Duits in de winkel flashcards
Duitse woorden en zinnen die handig zijn in de winkel.
Quiz(16 vragen)
1. Wat betekent 'die Größe'?
Termen in deze set(23)
der Preis
de prijs
kaufen
kopen
verkaufen
verkopen
die Kasse
de kassa
das Geschäft
de winkel
die Quittung
de bon
bitte
alsjeblieft
danke
dank u
die Größe
de maat
die Farbe
de kleur
reduziert
in de uitverkoop
der Rabatt
de korting
die Auswahl
de keuze
probieren
passen
die Umkleidekabine
de paskamer
zählen
tellen
das Sonderangebot
de aanbieding
der Kunde
de klant
die Verkäuferin
de verkoopster
das Geld
het geld
benötigen
nodig hebben
fragen
vragen
finden
vinden
Vragen in deze set(16)
1. Wat betekent 'die Größe'?
2. Welk woord betekent 'de winkel'?
3. Wat betekent 'der Preis'?
4. Welk woord betekent 'kopen'?
5. Wat betekent 'die Quittung'?
6. Welk woord betekent 'de korting'?
7. Wat betekent 'die Verkäuferin'?
8. Welk woord betekent 'vragen'?
9. Wat betekent 'die Farber'?
10. Welk woord betekent 'proberen'?
11. Wat betekent 'das Geld'?
12. Welk woord betekent 'de klant'?
13. Wat betekent 'reduziert'?
14. Welk woord betekent 'vinden'?
15. Wat betekent 'die Umkleidekabine'?
16. Welk woord betekent 'nodig hebben'?
Gerelateerde sets
Allemand sein et haben fiches
Allemand famille fiches
Mots : Allemand négation
Allemand articles vocabulaire
Mots : Allemand modaux
Allemand ville fiches
Allemand accusatif fiches
Allemand salutations
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

