Duits passief met werden eindexamen oefenen

Oefen met het Duitse passief met behulp van 'werden' en relevante voorbeelden. Deze flashcards helpen je de basisprincipes te begrijpen en toe te passen in het eindexamen.

LuukP0·32 flashcards·32 vragen
eindexamenlanguagesgerman
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de functie van 'werden'?

Tik om om te draaien
Achterkant

'Werden' wordt gebruikt om het passief te vormen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat is de functie van 'werden' in het Duits?

Termen in deze set(32)

Basisprincipes van het passief(16)

Wat is de functie van 'werden'?

'Werden' wordt gebruikt om het passief te vormen.

Vorm van 'werden' in de tegenwoordige tijd?

'Werden' in de tegenwoordige tijd is 'werden'.

Wat is de passieve structuur?

Onderwerp + 'werden' + deelwoord + door + agent.

Zin omzetten naar passief: 'De leraar corrigeert de toetsen.'

'De toetsen worden gecorrigeerd door de leraar.'

Waar komt het onderwerp in een passieve zin?

Het onderwerp komt achter 'werden'.

Waarvoor gebruik je het passief?

Als de uitvoerder onbekend of onbelangrijk is.

Vervang 'De chef kookt het eten' door passief.

'Het eten wordt gekookt door de chef.'

Wanneer gebruik je de verleden tijd van 'werden'?

Als je het passief in de verleden tijd wilt uitdrukken.

Vul de zin in: 'Het huis _____ (verkopen) door de makelaar.'

'Het huis wordt verkocht door de makelaar.'

Waar of niet waar: 'Passief benadrukt de actie, niet de uitvoerder.'

Waar. Passief legt de focus op de actie.

Wat is het resultaat van 'Het boek wordt gelezen'?

Het boek is het onderwerp, de actie is het lezen.

Hoe verandert de zin: 'De studenten maken het examen.'?

'Het examen wordt gemaakt door de studenten.'

Zin in de passieve vorm: 'De kunstenaar schildert het doek.'

'Het doek wordt geschilderd door de kunstenaar.'

Wat geeft de passieve vorm aan?

De nadruk ligt op wat er gebeurt.

Vorm 'werden' in de toekomst.

'Werden' in de toekomst is 'zal worden'.

Wat is de passieve vorm van 'De kinderen spelen buiten.'?

'Buiten wordt gespeeld door de kinderen.'

Passieve zinnen in verschillende tijden(16)

Vul in: De brief ____ (schrijven) door de leerling.

De brief wordt geschreven door de leerling.

Zin in de verleden tijd: De foto ____ (maken) door de fotograaf.

De foto werd gemaakt door de fotograaf.

Waarvoor wordt 'werden' gebruikt?

'Werden' wordt gebruikt om passieve zinnen te vormen.

Vul in: De boeken ____ (lezen) door de studenten.

De boeken worden gelezen door de studenten.

Vergelijk: Actieve zin vs. passieve zin.

Actief: 'De docent geeft de les.' Passief: 'De les wordt gegeven door de docent.'

Waar of onwaar: 'De les werd gegeven' is passief.

Waar - dit is een passieve zin.

Zin in de toekomende tijd: De prijzen ____ (winnen) door de deelnemers.

De prijzen zullen gewonnen worden door de deelnemers.

Vul in: De taak ____ (voltooien) door de stagiair.

De taak is voltooid door de stagiair.

Zin in de tegenwoordige tijd: De auto ____ (repareren) door de monteur.

De auto wordt gerepareerd door de monteur.

Noem een voorbeeld van de passieve vorm met 'werden'.

De wedstrijd wordt gewonnen door het team.

Vul in: Het rapport ____ (controleren) door de leraar.

Het rapport wordt gecontroleerd door de leraar.

Zin in de verleden tijd: De muur ____ (schilderen) door de aannemer.

De muur werd geschilderd door de aannemer.

Wat gebeurt er met 'werden' in de passieve vorm?

'Werden' verandert afhankelijk van de tijdsvorm en het onderwerp.

Vul in: De e-mail ____ (ontvangen) door de manager.

