B.Universität
C.Bahnhof
D.Einkaufszentrum

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.