Business English vergaderen flashcards
Deze flashcards helpen bij het leren van belangrijke Engelse termen en uitdrukkingen die vaak gebruikt worden tijdens zakelijke vergaderingen. Ze zijn bedoeld voor hbo-studenten die hun beroepscommunicatie in het Engels willen verbeteren.
Quiz(36 vragen)
1. Wat betekent 'Agenda'?
Termen in deze set(36)
Vergaderstructuur(16)
Agenda
Agenda
Minutes
Notulen
Facilitator
Facilitator
Consensus
Consensus
Action items
Actiepunten
Brainstorming
Brainstormen
Discussion points
Discussiepunten
Follow-up
Opvolging
Meeting goals
Vergaderdoelen
Time management
Tijdbeheer
Roundtable
Ronde tafel
Feedback
Feedback
Decision-making
Besluitvorming
Presentation
Presentatie
Participant
Deelnemer
Moderator
Moderator
Discussie- en presentatieterminologie(12)
brainstorming
een creatieve groepsdiscussie om ideeën te genereren
feedback
terugkoppeling over een presentatie of idee
consensus
algemene overeenstemming binnen de groep
presentation skills
vaardigheden voor het presenteren van ideeën
persuasion
de kunst om anderen te overtuigen
body language
lichaamstaal tijdens een presentatie
to summarize
samenvatten van besproken punten
to elaborate
verdiepen in een bepaald onderwerp
to clarify
verduidelijken van onduidelijke punten
question-and-answer session
sessie voor vragen en antwoorden na een presentatie
discussion guidelines
regels voor het voeren van een discussie
to agree to disagree
akkoord zijn om het niet eens te zijn
Actiepunten en follow-ups(8)
Action points
Actiepunten
Follow-up
Opvolging
To assign tasks
Taken toewijzen
Deadline
Deadline
Meeting minutes
Notulen
To recap
Samenvatten
To track progress
Voortgang bijhouden
Next steps
Volgende stappen
Vragen in deze set(36)
1. Wat betekent 'Agenda'?
2. Wat betekent 'brainstorming'?
3. What does 'Action points' mean?
4. Welk woord betekent 'Notulen'?
5. Welk woord betekent 'terugkoppeling over een presentatie of idee'?
6. Which word means 'Opvolging'?
7. Wat wordt bedoeld met 'Facilitator'?
8. Wat is 'consensus'?
9. What does 'To assign tasks' mean?
10. Welk woord betekent 'Consensus'?
11. Wat zijn 'presentation skills'?
12. Which word means 'Deadline'?
13. Wat zijn 'Actiepunten'?
14. Welk woord beschrijft 'de kunst om anderen te overtuigen'?
15. What does 'Meeting minutes' refer to?
16. Welk woord betekent 'Brainstormen'?
17. Wat is 'body language'?
18. Which word means 'Samenvatten'?
19. Wat zijn 'Discussiepunten'?
20. Wat betekent 'to summarize'?
21. What does 'To track progress' mean?
22. Welk woord betekent 'Opvolging'?
23. Welk woord betekent 'verdiepen in een bepaald onderwerp'?
24. Which word means 'Volgende stappen'?
25. Wat zijn 'Vergaderdoelen'?
26. Wat betekent 'to clarify'?
27. Welk woord betekent 'Tijdbeheer'?
28. Wat is een 'question-and-answer session'?
29. Wat is een 'Ronde tafel'?
30. Wat zijn 'discussion guidelines'?
31. Welk woord betekent 'Feedback'?
32. Wat betekent 'to agree to disagree'?
33. Wat betekent 'Besluitvorming'?
34. Welk woord betekent 'Presentatie'?
35. Wat is een 'Deelnemer'?
36. Welk woord betekent 'Moderator'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Statistik beschreiben Karteikarten
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