De e-mail is ontvangen door de manager.

Waar of onwaar: Passieve zinnen hebben altijd een onderwerp.

Onwaar - het onderwerp is soms onbekend.

Zin in de toekomende tijd: De nieuwe regels ____ (implementeren).

De nieuwe regels zullen geïmplementeerd worden.

Vragen in deze set(32)

1. Wat is de functie van 'werden' in het Duits?

A.Om het passief te vormen
B.Om de verleden tijd aan te geven
C.Om vragen te stellen
D.Om bijvoeglijke naamwoorden te vormen

2. Vul in: De presentatie ____ (geven) door de student.

A.De presentatie wordt gegeven door de student.
B.De presentatie is gegeven door de student.
C.De presentatie zal gegeven worden door de student.
D.De presentatie werd gegeven door de student.

3. Welke vorm van 'werden' gebruik je in de tegenwoordige tijd?

A.Werden
B.Werd
C.Zal worden
D.Is geworden

4. Zin in de verleden tijd: De film ____ (kijken) door het publiek.

A.De film is gekeken door het publiek.
B.De film werd gekeken door het publiek.
C.De film zal gekeken worden door het publiek.
D.De film wordt gekeken door het publiek.

5. Wat is de juiste passieve structuur?

A.Onderwerp + 'werden' + deelwoord + door + agent
B.Agent + 'werden' + onderwerp + deelwoord
C.Onderwerp + deelwoord + 'werden' + door + agent
D.Deelwoord + 'werden' + onderwerp + door + agent

6. Wat gebeurt er met 'werden' in de passieve vorm?

A.Het verandert afhankelijk van de tijd.
B.Het blijft altijd gelijk.
C.Het wordt nooit gebruikt.
D.Het verandert alleen in de verleden tijd.

7. Wat is de passieve vorm van de zin: 'De vrouw leest het boek.'?

A.Het boek wordt gelezen door de vrouw.
B.De vrouw wordt het boek gelezen.
C.Het boek leest door de vrouw.
D.De vrouw leest door het boek.

8. Vul in: De documenten ____ (verzenden) door de postbode.

A.De documenten worden verzonden door de postbode.
B.De documenten zijn verzonden door de postbode.
C.De documenten werden verzonden door de postbode.
D.De documenten zullen verzonden worden door de postbode.

9. Waar komt het onderwerp in een passieve zin?

A.Achter 'werden'
B.Voor het deelwoord
C.Voor 'door'
D.Aan het einde van de zin

10. Waar of onwaar: 'De taart is gebakken' is een passieve zin.

A.Waar
B.Onwaar
C.Het hangt ervan af
D.Alleen als het een onderwerp heeft

11. Waarvoor gebruik je het passief?

A.Als de uitvoerder onbekend of onbelangrijk is
B.Als je een vraag stelt
C.Om de tijd aan te geven
D.Om een bevel te geven

12. Zin in de toekomende tijd: De nieuwe producten ____ (lanceren) door het bedrijf.

A.De nieuwe producten zullen gelanceerd worden door het bedrijf.
B.De nieuwe producten worden gelanceerd door het bedrijf.
C.De nieuwe producten werden gelanceerd door het bedrijf.
D.De nieuwe producten zijn gelanceerd door het bedrijf.

13. Vervang 'De chef kookt het eten' door passief.

A.Het eten wordt gekookt door de chef.
B.De chef wordt het eten gekookt.
C.Het eten kookt door de chef.
D.De chef kookt door het eten.

14. Vul in: De lessen ____ (volgen) door de leerlingen.

A.De lessen worden gevolgd door de leerlingen.
B.De lessen zijn gevolgd door de leerlingen.
C.De lessen werden gevolgd door de leerlingen.
D.De lessen zullen gevolgd worden door de leerlingen.

15. Wanneer gebruik je de verleden tijd van 'werden'?

A.Als je het passief in de verleden tijd wilt uitdrukken
B.Bij het maken van vragen
C.In de tegenwoordige tijd
D.Bij het geven van bevelen

16. Wat is een voorbeeld van de passieve vorm met 'werden'?

A.De prijs werd gewonnen door de deelnemer.
B.De prijs is gewonnen door de deelnemer.
C.De prijs wordt gewonnen door de deelnemer.
D.De prijs zal gewonnen worden door de deelnemer.

