Classroom English voor docenten woordjes

Deze woordenlijst bevat essentiële Engelse woorden en zinnen die docenten in het klaslokaal gebruiken, met nadruk op theoretische en praktische terminologie die relevant is voor het hbo-niveau.

Nora39·24 flashcards·24 vragen
hbolanguagesenglish
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

classroom rules

Tik om om te draaien
Achterkant

klasregels

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat betekent 'classroom rules'?

Termen in deze set(24)

Klaslokaal Communicatie(12)

classroom rules

klasregels

group work

groepswerk

raise your hand

steek je hand op

homework assignment

huiswerkopdracht

please listen carefully

luister alstublieft aandachtig

work in pairs

werk in paren

share your ideas

deel je ideeën

take notes

maak aantekeningen

can you repeat that?

kun je dat herhalen?

let's start the lesson

laten we de les beginnen

discuss in groups

bespreek in groepen

time to present

tijd om te presenteren

Onderwijsstrategieën(12)

Differentiated instruction

Gelaagd onderwijs

Active learning

Actief leren

Collaborative learning

Samenwerkend leren

Formative assessment

Formatieve evaluatie

Scaffolding

Steunstructuur

Inquiry-based learning

Vraaggestuurd leren

Student-centered learning

Studentgericht leren

Blended learning

Gecombineerd leren

Peer teaching

Peer-onderwijs

Critical thinking

Kritisch denken

Flipped classroom

Omgekeerd klaslokaal

Project-based learning

Projectgestuurd leren

Vragen in deze set(24)

1. Wat betekent 'classroom rules'?

A.klasregels
B.huiswerkopdracht
C.werk in paren
D.groepswerk

2. Wat betekent 'Differentiated instruction'?

A.Gelaagd onderwijs
B.Actief leren
C.Peer-onderwijs
D.Samenwerkend leren

3. Welke term betekent 'group work'?

A.groepswerk
B.aantekeningen maken
C.de les beginnen
D.ideeën delen

4. Welke term betekent 'Actief leren'?

A.Formatieve evaluatie
B.Actief leren
C.Omgekeerd klaslokaal
D.Projectgestuurd leren

5. Hoe vraag je 'raise your hand' in het Nederlands?

A.steek je hand op
B.luister aandachtig
C.maak aantekeningen
D.bespreek in groepen

6. Wat is de betekenis van 'Collaborative learning'?

A.Formatieve evaluatie
B.Peer-onderwijs
C.Samenwerkend leren
D.Studentgericht leren

7. Wat betekent 'homework assignment'?

A.huiswerkopdracht
B.tijd om te presenteren
C.werk in paren
D.klasregels

8. Welke term vertaal je als 'Formatieve evaluatie'?

A.Gelaagd onderwijs
B.Formatieve evaluatie
C.Kritisch denken
D.Vraaggestuurd leren

9. Wat betekent 'please listen carefully'?

A.luister alstublieft aandachtig
B.deel je ideeën
C.werk in paren
D.bespreek in groepen

10. Wat betekent 'Scaffolding' in het onderwijs?

A.Steunstructuur
B.Peer-onderwijs
C.Projectgestuurd leren
D.Gelaagd onderwijs

11. Welke zin betekent 'work in pairs'?

A.werk in paren
B.tijd om te presenteren
C.huiswerkopdracht
D.steek je hand op

12. Welke term is gelijk aan 'Inquiry-based learning'?

A.Vraaggestuurd leren
B.Studentgericht leren
C.Samenwerkend leren
D.Gecombineerd leren

13. Wat betekent 'share your ideas'?

A.deel je ideeën
B.maak aantekeningen
C.groepswerk
D.luister aandachtig

14. Wat betekent 'Student-centered learning'?

A.Formatieve evaluatie
B.Actief leren
C.Studentgericht leren
D.Scaffolding

15. Hoe zeg je 'take notes' in het Nederlands?

A.maak aantekeningen
B.bespreek in groepen
C.steek je hand op
D.huiswerkopdracht

16. Welke term betekent 'Blended learning'?

A.Omgekeerd klaslokaal
B.Gecombineerd leren
C.Formatieve evaluatie
D.Samenwerkend leren

17. Wat betekent 'can you repeat that?'?

A.kun je dat herhalen?
B.de les beginnen
C.tijd om te presenteren
D.groepswerk

18. Wat is de betekenis van 'Peer teaching'?

A.Actief leren
B.Peer-onderwijs
C.Vraaggestuurd leren
D.Projectgestuurd leren

19. Welke zin betekent 'let's start the lesson'?

A.laten we de les beginnen
B.werk in paren
C.deel je ideeën
D.tijd om te presenteren

20. Welke term vertaal je als 'Critical thinking'?

A.Kritisch denken
B.Blended learning
C.Gelaagd onderwijs
D.Samenwerkend leren

21. Wat betekent 'discuss in groups'?

A.bespreek in groepen
B.werk in paren
C.steek je hand op
D.maak aantekeningen

22. Wat betekent 'Flipped classroom'?

A.Omgekeerd klaslokaal
B.Projectgestuurd leren
C.Steunstructuur
D.Gelaagd onderwijs

23. Wat betekent 'time to present'?

A.tijd om te presenteren
B.huiswerkopdracht
C.groepswerk
D.deel je ideeën

24. Welke term is gelijk aan 'Project-based learning'?

A.Vraaggestuurd leren
B.Projectgestuurd leren
C.Actief leren
D.Samenwerkend leren

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.