17. Vul de zin in: 'De taak _____ (voltooid) door de leerlingen.'

A.Wordt voltooid
B.Is voltooid
C.Zal worden voltooid
D.Werd voltooid

18. Vul in: De boodschap ____ (verstaan) door de luisteraar.

A.De boodschap is verstaan door de luisteraar.
B.De boodschap werd verstaan door de luisteraar.
C.De boodschap zal verstaan worden door de luisteraar.
D.De boodschap wordt verstaan door de luisteraar.

19. Waar of niet waar: 'Passief legt de focus op de actie, niet de uitvoerder.'

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd niet waar

20. Vergelijk: Actieve zin vs. passieve zin. Actief: 'De schrijver schrijft het boek.' Wat is de passieve zin?

A.Het boek wordt geschreven door de schrijver.
B.Het boek is geschreven door de schrijver.
C.Het boek werd geschreven door de schrijver.
D.Het boek zal geschreven worden door de schrijver.

21. Wat is het resultaat van 'Het boek wordt gelezen'?

A.Het boek is het onderwerp, de actie is het lezen.
B.Het boek leest zelf.
C.De actie is onbelangrijk.
D.De schrijver leest het boek.

22. Waar of onwaar: 'De taak is voltooid' is een passieve zin.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen als er een onderwerp is
D.Het hangt van de tijd af

23. Hoe verandert de zin: 'De studenten maken het examen.'?

A.Het examen wordt gemaakt door de studenten.
B.De studenten worden het examen gemaakt.
C.Het examen maakt door de studenten.
D.De studenten maken door het examen.

24. Vul in: De wedstrijd ____ (spelen) door het team.

A.De wedstrijd wordt gespeeld door het team.
B.De wedstrijd is gespeeld door het team.
C.De wedstrijd werd gespeeld door het team.
D.De wedstrijd zal gespeeld worden door het team.

25. Zin in de passieve vorm: 'De kunstenaar schildert het doek.'

A.Het doek wordt geschilderd door de kunstenaar.
B.De kunstenaar wordt het doek geschilderd.
C.Het doek schildert door de kunstenaar.
D.De kunstenaar schildert door het doek.

26. Zin in de verleden tijd: Het huis ____ (verkopen) door de eigenaar.

A.Het huis werd verkocht door de eigenaar.
B.Het huis is verkocht door de eigenaar.
C.Het huis wordt verkocht door de eigenaar.
D.Het huis zal verkocht worden door de eigenaar.

27. Wat geeft de passieve vorm aan?

A.De nadruk ligt op wat er gebeurt
B.De nadruk ligt op wie de actie uitvoert
C.De tijd van de actie
D.De locatie van de actie

28. Vul in: De oplossing ____ (vinden) door de onderzoekers.

A.De oplossing is gevonden door de onderzoekers.
B.De oplossing werd gevonden door de onderzoekers.
C.De oplossing wordt gevonden door de onderzoekers.
D.De oplossing zal gevonden worden door de onderzoekers.

29. Vorm 'werden' in de toekomst.

A.Zal worden
B.Werden
C.Werd
D.Wordt

30. Waar of onwaar: Passieve zinnen hebben altijd een uitvoerder.

A.Onwaar
B.Waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

31. Wat is de passieve vorm van 'De kinderen spelen buiten.'?

A.Buiten wordt gespeeld door de kinderen.
B.De kinderen worden buiten gespeeld.
C.Buiten spelen door de kinderen.
D.De kinderen spelen door buiten.

32. Wat is de juiste passieve vorm van de zin: 'De taak ____ (controleren) door de docent.'?

A.A) De taak wordt gecontroleerd door de docent.
B.B) De taak is gecontroleerd door de docent.
C.C) De taak werd gecontroleerd door de docent.
D.D) De taak zal gecontroleerd worden door de docent.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.